<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
  <title>Wilfred Rubens</title>
  <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/rss" />
  <subtitle>Wilfred Rubens</subtitle>
  <entry>
    <title>De didactische basis van MOOC's: het geheel is meer dan de som der delen</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-didactische-basis-van-mooc-s:-het-geheel-is-meer-dan-de-som-der-delen" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-didactische-basis-van-mooc-s:-het-geheel-is-meer-dan-de-som-der-delen</id>
    <updated>2013-05-09T09:50:40Z</updated>
    <published>2013-05-09T09:50:39Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Volgens drie Australische onderzoekers hebben massive open online courses een gedegen didactische basis. Ik vraag me echter af of deze conclusie gerechtvaardigd is. De onderzoekers kijken wat mij betreft te gefragmenteerd naar de didactische componenten.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In &lt;a class="link" href="http://firstmonday.org/ojs/index.php/fm/article/view/4350/3673" target="_blank" title="The pedagogical foundations of massive open online courses"&gt;The pedagogical foundations of massive open online courses&lt;/a&gt; onderzoeken David George Glance, Martin Forsey en Myles Riley of bij MOOC's sprake is van een deugdelijke didactische basis. Zij lijken daarbij de zogenaamde xMOOC's synoniem te stellen met MOOC's. Volgens de auteurs hebben MOOC's de volgende didactische componenten gemeen:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		massale participatie&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		online en vrij toegankelijk&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		hoorcolleges via korte video's, gecombineerd met formatieve quizzes&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		geautomatiseerd assessment en/of peer en self-assessment&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		online fora voor peer support en discussie&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Deze componenten hebben veronderstelde didactische voordelen, zoals onderstaande tabel samenvat: &lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/wp-content/uploads/2013/05/tabeldidcommooc.png"&gt;&lt;img alt="Characteristics of MOOC's" class="size-medium wp-image-7052 alignnone" height="269" src="http://www.te-learning.nl/blog/wp-content/uploads/2013/05/tabeldidcommooc-300x269.png" style="margin: 3px;" width="300" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Volgens de auteurs verschillen deze cursussen van reguliere universitaire cursussen door de combinatie van deze factoren, de massale deelname en het open karakter. Via een uitgebreide literatuurstudie hebben Glance cs vervolgens onderzocht in hoeverre er bewijsmateriaal is voor de veronderstelde voordelen van de didactische componenten. De belangrijkste conclusies zijn:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Het is ingewikkeld om online cursussen te vergelijken met blended en face-to-face cursussen. Studies die gericht zijn op vergelijkingen vinden meestal geen significante verschillen in leerprestaties. In een aantal studies slaat de balans door in het voordeel van online leren. Andere studies wijzen wel op nadelen van online leren, zoals meer verzuim en een groter beroep op zelfsturing. Toch concluderen Glance sc dat online leren net zo effectief is, wellicht effectiever, dan klassikaal leren. Vanuit efficiency oogpunt is online leren bovendien ook noodzakelijk.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		MOOC's stellen lerenden in staat om 'wederkerend' te leren en regelmatig te toetsen of zij het geleerde hebben begrepen. Volgens de auteurs is er vanuit de cognitieve leerpsychologie veel bewijs dat dit veel voordelen voor leren heeft.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		MOOC's bieden lerenden de gelegenheid voor 'mastery learning' (stap voor stap, in eigen tempo leren en steeds beter worden). Onderzoek wijst op positieve resultaten van 'mastery learning' zien.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De meeste studies wijzen op voordelen van peer assessment voor leren, en voor het ontwikkelen van vaardigheden voor zelfstandig leren dankzij self-assessment. Het laatste blijkt vooral belangrijk voor een leven lang leren. Binnen een Coursera-cursus bleek sprake te zijn van een sterke correlatie tussen beoordelingen op basis van peer assesment en beoordelingen door docenten.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Online discussiefora spelen een belangrijke rol bij communityvorming, maar dragen pas bij aan verdiepend leren als sprake is van een zorgvuldige planning en begeleiding. Dit geldt overigens ook voor face-to-face discussies.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	De overall conclusie van de drie Australische onderzoekers is&lt;/p&gt;
