Blog

Einträge mit dem Tag sociale media.

Onderzoek 'Samen leren -tieners en sociale media' en het gelijk van Sugata Mitra

Stichting Kennisnet heeft samen met stichting Mijn Kind Online onderzoek gedaan naar de wijze waarop scholieren tussen de 10 en 18 jaar sociale media thuis en op school gebruiken om te leren. Mijn belangrijkste conclusie is dat jongeren inderdaad zelfgestuurd leren met sociale media, als zij intrinsiek gemotiveerd zijn.

De samenstellers van het onderzoek 'Samen leren -tieners en sociale media' hebben zelf een samenvatting van het rapport geschreven. In deze samenvatting ligt de nadruk op kwantitatieve gegevens.  Lees ook de conclusies en samenvatting vanaf pagina 45.

Ik wil me daarom vooral beperken tot een algemene impressie, met een focus op leren.

Kennisnet en Mijn Kind Online kijken terecht breed naar de bijdrage van sociale media aan het leren van jongeren. Zij beperken zich niet tot het leren op school. De onderzoekers laten zien dat sociale media en internet in het algemeen volop wordt gebruikt door jongeren om iets te leren over een hobby, of om een hobby (zoals muziek) beter uit te kunnen oefenen. Daarbij valt mij ook op dat jongeren bewust professionals volgen via Twitter en professionals op bijvoorbeeld YouTube bekijken. Je zou kunnen zeggen dat jongeren sociale media gebruiken om te 'modeleren' (een belangrijk aspect uit Bandura's leertheorie). Elf procent van de jongeren heeft zelf wel eens online video's geproduceerd om anderen iets uit te leggen.

Als het gaat om sociale media in het onderwijs, dan valt vooral op dat de mobiele telefoon op school weinig wordt gebruikt, terwijl jongeren hier wel massaal over beschikken. Van de sociale media wordt vooral YouTube gebruikt (47% van de tieners geeft aan dat dit platform wordt gebruikt). Docenten gebruiken filmpjes ter illustratie, als 'ice breaker' of voor uitleg. Facebook en Twitter worden amper gebruikt voor gestuurd leren. Video-uitleg van andere docenten, dan je eigen docent, wordt bovendien gebruikt voor zelfgestuurd leren.

Overigens wil driekwart van de jongeren vaker sociale media gebruiken binnen het onderwijs, ten behoeve van wat Puentedura 'augmentation' noemt: versterking en verrijking van het bestaande onderwijs. De 25% van de jongeren die niet méér sociale media in het onderwijs willen inzetten zijn vooral -en niet geheel ten onrechte- bang voor afleiding. Verder valt op dat jongeren een nogal traditionele perceptie hebben van onderwijs. Een goede docent kan vooral uitleggen, zich inleven in leerlingen, leuke verhalen vertellen, orde houden, en vertrouwen en respect hebben.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar het gebruik van sociale media en internet voor school, maar niet 'op school'. Daaruit blijkt dat veel tieners Google en YouTube gebruiken voor extra informatie over de leerstof, voor oefentoetsen en om zichzelf te overhoren. Ouders blijken dan niet altijd door te hebben dat hun kinderen dan leren. De jongeren gebruiken sociale media ook om met anderen samen te werken en te leren (bijvoorbeeld via Dropbox, WhatsApp of Skype). Ook doen zij daarbij een beroep op derden.

Je kunt dus stellen dat jongeren hun eigen leeromgeving creëren met behulp van sociale media, en ook in staat zijn de muren van de school te doorbreken. Dit onderzoek illustreert m.i. ook dat jongeren bereid en in staat zijn om bepaalde kennis en vaardigheden zelfgestuurd te ontwikkelen, als de juiste motivatie en passie er is. Dit illustreert dat de Indiase hoogleraar Sugata Mitra wel eens meer gelijk zou kunnen hebben dan zijn opponenten wel eens stellen.

Sugata Mitra stelt dat jongeren in staat zijn om zelfgestuurd te leren met behulp van internet, als zij maar de juiste 'drive' hebben. Mitra kijkt daarbij vooral naar jongeren die niet over goede onderwijsmogelijkheden beschikken. Sinds Mitra van TED een omvangrijke geldprijs heeft ontvangen, is de kritiek op zijn onderzoek sterk aangezweld. Het onderzoek van Kennisnet en Mijn Kind Online laat zien dat jongeren aangeven in elk geval bepaalde kennis vaardigheden te ontwikkelen via zelfgestuurd online leren. Dat betekent wat mij betreft dat Mitra minimaal voor een deel gelijk heeft.

