Blog

Einträge mit dem Tag trends.

Reflectie op de Online Educa Berlijn 2012 #oeb12

 

De afgelopen week heb ik editie 2012 van de Online Educa Berlijn bezocht. In individuele blogposts heb ik daar verslag van gedaan (ze onder aan deze post). Deze bijdrage vormt een algemene reflectie op dit congres.
 
Stand Egypt On OEBMet meer dan 2000 deelnemers uit 96 landen, ongeveer evenredig verdeeld over overheid, bedrijfsleven en onderwijs, is de Online Educa Berlijn één van de grootste en meest internationale conferenties op het gebied van technology enhanced learning ter wereld. De aanwezigheid van sprekers en deelnemers uit landen als Egypte, Jordanië, Namibië, India, de Verenigde Staten, Brazilië, Finland, Italië, Duitsland en Nederland geeft een speciale dynamiek aan dit congres. De diverse perspectieven en de verschillende mate van volwassenheid van e-learning is de kracht en tevens zwakte van deze conferentie. De meeste keynotes inspireerden. Het is verder een uitstekende ontmoetingsplek voor oude bekenden en nieuwe relaties. 
 
In één van de gesprekken kreeg ik de vraag of ik tijdens de Online Educa Berlijn ook wel eens nieuwe ontwikkelingen zag. Dat is niet het geval. Ik zou eerlijk gezegd ook aan mezelf gaan twijfelen als ik tijdens een dergelijke conferentie geconfronteerd zou worden met nieuwe trends op het gebied van technology enhanced learning. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niets leer. Integendeel.
 
1. Fragmentatie e-learning
 
E-learning is een niche, en toch valt tijdens zo'n congres op hoe gefragmenteerd deze niche is. Er zijn veel relatief kleine bedrijven en enkele grote spelers actief op dit terrein. Deze bedrijven verzorgen tal van diensten en bieden producten aan op deelterreinen als contentontwikkeling, consultancy, certificering, simulaties, online video en leerplatforms.
Je hebt ook te maken met tal van branches die werken met e-learning: het onderwijs, non gouvernementele organisaties (bijvoorbeeld van de Verenigde Naties), de gezondheidszorg, de luchtvaartindustrie, ICT-bedrijven, multinationals, midden- en kleinbedrijf, kennisintensieve organisaties, bedrijven met veel routinematig werk maar leervragen op basis van wet- en regelgeving.
Verder zijn er tal van technologische, didactische en organisatorische ontwikkelingen en 'issues' die een rol spelen bij e-learning. Denk aan 
  • mobiele technologie
  • ontwikkelingen op het gebied van het kunnen volgen van lerenden (bijvoorbeeld de invloed van de quantified self beweging)
  • meer verantwoordelijkheid voor de lerende voor het eigen leerproces
  • open educational resources
  • flexibilisering en personalisering
  • leiderschap 
  • privacy en security
Deze fragmentatie komt duidelijk naar voren in het programma, en in het overzicht van deelnemers. Het congresthema 'Reaching Beyond Tomorrow' heeft zo'n brede scope dat het goed mogelijk is dat andere congresdeelnemers deelnemers andere hoogtepunten en leermomenten hebben ervaren dan ik. 
 
De grote diversiteit en fragmentatie maakt e-learning daarmee eveneens tot een interessant, complex en kwetsbaar terrein. Hebben kleine bedrijven voldoende slagkracht om snel te innoveren en waarde te hebben voor bijvoorbeeld multinationals die hun leerfunctie moeten versterken en vernieuwen? Gaat een enkel groot mediabedrijf, zoals Pearson, de markt uiteindelijk domineren?
 
