Blog

Digitale geletterdheid als apart vak? Een reactie op het KNAW rapport

Vorige week pleitte de KNAW voor de invoering van een apart vak ‘Informatie & communicatie’ in het voorgezet onderwijs. Veel gehoorde kritiek via de sociale media was: ‘Ohh, niet weer een apart vak’. Nadat we het rapport eens goed hebben bestudeerd, hebben we een analyse gemaakt van dit pleidooi.

 

Waarom context zo belangrijk is: De onderzoeksopdracht

Het KNAW-bestuur heeft de commissie de opdracht meegeven om het informaticaonderwijs zoals dat nu in het VO wordt vormgegeven door te lichten. Kort samengevat komt de conclusie van de commissie neer op dat het vak informatica in de bovenbouw van het VO een kwijnend bestaan leidt en dat om die reden een modernisering broodnodig is. Daarnaast pleit de commissie voor een breder ingevuld vak in de onderbouw op basis van een sterk pleidooi voor het belang van aandacht voor digitale geletterdheid. Vanuit de context van de opdracht heeft de commissie dus prima werk geleverd.

 

Het belang van digitale geletterdheid

Het centrale uitgangspunt van de voorgestelde modernisering is het begrip ‘digitale geletterdheid’. De moderne samenleving vraagt veel van haar burgers. Om te kunnen overleven in de huidige maatschappij is het van cruciaal belang om informatie goed te kunnen duiden. Een complexe vaardigheid waar veel fijne nuances in verborgen liggen en waar zeer veel burger (on)bewust grote moeite mee hebben. Het vereist ook vaardigheden die op verschillende niveau’s liggen. Meer daarover verderop.

 

Begripsverwarring en perspectief

In het adviesrapport schakelt de commissie tussen een aantal termen: digitale geletterdheid, informatica en ict in het onderwijs. Hoewel aan elkaar gerelateerd, zijn het wezenlijk verschillende concepten. Waar de commissie begint met digitale geletterdheid komt verderop in het rapport de nadruk steeds meer te liggen op de informatica. Hierin is de informatica-bril van de commissie duidelijk terug te zien. Begrijpelijk, maar hiermee wordt volgens ons het begrip digitale geletterdheid wel enigszins tekort gedaan. Digitale geletterdheid gaat immers ook over het kritisch beoordelen en gebruiken van digitale informatie en communicatiemiddelen. Vanuit het concept informatie geletterdheid ligt dan ook veel meer voor de hand om naast de informatica-bril ook de thematiek te belichten vanuit een ‘learning sciences’ en een ‘technology enhanced learning’ perspectief. We vinden het jammer dat deze kans is gemist. Het is goed dat de commissie apart de gedragscomponent benoemd. Jongeren bewust maken van de kansen, risico’s en de gevolgen van hun gedrag past ook goed binnen de opvoedkundige taak van de school.

 

Een apart vak?

Het belang van onderwijs in digitale geletterdheid wordt internationaal erkent. De vraag is of een apart vak de juiste oplossing is. Gezien de invulling die de commissie er aan geeft, is er zeker wat voor te zeggen om het in een apart vak te gieten. De vaardigheden die de commissie benoemt zijn onder te verdelen in lagere orde vaardigheden en hogere orde vaardigheden. Voor lagere orde vaardigheden, zoals algoritmiek, architectuur en werking van computers, is een apart vak een goede optie. Hogere orde vaardigheden, zoals het hierboven genoemde informatie geletterdheid, lenen zich bij uitstek voor integratie met inhoudelijke vakken. Dit is prima mogelijk. Onderzoek bij het Centre for Learning Sciences and Technologies laat bijvoorbeeld zien dat integratie niet ten koste gaat van de vakinhoud. Hierdoor ontstaat een win-win situatie: leerlingen maken zich zowel de vakinhoud als de vaardigheden van digitale geletterdheid eigen. Hoewel de commissie integratie met andere vakken wel benoemd, wordt dit onderwerp niet verder uitgewerkt.