&lt;blockquote&gt;
	&lt;em&gt;that MOOCs have a sound pedagogical basis for their formats.&lt;/em&gt;&lt;/blockquote&gt;
&lt;p&gt;
	Ik vraag me af of je deze conclusie op basis van hun literatuurstudie kunt trekken. In hun vergelijking van MOOC's met reguliere universitaire cursussen valt bijvoorbeeld op dat Glance cs het ontbreken van certificering en maatschappelijke erkenning niet noemen. Ook is het de vraag of MOOC's onder een vergelijkbaar kwaliteitszorg-regime vallen als reguliere universitaire cursussen. Het massale karakter is wat mij betreft ook een cruciale didactische component, die het overzicht van van didactische componenten en voordelen voor leren ontbreekt. Daarnaast ben ik van mening dat de onderzoekers de verschillende componenten te gefragmenteerd benaderen. Het geheel is meer dan de som der delen. Kun je wel naar de losse componenten kijken, en concluderen dat ze in gezamenlijkheid bijdragen aan een deugdelijke didactische basis? Waarbij je naar mijn mening onderscheidende didactische componenten, zoals de massaliteit, ook nog eens onvoldoende betrekt. Dat MOOC's lerenden in staat stellen wederkerend te leren en zichzelf regelmatig te toetsen, wil nog niet zeggen dat ze dat ook doen. Hetzelfde geldt voor '&lt;em&gt;mastery learning&lt;/em&gt;'. Het massale karakter en de hoge mate van vrijblijvendheid binnen MOOC's (door het ontbreken van certificering) kunnen deze didactische voordelen wel eens beperken of zelfs te niet doen. Volgens mij is het niet erg zinvol om naar de didactische basis van MOOC's te kijken, zonder oog te hebben voor massaliteit en vrijblijvendheid als didactische componenten, en zonder te kijken naar de samenhang van de onderlinge componenten.&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-05-09T09:50:39Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Weten Wat Werkt en Waarom als het gaat om ict in het onderwijs</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/weten-wat-werkt-en-waarom-als-het-gaat-om-ict-in-het-onderwijs" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/weten-wat-werkt-en-waarom-als-het-gaat-om-ict-in-het-onderwijs</id>
    <updated>2013-04-14T08:16:31Z</updated>
    <published>2013-04-14T08:16:02Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Onlangs is &lt;a href="http://4w.kennisnet.nl/uitgaven/2013/02/13/4w-nummer-1-2013/" target="_blank" title="Editie 2 Weten Wat Werkt en Waarom"&gt;editie twee van 4W&lt;/a&gt; gepubliceerd. In dit wetenschappelijke tijdschrift van Kennisnet gaan onderzoekers in op opbrengsten en werking van ict in het onderwijs. Maar ook op praktijkvragen die nog niet beantwoord zijn. Eigenlijk zou het tijdschrift 5W moeten heten: Weten Wat Wanneer Werkt en Waarom.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Editie twee bevat vier thema-artikelen die gaan over inrichting en organisatie van leerprocessen binnen een veranderende context:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Ruben Vanderlinde en Johan van Braak schrijven dat succesvolle ict-scholen over een gezamenlijk en breedgedragen ict-beleidsplan beschikken. Het is van groot belang dat docenten betrokken zijn bij het tot stand komen en het bepalen van de inhoud van deze plannen. Het proces van ict-beleidsplanontwikkeling is belangrijker dan het plan zelf.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Marieke van Geel en Adrie Visscher laten zien onder welke voorwaarden een leerlingvolgsysteem ingezet kan worden ten behoeve van opbrengstgericht werken. Samenhang, teamverband en draagvlak zijn daarbij sleutelwoorden.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Collega Paul Kirschner maakt onder meer duidelijk dat veel jongeren niet vanzelf in staat zijn om ict "doelmatig en doeltreffend" voor leren te gebruiken. Leraren in opleiding blijken ook beperkt en passief gebruik te maken van technologie. Op het gebied van 'digitale didactiek' hebben zij nog veel te leren.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Nele Coninx, Karel Kreijns en Wim Jochems gaan in op de vraag hoe je ict kunt gebruiken om beginnende docenten effectief feedback te geven. Zij stellen o.a. dat synchroon coachen effectief kan werken bij klassenmanagement, didactiek en pedagogiek, maar niet bij vakinhoud.