Ik constateer ook dat het gebruik van sociale media tijdens het onderwijs duidelijk achter blijft bij het gebruik voor zelfgestuurd leren. De onderzoekers stellen dat dit voor veel leerkrachten nog een onontgonnen gebied is. Niet alleen maken zij onvoldoende gebruik van de mogelijkheden, ook realiseren veel docenten zich onvoldoende hoe hun leerlingen sociale media gebruiken voor zelfgestuurd leren. Dit onderzoeksrapport zet hopelijk veel docenten en schoolleiders aan het denken nu blijkt dat sociale media lang niet alleen maar voor 'fun' worden gebruikt. Daarnaast kunnen jongeren gestimuleerd worden om sociale media meer te gebruiken om te creëren, aangezien je daar juist ook veel van leert.

Het onderzoek 'Samen leren -tieners en sociale media' heeft tenslotte ook een belangrijke beperking. De onderzoekers hebben alleen gekeken naar wat jongeren zeggen te doen. Ze hebben jongeren niet geobserveerd. In de praktijk blijkt er vaker een verschil te zijn tussen zeggen en doen.

Facebook en versturen tekstberichten tijdens de les leiden tot slechtere onderwijsprestaties

Steeds vaker wordt aangetoond dat multitasken leidt tot slechtere onderwijsprestaties. Recent onderzoek van dr. Reynol Junco laat zien dat vooral het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten op de langere termijn leidt tot lagere cijfers. Dit betekent echter niet dat mobiele technologie en sociale media daarom uit de les geweerd moeten worden.

De huidige generatie lerenden is opgegroeid met ICT en maakt er over het algemeen ook intensief gebruik van. Men gebruikt ICT ook tijdens het werken en leren. Het grootste deel van het aantal sms'jes wordt tijdens het huiswerk verstuurd, terwijl 53% van de lerenden tijdens de les/het college tekstberichten verstuurd.

Multitasken gaat echter ten koste van presteren, ook van leerprestaties. Multitasking wordt door Junco gedefinieerd als het verdelen van aandacht en het schakelen tussen niet-sequentiële taken tijdens slecht gedefinieerde taken, die worden uitgevoerd binnen leersituaties. Als je probeert je aandacht over meer taken te verdelen of te schakelen tussen niet-sequentiële taken dan overbelast je het menselijk vermogen om informatie te verwerken.

Volgens Junco leidt een niet gestructureerd gebruik van technologie, zoals laptops, tot afleiding en dus het uitvoeren van activiteiten die niets van doen hebben met de betreffende leeractiviteit. Hij haalt diverse onderzoeken aan waaruit blijkt dat jongeren zich inderdaad laten afleiden door ICT als zij aan het leren zijn (thuis of op school). Technologie, die niet gerelateerd is aan taken, bevordert namelijk met name cognitieve processen die niet nodig zijn om betekenis te verlenen aan leermaterialen (incidental processing).

Verschillende onderzoeken laten volgens Junco zien dat met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten negatief van invloed zijn op cijfers. Opvallend genoeg lijkt er geen verband te zijn tussen het behalen van studiepunten en email, het zoeken van niet-cursusgerelateerde content, telefoneren en instant messaging tijdens de voorbereiding van colleges (dus niet tijdens colleges).

Junco heeft zelf onderzoek gedaan naar de lange termijn effecten van multitasking op cijfers. Daarbij heeft hij gekeken naar de effecten van verschillende technologieën zoals Facebook, email, zoeken naar niet-cursusgerelateerde content of instant messaging. Internetvaardigheden zijn daarbij als controlevariabele behandeld, net als demografische variabelen (zoals het opleidingsniveau van de ouders) en de gemiddelde cijfers op de high school.