 

Valkuilen en hobbels

Een belangrijke valkuil is volgens ons dat wordt gekozen voor een te technische uitwerking van het vak voor de onderbouw. Verder benoemt de commissie zelf de opleiding van leraren als een belangrijke te nemen horde.

 

Conclusie

De oproep van de commissie om meer aandacht te besteden aan digitale geletterdheid ondersteunen we van harte. De aanbeveling om dit in een apart vak vorm te geven onderschrijven we slechts ten dele. Met name voor de hogere orde vaardigheden bepleiten we dat deze geïntegreerd worden met de bestaande vakken.

 

Met dank aan Saskia Brand-Gruwel voor haar bijdrage aan dit bericht

 

Check de feiten

"H2O is een gevaarlijke chemische stof", "De uitspraken van Roemer kosten Nederland geld", "De stof squaleen in vaccins zorgt o.a. voor het ontstaan van autoimmuunziekten". Met de regelmaat van klok worden er allerlei beweringen de wereld in geslingerd zonder ook maar enige mate aan onderbouwing. Dat het beoordelen van informatie op internet geen sinecure is, is inmiddels al vaak bevestigd door wetenschappelijk onderzoek.

Met de verkiezingen in aantocht zijn het hoogtijdagen voor door politici verkondigde (on)gefundeerde meningen. Veel van deze beweringen worden klakkeloos geloofd en overgenomen. Ook door professionele journalisten. Hoe onderscheid je dan de ware van de onware uitspraken? Gewoon door zelf op onderzoek uit te gaan. Wie is de boodschapper? Heeft hij/zij de kennis om een dergelijk uitspraak te doen? Heeft hij/zij een belang bij een bepaalde uitspraak? Is de uitspraak gebaseerd op gegeven of is het een mening? Zomaar een paar vragen aan de hand waarvan je de betrouwbaarheid kunt (proberen te) controleren. Helaas is dat vaak ook een tijdrovende bezigheid.

Gelukkig zijn er een aantal initiatieven die dergelijke uitspraken onder een vergrootglas leggen:

  • Next.checkt: De factcheck rubriek van NRC Next.
  • FHJ Factcheck: De factcheckblog van de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek waar regelmatig uitspraken in de media worden gecontroleerd.
  • The Fact Club: Een initiatief van De Publieke Zaak om het publieke debat te voeden met feiten.
  • Nieuwscheckers: Vergelijkbaar met FHJ Factcheck, maar dan door studenten van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.

Van deze vier bronnen komt NRC Next het meest met een waarheidscheck.

Naast dat dit prima bronnen zijn om je als burger verder te informeren, zijn het ook uitstekende bronnen om in het onderwijs met informatievaardigheden aan de slag te gaan. Leg leerlingen een bewering voor en vraag ze om het waarheidsgehalte te beoordelen en daarbij aan te geven hoe ze tot hun oordeel zijn gekomen. Vervolgens kun je dit als docent weer koppelen aan een algemene vraag hoe je informatie op betrouwbaarheid kunt beoordelen.

Hoewel dit allemaal prima bronnen zijn om achter de waarheid van uitspraken te komen, gaan ook de zogenaamde factcheckers wel eens in de fout zoals de Piratenpartij laat zien. Kortom: wees altijd op je hoede!

Google is een stuk slimmer geworden ...

... maar of dat een goede zaak is valt te betwijfelen. Voordat we daar een oordeel over kunnen vellen, is het goed om eerst te kijken naar wat Google voor nieuws heeft bedacht voor het zoeken op internet.