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Opvallend dat Kennisnet in deze editie de nadruk legt op de veranderende context. De context waarin ict wordt ingezet is namelijk altijd van invloed op 'de werking'. Daarom zou het tijdschrift in feite 5W moeten heten: Weten Wat Wanneer Werkt en Waarom. Ik ben erg positief over &lt;a href="http://4w.kennisnet.nl/ " target="_blank" title="4W van Kennisnet"&gt;4W&lt;/a&gt;:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		De artikelen zijn bondig en over het algemeen erg leesbaar geschreven. Dat wordt versterkt doordat de artikelen begeleid worden door kernpunten (de kern van het artikel).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De onderwerpen van de bijdragen zijn specifiek, maar relevant.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Kennisnet draagt met dit tijdschrift bij aan verspreiding van onderzoeksresultaten die in veel gevallen het Engelstalige wetenschappelijke circuit niet verlaten, en docenten niet bereiken.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-04-14T08:16:02Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Impressie Managementconferentie middelbaar beroepsonderwijs</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-managementconferentie-middelbaar-beroepsonderwijs" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-managementconferentie-middelbaar-beroepsonderwijs</id>
    <updated>2013-04-14T08:14:42Z</updated>
    <published>2013-04-14T07:48:41Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	De afgelopen week vond in De Gieterij in Hengelo de Managementconferentie van het Consortium voor Innovatie plaats. Aan deze conferentie deden ongeveer 1100 vertegenwoordigers uit het middelbaar beroepsonderwijs mee (met name directeuren, teamleiders en stafmedewerkers). Liesbeth Kester van Celstec heeft hier een workshop georganiseerd over het &lt;a href="http://www.openu.nl/opo" target="_blank" title="Ontwikkelen Praktijkgerichte Opleidingen"&gt;ontwikkelen van praktijkgerichte opleidingen&lt;/a&gt;, terwijl ik twee 'pitches' heb verzorgd over het leertraject '&lt;a href="http://www.openu.nl/leertrajecten" target="_blank" title="Leertraject"&gt;Leren en doceren in de 21e eeuw&lt;/a&gt;' en over &lt;a href="http://www.openu.nl/saito" target="_blank" title="SAITO"&gt;SAITO&lt;/a&gt; (Strategisch Advies voor Innovatie van Training en Onderwijs).&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Elke twee jaar vindt deze managementconferentie plaats. Behalve de korte keynotes en enkele sessies door externen, worden de meeste presentaties verzorgd door de mbo-instellingen zelf. Dat maakt dit congres tot dé plek om geïnformeerd over de stand van zaken binnen het mbo als het gaat om thema's als professionalisering, bedrijfsvoering, informatievoorziening en onderwijsveranderingen zoals Focus op Vakmanschap en de Netwerkschool.&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De ontwikkeling rond &lt;a href="http://www.mboraad.nl/?dossier/166312/Focus+op+Vakmanschap.aspx" target="_blank" title="Focus op Vakmanschap"&gt;Focus op Vakmanschap&lt;/a&gt; baart mij zorgen. Het is weer een door OCW geparachuteerd initiatief met veel onduidelijkheden en onzekerheden.&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De congresorganisatie had vooraf zo'n vijftien deelnemers bereid gevonden om te bloggen over deze conferentie. Via de &lt;a href="http://hengelo2013.cviweblog.nl/" target="_blank" title="Conferentieblog IJzersterk"&gt;conferentieblog&lt;/a&gt; vind je ongeveer 70 bijdragen met impressies, foto's en video's. Verder is er intensief getwitterd (#cvimc). De unieke sfeer valt grotendeels weg bij de online bijdragen. Daarvoor had je woensdag en donderdag in Hengelo erbij moeten zijn.&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-04-14T07:48:41Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>OnderwijsInnovatie maart 2013 is uit</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/onderwijsinnovatie-maart-2013-is-uit" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/onderwijsinnovatie-maart-2013-is-uit</id>
    <updated>2013-03-22T13:59:16Z</updated>