Junco heeft gekeken naar de frequentie waarin ICT tijdens colleges wordt gebruikt, en naar de relatie tussen niet-taakgerelateerd ICT-gebruik en academische prestaties. Een belangrijke beperking van zijn onderzoek is overigens dat hij alleen gebruik heeft gemaakt van zelfrapportages. Enkele bevindingen zijn:

  • 69% van de studenten verstuurt tekstberichten tijdens colleges. 34% van de studenten doet dat de helft van de colleges of vaker.
  • 28% van de studenten maakt tijdens colleges gebruik van Facebook of email.
  • Studenten telefoneren nauwelijks tijdens colleges, en maken ook amper gebruik van instant messaging.
  • Met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten tijdens colleges resulteren ook op de langere termijn in lagere cijfers. Het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten draagt vooral bij aan incidental processing, en leidt af van effectieve leeractiviteiten (essential processing en representational holding).
  • De uitkomst dat instant messaging en telefoneren geen negatieve impact hebben op leerresultaten kan worden verklaard uit de bevinding dat deze activiteiten nauwelijks tijdens colleges worden toegepast. Dat geldt deels ook voor andere technologieën, zoals email: als zij vaker worden gebruikt, is de negatieve invloed op studieresultaten vaak groter. Daarnaast gaat het er ook om hoe technologieën worden ingezet, stelt Junco. Facebook-activiteiten gericht op het verzamelen en delen van informatie hebben een meer positief effect op leerprestaties dan het 'socializen'.

Dit onderzoek leert wat mij betreft dat je mobiele technologie en sociale media tijdens het leren niet zou moeten gebruiken voor niet-leertaakgebonden activiteiten zoals conversaties. Het zou echter een verkeerde conclusie zijn om mobiele technologie en sociale media niet in te zetten tijdens het onderwijs. Junco wijst terecht op het belang om meer te kijken naar hoe (en met welk doel) ICT wordt ingezet.

Waar het omgaat is dat je ICT een expliciete plek geeft binnen je onderwijsontwerp. Daarbij maak je duidelijk waarom, hoe en wanneer je ICT inzet (en wanneer ook niet). Ik toon bijvoorbeeld zelf tijdens workshops vaak een opengeklapte laptop of tablet op het moment dat we ICT gaan gebruiken, en een gesloten laptop of tablet als deelnemers niet geacht worden om technologie te gebruiken.

Daarnaast is er niet mis mee om expliciete 'sociale media'-pauzes in te lassen. Onderzoek leert namelijk ook dat de motivatie van lerenden wordt bevorderd als er tijdens het leren ruimte is voor niet-taakgebonden communicatie. Dat is echter wat anders dan multitasken.

Gezien de didactische mogelijkheden zou het een gemiste kans zijn om mobiele technologie en sociale media uit klas en collegezaal te weren. Bovendien leer je als jongere pas verstandig gebruik te maken van deze technologieën, door er gebruik van te maken.

In feite zou er nader onderzoek gedaan moeten worden naar de relatie tussen leerresultaten en didactisch doordacht vs ongestructureerd gebruik van mobiele technologie en sociale media in het onderwijs. Daarbij zou ook gekeken moeten worden of jongeren ook bij een didactisch doordacht en selectief gebruik van ICT in de verleiding komen om technologie te gebruiken om te 'socializen'.

Het onderzoek van Junco is helaas niet vrij toegankelijk. Ik werd er via mail door Lex Dierssen op gewezen.

Junco, R. (2012) In-class multitasking and academic performance. Computers in Human Behavior (2012), http://dx.doi.org/10.1016/j.chb.2012.06.031

Doet didactiek er eigenlijk niet toe?

Hoogleraar Michael Wesch maakte enkele jaren geleden furore met zijn YouTube-films en keynotes waarin hij illustreerde hoe zeer technologie is doorgedrongen in het leven van jongeren. Wesch pleitte voor andere manieren van leren, waarbij sociale media gebruikt zouden moeten worden om jongeren actiever te betrekken bij het onderwijs. Volgens The Chronicle of Higher Education is Wesch hier toch wat anders tegen aan gaan kijken.

The Chronicle of Higher Education schrijft dat verschillende docenten aan de slag zijn gegaan met Wesch' ideeën. Zonder goede resultaten. Een aantal klaagt dat het gebruik van sociale media leidt tot chaos in de klas. Tegelijkertijd zijn er ook docenten die ICT weren uit de collegezaal, maar die toch grote groepen lerenden weten te boeien. Wesch stelt daarom nu:

It doesn't matter what method you use if you do not first focus on one intangible factor: the bond between professor and student.