Vorige week introduceerde Google de 'Knowledge Graph'. Hiermee probeert Google beter te begrijpen naar welke informatie mensen op zoek zijn. Naast de traditionele zoekresultaten wordt nu ook een veld getoond met daarin feitelijke informatie. Ze hebben hiervoor meer dan 3,5 miljard feiten verzameld over ongeveer 500 miljoen objecten. Hoe het werkt wordt in onderstaande video uitgelegd:

Met deze vernieuwing beoogt Google een drietal zaken te bereiken:

  1. Het juiste antwoord vinden. Woorden hebben regelmatig meerdere betekenissen. Deze dubbelzinnigheid kan een zoekmachine danig in de war brengen. Bedoel je Taj Mahal het monument, of Taj Mahal de muzikant? Google claimt nu het verschil te begrijpen en daarmee relevantere resultaten te tonen en nuances in betekenis te onderscheiden.
  2. Een goede samenvatting geven. Omdat Google beter in staat is om je vraag te begrijpen, kan het ook beter op basis van relevante inhouden een samenvatting geven over een onderwerp. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar informatie over Marie Curie, dan krijg je informatie over haar geboorte- en sterfdata, haar opleiding en haar wetenschappelijke ontdekkingen. Daarnaast worden ook een aantal andere wetenschappers getoond die enige raakvlakken hebben met Marie Curie.
  3. Zowel dieper als breeder informatie ontsluiten. Door een overzicht te geven van de informatie rondom een bepaald item kunnen mensen makkelijker nieuwe feiten ontdekken en nieuwe verbindingen leggen. 

Voor Google is dit een logische stap omdat ze geloven dat de perfecte zoekmachine precies begrijpt wat je wil weten en op basis daarvan exact het antwoord te geven wat je nodig hebt. Aan de ene kant is dit weer een mooie stap voorwaarts in het effectief zoeken naar het juiste antwoord. Aan de andere kant zitten er ook haken en ogen aan deze ontwikkeling. Zolang het gaat om feitelijke informatie zie ik nog geen grote nadelen. Maar zodra dingen minder eenduidig zijn, wordt het een stuk lastiger om de juiste antwoorden te presenteren. Ik ben benieuwd hoe Google dit in de toekomst denkt te gaan oplossen.

Voor degene die deze functionaliteit nog niet ziet: heb geduld. Google rolt deze functie geleidelijk uit, te beginnen bij de Amerikaanse gebruikers.

Is Google kwaadaardig?

 

Begin dit jaar kondigde Google aan zijn privacy beleid te wijzigen. Of eigenlijk te harmoniseren. Van meer dan 70 verschillende privacyreglementen naar 1 privacyreglement. Tegelijkertijd kondigden ze daarbij aan dat ze volgens de nieuwe voorwaarden min of meer alles mochten doen met jouw informatie. Daar was niet iedereen even blij mee. Google werd verweten zijn motto 'Don't be evil' wel erg veel geweld aan te doen. Maar is dat wel terecht?
 
Dat Google niet eerder is overgaan tot het koppelen van allerlei informatie is eigenlijk veel opmerkelijker. De informatie hadden ze tenslotte al. Google biedt al z'n diensten gratis aan en meestal is de kwaliteit van deze diensten hoog. Niet verwonderlijk dus dat veel mensen er gebruik van willen maken. Zoeken, Gmail, Docs & Reader zijn een paar goede diensten die ik zelf veel gebruik. Al deze diensten zijn echter slechts ogenschijnlijk gratis. Je betaalt weldegelijk, namelijk met informatie. Waar je naar zoekt en klikt, alles wordt geregistreerd. In ruil daarvoor krijg je dus zoekgemak en andere gratis diensten.
 
Wie nog niet doorheeft dat internet op deze wijze wordt gefinancierd is gewoon naïef. Hiermee wil ik niet het gedrag van Google goedpraten, maar wel de andere kant van de medaille laten zien. Zelf vind ik het jammer dat de keuzemogelijkheid is beperkt. Waarom is er geen betaalde variant van Google? Een Google-variant waarbij jezelf achter de filter- en personalisatieknoppen zit? Ik zie daar grote voordelen in: je kunt dan bijvoorbeeld zelf bepalen of er op regio gefilterd wordt of niet. Uiteraard met als voorwaarde dat mijn informatie door niemand anders wordt gebruikt of aan andere wordt doorverkocht.
 