    <published>2013-03-22T13:57:59Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	Vandaag is de &lt;a class="pdf" href="http://www.ou.nl/documents/10815/1599185/2013_OI_1.pdf" target="_blank" title="OnderwijsInnovatie"&gt;nieuwste editie&lt;/a&gt; van het blad OnderwijsInnovatie verschenen. In deze editie wordt aandacht besteed aan:&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Wetenschap of persoonlijke overtuiging? Aan de lopende band horen we beweringen over wat er mis is in het onderwijs. Veel van deze beweringen zijn volgens Paul Kirschner en Jeroen van Merriënboer niet gebaseerd op wetenschap maar op overtuiging.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Excellentie van online leren. Jo Boon en Leo Wagemans gaan in een praktisch artikel in op de evaluatie van e-learning.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		OpenU Nieuws. Wat zijn enkele actuele ontwikkelingen op het gebied van OpenU?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Succesfactoren van docentprofessionalisering. Fenna Swart formuleert op basis van een literatuuronderzoek wat er nodig is om het hoger onderwijs te verbeteren, en welke vormen van docentprofessionalisering hierbij het meest succesvol zijn.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-03-22T13:57:59Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>De precaire balans tussen spelen en leren bij serious games</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-precaire-balans-tussen-spelen-en-leren-bij-serious-games" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-precaire-balans-tussen-spelen-en-leren-bij-serious-games</id>
    <updated>2013-03-01T17:53:38Z</updated>
    <published>2013-03-01T15:50:44Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Wat zijn serious games en wat komt kijken bij het maken van serious games? Deze vragen kwamen aan de orde tijdens de livesessie van de OpenU masterclass "Hoe maak je een eenvoudige serious game?" Expert Peter van Rosmalen stelde daarbij dat het ontwikkelen van serious games voor een groot deel experimenteren is. Er is namelijk nog weinig bewijs over wat werkt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	Vanmiddag vond de livesessie plaats van de OpenU masterclass "Hoe maak je een eenvoudige serious game? Collega Peter van Rosmalen benadrukte daarin dat games niet het exclusieve domein van gameprofessionals zijn. Met behulp van vrij eenvoudige tools kunnen docenten en lerenden ook zelf games maken. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is wel de balans tussen gaming en leren.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;Wat zijn serious game?&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Serious games zijn spellen om van te leren. Met als belangrijke kenmerken: abstracte uitdaging, regels, interactiviteit, feedback. Het moet mensen raken.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Redenen om serious games in het onderwijs te gebruiken, zijn:&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Games motiveren heel sterk (autonomie, uitdaging) en bieden een sociale en cognitieve context waarin leren plaats vindt. Het sociale element -samen leren- is ook heel belangrijk.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Uitdagingen zijn er ook: docenten zijn niet thuis in games, de technologie is op scholen vaak niet toegankelijk voor games, er is sprake van fragmentarisch bewijs voor games (wat werkt), en games zijn vaak duur om te ontwikkelen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Volgens Peter is er een zeer grote variatie in games. Hij gaf enkele voorbeelden:&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		World of Warcraft. Wordt ook gebruikt om mensen te leren samenwerken. Kost veel geld om te ontwikkelen, en veel ontwikkeltijd. Er is sprake van complexe opdrachten, en een hoge leercurve.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Enercities. Je bouwt als lerende een stad en krijgt inzicht in allerlei ruimtelijke ordeningsprincipes. De mate van meeslependheid (immersiveness) is geringer dan bij World of Warcraft. Er wordt gebruik gemaakt van eenvoudigere opdrachten.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Wiki-game. Duidelijk leerdoel, eenvoudige vormgeving.&amp;nbsp;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Scratch. Lerenden kunnen zelf games en animaties maken. In feite gaat deze tool uit van het design-based learning paradigma (leren door games te ontwerpen). Daarmee leer je programmeervaardigheden en ontwikkel je creativiteit.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Wordfeud. Dit is een typisch voorbeeld van een een sociale game. Deze game bevordert taalontwikkeling. De meeslependheid is gering, en toch werkt deze game verslavend.