2. Kan didactiek technologie bijbenen?
 
Technologie wordt steeds krachtiger. Dit werd niet alleen door menig spreker geïllustreerd. Als trouw deelnemer van de Online Educa Berlijn ervaar je dat ook aan den lijve. Tijdens mijn eerste 'OEB' stond ik voorafgaand aan en na afloop van sessies in de rij voor een laptop om even mijn e-mail te checken. Vervolgens nam ik mijn eigen laptop en later netbook mee. Het draadloze netwerk in het congreshotel was echter vaak niet echt stabiel,  terwijl ik in het 'logeerhotel' diep in de buidel moest tasten voor een redelijke internetverbinding. Nu heb ik probleemloos en zonder kosten in de hotels gebruik kunnen maken van internet op mijn iPad. Een bijkomend effect was wel dat de werkdagen daardoor 'verlengd' werden.
Bovendien is het laptop/smartphone/tablet-bezit onder de aanwezigen drastisch toegenomen.
Onderwijs en opleidingen zijn sinds 2003, toen ik voor het eerst de Online Educa Berlijn bezocht, niet drastisch veranderd. Natuurlijk, we kennen voorbeelden van de flipped classroom, massive open online courses, leren met mobiele technologie en 'social learning'.
Deze voorbeelden, die je tijdens een congres als dit regelmatig tegenkomt, vallen echter in het niet bij het nog steeds dominante aanbod van blended en online cursussen en trainingen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit benchmarkonderzoek: traditionele vormen van e-learning (de modules) zijn nog steeds dominant als e-learningtoepassing.
Verschillende sprekers suggereerden dat onderwijs en opleidingen al drastisch aan het veranderen zijn, mede als gevolg van technologie. Ik geloof eerder in de metafoor van de lawine, die sir Michael Barber op dag 1 van de Online Educa gebruikte: er zijn van allerlei ontwikkelingen gaande, maar die zijn nog niet zichtbaar.
 
3. Over leiderschap, investeren, innoveren en waarde toevoegen
 
Technologie wordt -zoals gezegd- steeds krachtiger, en zal op termijn veel impact hebben op de inhoud van en de wijze waarop wij leren en ontwikkelen. Het onderwijs en de Learning & Development-functie van organisaties veranderen op dit moment echter minder snel en drastisch dan veel sprekers doen vermoeden. Andere branches innoveren, vermoed ik, sneller en disruptiever dankzij technologie. Tijdens de door mij bezochte pre-conferentie bleek bijvoorbeeld dat Nederland achterloopt op verschillende landen als het gaat om de toepassing van online en blended learning.
Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat het veel zegt over leiderschap, de durf om te investeren en te innoveren. Brits onderzoek laat  namelijk zien dat bedrijven die durven te investeren in e-learning daar ook meer baat bij hebben. De business cases worden duidelijker. Leren en ontwikkelen draagt bij top performers (de succesvolle e-learning toepassende bedrijven) daadwerkelijk bij aan betere prestaties.
Dit vraagt wel om leiderschap binnen organisaties, en om de durf om te investeren in innovaties. Voorwaarde is ook dat L&D professionals zich richten op het daadwerkelijk toevoegen van waarde. Dus door bij te dragen aan het verlagen van kosten van opleiden, door het reduceren van opleidingstijd en door het bevorderen van een grote productiviteit en klanttevredenheid. Succesvolle bedrijven bereiken dat daadwerkelijk met e-learning. Zij investeren relatief meer in e-learning, met name aan strategie, communicatie en informeel leren. 
 
4. Het belang van reflecteren en evalueren
 
Een andere belangrijke conclusie is dat stil staan bij waar we mee bezig zijn, reflecteren op wat we doen en het doen van evaluatieonderzoek belangrijk zijn voor de kwaliteit van technology enhanced learning en het vergroten van draagvlak voor leren met behulp van technologie. Dankzij onderzoek leren we meer van fouten, en kunnen we beter onderstrepen wat werkt. Uiteraard zul je er daarbij voor moeten waken dat je voldoende rekening houdt met specifieke situaties. Blind kopiëren werkt namelijk niet. Tijdens de Online Educa heb ik voorbeelden gezien van evaluaties die juist motiverend bleken te werken, maar ook van projecten waarbij de opdrachtgever om onduidelijke redenen geen belangstelling had voor evaluaties.
 