Voor een beetje tegenwicht: 10 positieve punten over Google. Oftewel: beauty is in the eye of the beholder.
Maakt Greplin een einde aan fragmentarisch zoeken?

Waar had je het adres voor dat feestje ook alweer opgeslagen? Facebook, Evernote, e-mail (welke van de vijf?), agenda? En waar begin je dan met zoeken?

Zoeken naar informatie is nog steeds een fragmentarisch gebeuren. Wil je iets op internet zoeken, dan ga je naar Google (of Bing, Yahoo, etc). Bestanden op je computer doorzoek je met bijvoorbeeld Spotlight, Google Desktop of Copernic. Voor het doorzoeken van je sociale netwerken val je terug op de zoekfunctie van het desbetreffende netwerk.

Maar stel dat je niet precies weet waar je moet zoeken? Ga je dan alle mogelijkheden af? De kans is groot dat je al ergens bent afgehaakt voordat je het antwoord vindt. In dergelijke situaties komt Greplin goed van pas. Ze presenteren zich als het zoekvenster voor je leven.

Nadat je een account hebt aangemaakt, kun je een aantal andere diensten aan Greplin koppelen. Om te beginnen heb ik zelf Dropbox, Twitter, Facebook en LinkedIn  gekoppeld. Na een aantal minuten indexeren, toont Greplin een zoekvak a la Google. Voer een zoekopdracht in en je vindt allerlei informatie die opgesloten ligt in de gekoppelde diensten. De zoekresultaten worden op een overzichtelijke manier en in realtime getoond. Met name de snelheid waarmee Greplin de zoekresultaten presenteert is opvallend.

Ook handig is de mogelijkheid om de zoekresultaten op verschillende manieren te filteren: naar personen, gebeurtenissen, bestanden, berichten of op basis van een specifieke dienst. Naast de eerder genoemde diensten kunnen ook een heel scala aan andere diensten zoals Gmail, Google Docs, Evernote, Salesforce, Basecamp, Highrise en Yammer toegevoegd worden. Greplin is daarmee vooral een nuttig instrument voor iedereen die regelmatig naar informatie zoekt die is opgeslagen bij verschillende toepassingen.

Veel mensen hebben een (of meerdere) email-adressen, zijn aangesloten bij sociale netwerksites en hebben bestanden gehost in de ‘cloud’. Gemakkelijk kunnen vinden wat je nodig hebt zonder dat je elke dienst apart moet openen, kan een hoop tijd besparen. Het is een niche in de markt voor zoekdiensten waar niet eerder ander bedrijven in zijn gesprongen. Met deze geïntegreerde aanpak kan Greplin nog ver komen. Ze hebben een oplossing voor een groeiend probleem. Naast een steeds verdere versplintering in diensten die mensen gebruiken, neemt ook het aantal apparaten waarmee mensen toegang hebben tot informatie toe.

Heeft Greplin hiermee het fragmetarisch zoeken opgelost? Ze zijn mijns inziens goed gestart, maar hebben nog een hele weg te gaan. Nu zijn bijvoorbeeld alleen nog maar webapplicaties te doorzoeken.

Greplin is opgericht door Daniel Gross. Hij kreeg de inspiratie voor het oprichten van Greplin toen hij op weg was naar een feestje en het adres niet meer wist. Stond het in Facebook, in zijn Gmail of in zijn agenda? Hij wist het niet en vanaf zijn telefoon was het ook nog eens erg lastig zoeken. Dus bouwde hij de oplossing. De basisversie van Greplin is gratis. Naast de webversie is er ook een iPhone-app beschikbaar. Om sommige diensten aan je index toe te kunnen voegen dien je wel een betaald account te nemen.

Zeige 1 - 5 von 6 Ergebnissen.
Elemente pro Seite 5
von 2