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Twitter. Kun je ook gebruiken voor zeer eenvoudige games (TagMan).&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Daarbij valt op dat zowel een meeslepende game als World of Warcraft als een eenvoudige game als Wordfeud zo'n 12 miljoen gebruikers tellen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	In het vragenblok stelde Peter onder meer dat standaardgames vaak niet bedoeld zijn om te leren, en daardoor wat lastiger in te bedden zijn in het curriculum. Als het kan, prima. Maar kijk vooral naar de leerdoelen, adviseerde hij. Hij gaf ook aan dat serious games toegepast kunnen worden zonder ICT, maar lerenden het gebruik van computers bij serious games juist leuk vinden. Peter's focus ligt ook op games met ICT.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;Wat komt kijken bij het maken van serious games?&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Peter stond een paar jaar geleden voor de uitdaging om een gameconcept te realiseren met eenvoudige hulpmiddelen. Leren en spel moesten daarbij in balans zijn. Dat is essentieel.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Hij heeft toen geïndentificeerd welke principes belangrijk zijn vanuit de invalshoek van leren en vanuit de invalshoek van gaming:&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke competentie moet geleerd worden?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke (leer)taken met welke niveaus moeten aan de orde komen?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Binnen welk authentieke scenario spelen taken zich af?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke support (o.a. wat betreft procedures) is belangrijk?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke feedback geef je?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Hoe bouw je immersiviteit, esthetica en fidelity (getrouwheid) in? Maar zorg je er ook voor dat je de game eenvoudig houdt?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke uitdagingen en competitie -elementen bouw je in?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welk lot bouw je in? Crises, kansen? Zorg voor meer oplossingsrichtingen.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Van hieruit kijk je naar de mix tussen onderwijs en spel.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Tools zijn:&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Unity 3D Modelling. Deze tool is vrij complex. Je moet veel expertise hebben om deze omgeving te kunnen gebruiken.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		eAdventure. Deze tool is geschikt voor docenten (combi beeldmateriaal en eenvoudige regels).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Educaplay. Daarmee maak je kleine games, zoals quizzes, raadsels of kruiswoordpuzzels.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		- Wiki. Gebruik spelregels en geef mensen de gelegenheid om zelf binnen een wiki te ontwikkelen.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Peter gaf ook aan dat gesproken tekst niet noodzakelijk is binnen games, maar wel handig kan zijn. Dat hangt ook van het soort game af.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;Twee voorbeelden&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Als laatste gaf Peter twee voorbeelden van wiki-games. Dit is bij uitstek de meest elementaire vorm van een game, die met behulp van een simpele tool is ontwikkeld. Bijvoorbeeld over argumenten. Lerenden moesten in rondes stellingen ontwikkelen, argumenten bedenken, tegenargumenten bedenken en tenslotte conclusies trekken. Lerenden beoordelen daarbij ook elkaar. Door lerenden voor- en tegenargumenten te bedenken, scherpten lerenden hun eigen denken aan.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Een ander voorbeeld is een wiki-game rond werkwoord-spelling. De game liet lerenden in tweetallen zinnen maken, waarin zij bewust fouten in werkwoorden moesten maken. Vervolgens moest men fouten van anderen gaan verbeteren. Hierdoor verbeterden de lerenden aantoonbaar hun spellingsvaardigheden.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Beide wiki-games bevatten elementen van samenwerking, competitie, individuele uitdagingen, rol-elementen, erkenning door anderen en kansen (of je wint heeft ook te maken met de kwaliteit van je tegenteam). De perceptie van deelnemers &amp;nbsp;was overigens dat ze niet het idee hadden een game te spelen, maar dat het wel erg motiverend was.