5. Hybride leren
 
Binnen organisaties neemt de diversiteit aan leeractiviteiten en leertechnologieën toe, ook al zijn e-learning en blended cursussen nog steeds dominant als het gaat om leren met behulp van ICT. Mede dankzij mobiele technologie (zelfs via eenvoudige 'devices' als de Sony PSP) en sociale media wordt werkplek leren en informeel leren beter gefaciliteerd. Mobiele technologie wordt ook, mede dankzij de tablets, op een steeds natuurlijkere manier  gebruikt voor leren. Performance support (dat vooral gericht is op het 'just in time' leren gebruiken van systemen en procedures) maakt naadloos deel uit van werkplek leren en wordt vaak niet meer als een separate manier van leren beschouwd. Er is dus sprake van een nauwe vermening van verschillende vormen van leren. Het sec invoeren van mobiele technologie alleen leidt echter niet vanzelf tot krachtige, gemengde, leerarrangementen.
 
6. De kracht van eenvoud
 
Tijdens deze editie van de Online Educa heb ik diverse pleidooien gehoord voor eenvoud als het gaat om e-learningtoepassingen. Eenvoudige devices en minimalistische ontwerpen blijken te leiden tot effectieve manieren van leren. Ook blijken relatief eenvoudige didactische interventies, zoals het geven van feedback via ICT, goed te werken. Daar zouden we meer oog voor moeten hebben.
 
7. School bashing
 
Tijdens congressen als de Online Educa wordt regelmatig kritiek geuit op de wijze waarop op school geleerd wordt. Tijdens deze editie was echter sprake van 'school bashing':
  • Jongeren zouden op school nauwelijks wat relevants leren. 
  • Scholen leiden jongeren onvoldoende op voor een baan (universitair afgestudeerden zijn in veel landen relatief vaker werkloos dan voortijdig schoolverlaters).
  • De wijze waarop op school geleerd wordt, zou volstrekt achterhaald zijn.
  • Gratis massive open online courses in combinatie met alternatieve manieren van certificeringen maken scholen overbodig.
Ik ben de laatste die geen kritiek wil leveren op de leerinhouden van het huidige onderwijs, de doorgeslagen standaardisatie, de gehanteerde didactiek en de wijze van beoordelen. Maar ik beschouw de 'school bashers' als naïef en kortzichtig.
Het zijn a) uitzonderlijk getalenteerde jongeren en/of b) jongeren uit blanke, rijke, milieus (met ouders met sterke netwerken) die zich ook zonder school goed kunnen ontwikkelen, en maatschappelijk succesvol worden. Bovendien hebben de 'school bashers' geen oog voor de kwaliteit van arbeid van voortijdig schoolverlaters.
Tenslotte focust iemand als Donald Clark eenzijdig op het voorbereiden van jongeren op presteren binnen een beroep. Het onderwijs heeft echter een bredere functie: 'Bildung' en 'Liberating the Imagination'. Hoe komen jongeren in sloppenwijken en arme buurten daar anders mee in aanraking?
 
Nota bene: de L&D-functie binnen arbeidsorganisaties ligt ook tijdens een congres als deze regelmatig onder vuur.
 
8. Big data en learning analytics
 
Dankzij technologie zijn we in staat veel data over lerenden te genereren, te verzamelen, filteren en analyseren. We beschikken over tal van tools waarmee we een grote diversiteit aan data kunnen verzamelen en met elkaar kunnen verbinden. Denk aan een analyse van het gebruik van sociale media en de leerprestaties, of aan gegevens over de fysieke gesteldheid en performance op de werkvloer.
Tijdens de Online Educa Berlijn waren big data en learning analytics dan ook belangrijke trends. Het blijft echter noodzakelijk om kritische vragen te stellen over misbruik door verkeerde interpretaties en eigenaarschap van data. Als ik me inschrijf bij een school, dan accepteer ik dat deze school data over mij verzamelt en analyseert. Maar accepteer ik het ook dat mijn data door een learning serviceprovider van de school (zoals Pearson) wordt gebruikt om voorspellingen te doen over het leersucces van lerenden? Welke prijs betalen we voor gratis producten en services? En wat doet Facebook met de data als we dit sociale netwerk voor leren en onderwijs inzetten?
Aan de andere kant blijkt wetgeving over databescherming de implementatie van e-learning ook erg complex te kunnen maken.
 

Blogposts Online Educa Berlin 2012

Trends tijdens het CvI-congres: optimalisatie in plaats van vernieuwing?