In de blog post Michael Wesch: It's a Pull, Pull World formuleert hij dit anders: we moeten vooral nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht bevorderen. Als studenten nieuwsgierig zijn, dan gaan zij vanzelf leren.

De boodschapper is belangrijker dan de boodschap, aldus The Chronicle. Want de boodschapper kan inspireren. De vraag is of je dat kunt leren.

Ik denk het voor een deel wel. De wijze waarop je een boodschap 'brengt', kun je leren. Het vertellen van authentieke verhalen is daar een voorbeeld van.

Wesch' opvatting over het belang van nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht en inspiratie sluit aan bij het pleidooi van Sugata Mitra over het 'raken van de juiste snaar' of bij Rob Martens' inzichten rond het bevorderen van intrinsieke motivatie. De laatste heeft laten zien dat sociale media juist 'affordances' hebben die de intrinsieke motivatie bevorderen.

Didactiek doet er dan ook wel degelijk toe. Leermiddelen doen er veel minder toe, ook al hebben bepaalde technologieën 'affordances' die tot de verbeeldingskracht spreken. Als je deze middelen echter 'ongeïnspireerd' inzet, dan sla je de plank mis. Want het gaat vooral om motivatie. Verder moet de wijze waarop onderwijs wordt verzorgd vooral ook bij de persoon van de onderwijsgevende passen. Anders verlies je juist authenticiteit.

Via D'Arcy Norman.

Presentatie sociale media in het onderwijs en de rol van OpenU

Vanmiddag heb ik bij de faculiteit Natuurwetenschappen van de Open Universiteit een presentatie verzorgd tijdens een intern seminar. In deze presentatie ben ik ingegaan op de vraag hoe je sociale media binnen het onderwijs kunt inzetten. Ik heb daarbij ook een link gelegd met OpenU, de relatief nieuwe OU-omgeving die op dit moment binnen Onderwijswetenschappen en Informatica wordt gebruikt. OpenU bevat diverse sociale media functionaliteiten:

  • Profiel en contacten
  • Weblogs
  • Wiki
  • Bratsen

Verder ben ik ingegaan op

  • Online video
  • RSS
  • Read it Later
  • Twitter

Hieronder vind je mijn slides. Gebruik je een iPad, die Flash niet ondersteunt, dan kun je de presentatie ook als PDF-document downloaden.  

Sociale netwerken positief voor leerprestaties

Bij de introductie van sociale netwerken is aanvankelijk met optimisme geschreven over de potentie ervan voor onderwijs en leren. Vervolgens plaatste onderzoek zoals dat van Kirschner en Karpinski ons weer met beide benen op de grond: het gebruik van applicaties zoals Facebook tijdens de studie, beïnvloedt leerprestaties negatief. Jongeren zouden vooral afgeleid worden, en zich minder concentreren op de leerstof.

Hoogleraar Christine Greenhow van de Universiteit van Maryland komt op basis van onderzoek evenwel tot andere conclusies:

“When kids feel connected and have a strong sense of belonging to the school community, they do better in school,” said Greenhow, an education professor. “They persist in school at higher rates and achieve at higher rates. ... It’s pretty promising that engaging in social networking sites could help them to develop and deepen their bonds over time.”

Door gebruik te maken van sociale netwerken binnen het onderwijs zou je leren bovendien meer betekenisvol en relevant voor jongeren maken, meent Greenhow.

De sleutel tot succes lijkt met didactiek te maken te hebben. Facebook past minder goed bij 'klassieke' lessen van 50 minuten waarbij instructie de dominante doceeractiviteit is, maar juist beter bij projectmatig werken in groepen. Ook vermoed ik dat het ligt aan de intensiteit en de gedoseerdheid waarmee je sociale netwerken in het onderwijs inzet. Aan het begin van een onderwijsblok en aan het eind kan waarschijnlijk minder kwaad dan continue tijdens leeractiviteiten. En dat geldt vermoedelijk ook voor 'thuis leren'.

Zeige 1 - 5 von 6 Ergebnissen.
Elemente pro Seite 5
von 2