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Hieruit blijkt ook dat sprake is van een glijdende schaal tussen serious games en gamification. Deze twee games zijn in twee dagen gemaakt.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Peter concludeerde dat de hele precieze afbakening tussen spelen en leren heel lastig is. Er is ook nog weinig empirie van wat precies werkt. Daarom zul je ook nog zelf moeten experimenteren met het ontwikkelen van eenvoudige games. Je kunt ook leren door veel naar voorbeelden te kijken, en door je analyses te verbinden met bevindingen uit de literatuur.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-03-01T15:50:44Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>De enorme aandacht voor MOOC's</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-enorme-aandacht-voor-mooc-s" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-enorme-aandacht-voor-mooc-s</id>
    <updated>2013-02-27T09:19:18Z</updated>
    <published>2013-02-27T08:43:30Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	De laatste tijd word je op het gebied van &lt;em&gt;technology enhanced learning&lt;/em&gt; overspoeld met bijdragen over massive open online courses, MOOC's. Hogescholen en universiteiten bieden via speciale bedrijven of consortia vrij toegankelijke cursussen aan, waar grote hoeveelheden deelnemers aan mee doen. Deze cursussen worden overigens niet afgesloten met een erkend certificaat, al worden wel steeds vaker initiatieven genomen om MOOC's te erkennen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Vermoedelijk is op dit moment zelfs sprake van overspannen verwachtingen, die op een gegeven moment tot desillusies kunnen leiden (waarna we vervolgens een fase van gezond realisme en productiviteit in zullen gaan). Deze tendens zie je wel vaker op het gebied van 'e-learning' terug (denk aan Gartner's hypecycle of emerging technologies).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Waarover is de laatste weken zo al gepubliceerd?&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		De Wall Street Journal heeft een&amp;nbsp;&lt;a href="http://online.wsj.com/article/SB10001424127887324339204578173421673664106.html" target="_blank" title="Online Courses Look for a Business Model"&gt;artikel gewijd over business modellen&lt;/a&gt;&amp;nbsp;en MOOC’s. Dit is nog een behoorlijke zoektocht, zo blijkt. Zullen instituten voldoende middelen genereren door het matchen van deelnemers en werkgevers, het verkopen van content aan scholen of aan examinering? Coursera heeft in een maandenlange pilot maar een beperkt aantal deelnemers aan werkgevers gekoppeld. Voor Udacity geldt dat ook. Bereikt men ook niet-intrinsiek gemotiveerde&amp;nbsp;studenten? Hoelang zijn innovatieve bedrijven als Google en Autodesk bereid in MOOC’s te investeren? Levert samenwerking met Pearson op het gebied van examinering voldoende middelen op, mede gezien het feit dat slechts een kleine groep deelnemers examen doet? Of kunnen MOOC’s uiteindelijk toch alleen duurzaam worden georganiseerd via ‘&lt;em&gt;grand funding’?&lt;/em&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Je leest regelmatig bijdragen die kritiek hebben op het didactisch concept van MOOC’s. Hoogleraar Mark Guzdial spreekt zelfs van een&amp;nbsp;&lt;a href="http://computinged.wordpress.com/2013/01/04/moocs-are-a-fundamental-misperception-of-how-learning-works/" target="_blank" title="MOOCs are a fundamental misperception of how teaching works"&gt;fundamentele misconceptie van onderwijs&lt;/a&gt;. De belangrijkste taak van een docent is volgens hem namelijk niet het verzorgen van lezingen. Verder is een cruciaal element van onderwijs ‘&lt;em style="margin: 0px; padding: 0px; border: 0px; outline: 0px;"&gt;pedagogical content knowledge&lt;/em&gt;‘ (zeg maar vakdidactiek). Hier houden MOOC’s volgens hem onvoldoende rekening mee. Tenslotte hebben docenten vooral ook een motiverende taak richting studenten, niet alleen een ‘filterfunctie’. Mensen die pleiten voor vervanging van bestaand universitair onderwijs door MOOC’s begrijpen volgens hem niet hoe dit onderwijs werkt. Volgens de auteur komt dat doordat universiteiten onvoldoende hebben gedaan om goed onderwijs te erkennen, waarderen en er over te publiceren. Guzdial richt zich op bepaalde typen MOOC's. De didactische diversiteit is groter dan zijn bijdrage doet vermoeden.