De afgelopen week heb ik met genoegen dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT gevolgd. Tijdens deze conferentie is door zestien bloggers intensief verslag gedaan. In deze blogpost wil ik op basis van diverse bijdragen kijken of er trends zijn te ontdekken. Ik eindig met twee stellingen.

  • Het 'gewone' gebruik van de elektronische leeromgeving is business as usual, en geen reden meer voor betrokkenen om hier kennis over te delen. Er werden bijvoorbeeld wel verschillende bijdragen verzorgd over pilots met iPads. Praten we liever over recente initiatieven waar we weinig ervaringen mee hebben opgedaan, dan over langer in gebruik zijnde toepassingen met ongetwijfeld veel 'lessons learned'? (Willem van Dinther en ik vroegen ons dit tijdens de lunch van dag 2 af?).
  • Het mbo blijft een sector in beweging. De toenemende aandacht voor taal en rekenen (ook tijdens dit congres) leidt tot avo-isering van het mbo. Daarnaast is er een sterke focus op vakmanschap, waar jongeren zich in kortere tijd toe moeten ontwikkelen. De vrees is dat dit ten koste gaat van de pedagogische opdracht van het mbo. Daarnaast lijkt OCW het mbo minder toegankelijk te willen maken voor zorgleerlingen. Zonder zicht op een volwaardig alternatief. Triest. Verder heeft het mbo te maken met teruglopende bezuinigingen en ontslagen. Deze context werkt m.i. belemmerend voor vernieuwingen. Of zien we juist kansen?
  • Het mbo wil ook haar opleidingsaanbod vernieuwen, mede als gevolg van technologische ontwikkelingen. Dit leidt tot nieuwe opleidingen als smart media advisor, die worden verzorgd terwijl ze nog niet uitontwikkeld zijn. In combinatie met de toenemende compactheid van opleidingen leidt dit tot discussie over kwaliteit.
  • Het mbo worstelt al verschillende jaren met verdere flexibilisering van het onderwijs. Dat bleek o.a. uit de sessies over de onderwijscatalogus en het onderzoek naar onderwijsvernieuwing die ik heb bijgewoond. Instellingen maken ook bewust een pas op plaats omdat de voorwaarden voor flexibilisering nog niet gerealiseerd zijn ('de boel op orde'). Het valt me ook op dat nagenoeg niet gekeken wordt naar online of blended learning (met minder face-to-face onderwijs) als alternatief. Een belangrijke reden hiervoor is de controletirannie van het ministerie van OCW en Onderwijsinspectie waarbij alleen aanwezigheid wordt gewaardeerd, in plaats van het leren zelf. Wellicht dat de mbo-instellingen hier wat 'onschuldige fraude' moeten plegen.
  • Experimenten met de iPad wijzen erop dat het gebruikersgemak van dit apparaat het gebruik van ICT in het onderwijs kan bevorderen. Tegelijkertijd behoeft de relatie met didactiek zachts gezegd nog de nodige aandacht, en zijn er ook zorgen over nieuwe monopolievorming binnen het onderwijs (Microsoft verruilen voor Apple).
  • Er is in toenemende mate aandacht voor professionalisering van docenten op het gebied van digitale didactiek. Er zijn echter grote verschillen over hoe onderwijsinstellingen dit invullen (gedegen, incidenteel, nauwelijks). In mijn eigen sessie heb ik handvaten proberen te geven voor een substantiële aanpak. Ook wordt gewerkt aan algemene bekwaamheidseisen op dit gebied.
  • Er komt meer aandacht voor geïntegreerde digitale leer- en werkomgevingen (vaak op basis van portal-software) dan voor aparte applicaties (zoals een aparte elektronische leeromgeving, een apart management informatiesysteem, student administratiesysteem, en dergelijke). Daarbij wordt sporadisch ook gekeken naar 'learning analytics', ook al wordt deze term binnen het mbo vermeden. Verder is er ook nog steeds veel aandacht voor oplossingen voor managementinformatie op zich.
  • Binnen het mbo wordt ongelofelijk veel data en informatie vastgelegd in systemen. Als je ziet wat bijvoorbeeld aan informatie in een onderwijscatalogus wordt vastgelegd, dan vraag ik me af of dit nog wel past bij de doelen die men voor ogen heeft (vergroten van transparantie en mogelijk maken van keuzemogelijkheden). Enerzijds wordt het mbo hiertoe verplicht (bijvoorbeeld ook door gemeentes), maar anderzijds maakt men hier in ook eigen keuzes. De koppeling van verschillende systemen vergroot eveneens de complexiteit. Mij bekruipt soms de angst dat het mbo vastloopt in bureaucratie en in beheersen (in plaats van vernieuwen). Hopelijk heeft het pleidooi voor een veilige chaos de aanwezigen aan het denken gezet.
  • Cloud computing is ook een trend binnen het mbo. Organisaties zoeken hierin voorzichtig samenwerking ('community cloud'). Een goede zaak. Bring Your Own Device is eveneens en onmiskenbaar een belangrijke ontwikkeling binnen het mbo. Al heeft men vooral nog veel vragen. Ook was er beperkt aandacht voor innovaties zoals context aware computing (dankzij mobiele technologie), augmented reality en 3D printen. OER betekent in het mbo nog steeds Onderwijs- ExamenRegeling, en niet Open Educational Resources.
  • Toen John Schobben van ROC De Leijgraaf opmerkte dat interne onderzoeksverslagen lazen als Peyton Place, stelde niemand de vraag: "Wat is dat, Peyton Place?" Oeps.....
  • Stelling 1: er was tijdens deze conferentie meer aandacht voor het versterken van de organisatie van het leren met ICT, dan voor het versterken van het leren zelf met ICT (die indruk krijg ik althans).
  • Stelling 2: mbo-instellingen zijn meer bezig met optimalisatie dan met vernieuwing van het onderwijs.
Horizon-rapport 2012 signaleert paradigma-shift binnen onderwijs