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://suifaijohnmak.wordpress.com/2013/02/22/the-3-ms-quality-and-instructional-design-of-moocs/" target="_blank" title="The 3 Ms, quality and instructional design of MOOCs"&gt;The 3 Ms, quality and instructional design of MOOCs&lt;/a&gt; stelt vragen bij de missie van MOOC’s (‘waartoe’), de kwaliteit en het business model. Met welke eisen zijn MOOC’s in overeenstemming? Hoe wordt kwaliteit bepaald en bewaakt? Wat is de relatie met de reputatie en geloofwaardigheid van de onderwijsinstelling? De auteur verwijst ook terecht vanuit historisch perspectief naar de '&lt;em&gt;dot.com&lt;/em&gt;'-crisis van rond 2001.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Phil Hill geeft een&amp;nbsp;&lt;a href="http://mfeldstein.com/the-most-thorough-summary-to-date-of-mooc-completion-rates/" target="_blank" title="The Most Thorough Summary (to date) of MOOC Completion Rates"&gt;samenvattend overzicht&lt;/a&gt; van de ‘&lt;em&gt;completion rates&lt;/em&gt;‘ van MOOC’s. Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van een onderzoek van een student van de Britse Open Universiteit. Daarin wordt naar 24 MOOC’s gekeken, en wordt ook een relatie gelegd met het aantal deelnemers. Gemiddeld rondt 7,6% van de deelnemers een MOOC af. Het percentage varieert van nog geen 1% tot ruim 19%. Hill gaat ook kort in op de relatie tussen beweegredenen van lerenden om deel te nemen aan een MOOC en de mate waarin zij een MOOC afronden. Veel lerenden participeren niet in een MOOC om deze ook daadwerkelijk formeel af te ronden.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Justin Ferriman meent dat er&amp;nbsp;&lt;a href="http://www.learndash.com/5-reasons-why-moocs-provide-little-real-value" target="_blank" title="5 Reasons Why MOOCs Provide Little Real Value "&gt;vijf redenen&lt;/a&gt;&amp;nbsp;zijn waarom MOOC’s betrekkelijk weinig waarde hebben. Hij stelt onder meer dat gratis niet altijd goed is (organisaties hoeven zich niet te verantwoorden), dat het de vraag is of je wat van MOOC’s leert, dat de certificaten en feedback weinig waarde hebben, dat badges nooit diploma’s zullen vervangen, en dat de technische en organisatorische infrastructuur niet volwassen is. Ferriman gaat voorbij aan het feit dat kwalitatief slechte MOOC’s ten koste kunnen gaan van de reputatie van instellingen, hij onderbouwt zijn stelling over leereffecten niet, en hij beschouwt de huidige MOOC’s onterecht als vervanger van het bestaande hoger onderwijs.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Elizabeth Redden&amp;nbsp;&lt;a href="http://www.insidehighered.com/news/2013/01/22/foreign-universities-consider-how-best-enter-mooc-market" target="_blank" title="Multinational MOOCs "&gt;gaat in&lt;/a&gt;&amp;nbsp;op de vraag hoe internationale universiteiten zich bewegen op het terrein van de MOOC's. Sommigen kiezen ervoor om zich aan te sluiten bij bestaande Amerikaanse initiatieven. Anderen verenigen zich in eigen partnerships (zoals het Britse Futurelearn). Deze staan ook open voor buitenstaanders. Er zijn inmiddels ook Franstalige MOOC's ontwikkeld. De bijdrage legt de nadruk op het globale karakter van MOOC's (66% van de Coursera-deelnemers komt niet uit de VS), illustreert dat MOOC's ontwrichtend kunnen werken, en positief en negatief kunnen zijn voor reputaties van instellingen. Ook benadrukt Redden dat het verdienmodel nog niet is uitgekristalliseerd.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Robert Talbert schrijft over zijn&amp;nbsp;&lt;a href="http://chronicle.com/blognetwork/castingoutnines/2013/01/15/lessons-learned-from-wrestling-with-a-mooc/" target="_blank" title="Lessons learned from wrestling with a MOOC"&gt;recente ervaringen&lt;/a&gt;&amp;nbsp;met een MOOC. Deze zijn gratis, maar kosten wel veel tijd. Vooral indien je nog niet bekend bent met het onderwerp. Dat is de echte uitgavepost voor deelnemers. Door deel te nemen, leer je veel over de didactiek van MOOC's. Ook realiseer je je volgens Talbert dat hoorcolleges minder belangrijk zijn voor verdiepend leren. Zoeken via Google en online discussie dragen daar volgens hem eerder toe bij. Wat mij betreft laat Talbert vooral zien hoe lastig het is voor werkende professionals om binnen een beperkte periode fors te investeren in deskundigheidsbevordering.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Andrew Ng van Coursera beschrijft in&amp;nbsp;&lt;a href="http://www.insidehighered.com/views/2013/01/24/essay-what-professors-can-learn-moocs" target="_blank" title="Learning from MOOC's"&gt;Learning From MOOCs&lt;/a&gt; dat de ontwikkeling van MOOC’s eigenlijk nog één groot leerproces is. Docenten kunnen volgens hem veel leren van het verzorgen van MOOC’s. De dynamiek van het massale karakter dwingt hen na te denken over leerinhouden en didactiek.