De publicatie van het Horrizon-rapport rond deze tijd is langszamerhand een standaard terugkerend fenomeen aan het worden. Opvallend is dat de samenstellers dit jaar een duidelijke 'paradigma-shift' in het onderwijs signaleren. De verslechterde economische situatie dwingt het onderwijs daartoe.

Elk jaar publiceert The New Media Consortium een rapport waarin zij de zes belangrijkste trends op het gebied van ICT en hoger onderwijs schetsen. Een groot aantal experts analyseert belangrijke ontwikkelingen, en vat vervolgens trends samen voor de korte, middellange en lange termijn. Een verschil met andere jaren is dat je nu geregistreerd moet zijn om het rapport te kunnen downloaden.

De auteurs beschrijven weer zes key trends die voor een groot deel overeenkomen met de trends van verleden jaar. Editie 2012 van het rapport constateert nadrukkelijk een 'paradigma-shift' op het gebied van het onderwijs. Mede als gevolg van verminderde budgetten zoeken onderwijsinstellingen in online leren, hybride leren en modellen voor samenwerking naar alternatieven voor het relatief dure face-to-face onderwijs. Op het niveau van de klas signaleert men een nieuwe nadruk op meer 'challenge-based' en actief leren.

De significante uitdagingen kennen ook veel overlap met de knelpunten van 2011. Dit jaar benadrukken de auteurs ook dat institutionele drempels organisaties in de weg zitten om nieuwe technologieën op een constructieve manier binnen het onderwijs in te zetten. Het hoger onderwijs houdt te zeer vast aan de status quo, aldus het Horizon-rapport 2012. De samenstellers denken ook dat er nieuwe business modellen nodig zijn om nieuwe vormen van wetenschap te bedrijven, mogelijk te maken.

De belangrijkste technologische trends van 2012 zijn dan:

  • Het toenemende gebruik van mobiele apps (korte termijn)
  • Het gebruik van tablet PC's (korte termijn)
  • Game-based learning (middellange termijn)
  • Learning analytics (middellange termijn)
  • Gesture-based computing: computers worden bediend met lichaamsbewegingen, gezichtsuitdrukkingen en stemherkenning (lange termijn)
  • Het internet der dingen (alledaagse objecten zijn verbonden met het internet en bevatten 'slimme' informatie)

In vergelijking met verleden jaar is weer sprake van een lichte verschuiving in trends, en niet van trendbreuken.

Zeige 3 Ergebnisse.