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Hoogleraar Scott E. Page &lt;a href="http://at.blogs.wm.edu/thoughts-from-a-mooc-pioneer/" target="_blank" title="Thoughts from a MOOC Pioneer"&gt;gebruikt MOOC’s&lt;/a&gt; om kennis over zijn onderzoek met belangstellenden te delen. Via een MOOC kan hij betrekkelijk eenvoudig een grote groep geïnteresseerden bereiken. Page meent verder dat bedrijven als Coursera en Udacity gaan verdienen aan MOOC’s, maar individuele universiteiten niet. Hoe meer universiteiten MOOC’s aanbieden, des te lager zal het aantal deelnemers zijn. Page geeft ook inzicht in de kosten van een MOOC (300-400 uur werk per MOOC), en in het belang van modules van beperkte omvang die ook los te volgen zijn.&amp;nbsp;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Michael Gaebel van de European University Association (EUA) heeft ruim een maand geleden een &lt;a href="http://www.eua.be/Libraries/Publication/EUA_Occasional_papers_MOOCs.sflb.ashx" target="_blank" title="EUA paper massive open online courses"&gt;paper&lt;/a&gt; geschreven over massive open online courses (MOOC). Hij stelt hierin een aantal kritische vragen ten aanzien van deze ontwikkeling. De auteur beschrijft in zijn paper de karakteristieken van een MOOC: online cursussen, zonder formele toelatingseisen, zonder grenzen aan het aantal deelnemers, gratis en waarbij geen studiepunten worden verdiend. Gaebel gaat dus niet uit van een minimale ondergrens, iets wat Stephen Downes bijvoorbeeld &lt;a href="http://halfanhour.blogspot.ca/2013/01/what-makes-mooc-massive.html" target="_blank" title="What makes MOOC's massive?"&gt;wel doet&lt;/a&gt; (150 deelnemers). Ook maakt hij een onderscheid tussen cMOOC’s en xMOOC’s (die uitgaan van een verschillende didactiek). Hij geeft een overzicht van de bedrijven en consortia die MOOC’s aanbieden, en hij beschrijft de werking van MOOC’s (van cursusontwerpo tot erkenning). In hoofdstuk 6 vraagt Gaebel zich af of MOOC’s een revolutie betekenen voor leren, of een nieuwe ‘business‘. Er worden al langer online, en vrij toegankelijke, cursussen voor grote groepen verzorgd. Bovendien kun je vraagtekens plaatsen bij de kwaliteit van MOOC’s, en het didactisch concept van veel MOOC’s (met een nadruk op kennisreproductie).In zijn conclusies probeert Michael Gaebel een aantal vragen te beantwoorden. Hij stelt onder meer dat universiteiten diverse redenen hebben om MOOC’s aan te bieden, dat MOOC’s kunnen leiden tot instituutsonafhankelijk hoger onderwijs (docenten verzorgen rechtstreeks cursussen), en dat de meeste business modellen ‘business gedreven’ zijn. Gaebel schrijft dat er nog veel open vragen zijn die bepalen of MOOC’s ook interessant zijn voor Europese universiteiten (o.a. vanuit het oogpunt van publieke financiering). Hij verwacht ook dat MOOC’s pas een alternatief vormen voor het traditionele onderwijs als je er studiepunten mee kunt verdienen.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	De verschillende bijdragen focussen op de kwaliteit, het business model en de positie van MOOC’s binnen en ten opzichte van het reguliere hoger onderwijs. Het is duidelijk dat er nog veel vragen ten aanzien van MOOC's leven, waarvan de antwoorden grote invloed hebben op het duurzame karakter van deze innovatie.&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-02-27T08:43:30Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Impressie masterclass Finnish Lessons door Pasi Sahlberg #finles</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-masterclass-finnish-lessons-door-pasi-sahlberg-finles" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-masterclass-finnish-lessons-door-pasi-sahlberg-finles</id>
    <updated>2013-01-18T15:11:24Z</updated>
    <published>2013-01-18T15:02:12Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Het Nederlandse onderwijs zou meer gebaseerd moeten zijn op samenwerking, en vertrouwen op basis van verantwoordelijkheid. En dus minder op competitie, en op het afleggen van verantwoordelijkheid op basis van toetsen. Dat zijn twee van de belangrijkste lessen van Pasi Sahlberg voor ons onderwijs.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Vanochtend ben ik naar een masterclass geweest, verzorgd door de Finse topadviseur en adjunct professor &lt;a href="http://www.pasisahlberg.com" target="_blank" title="Pasi Sahlberg"&gt;Pasi Sahlberg&lt;/a&gt; (@pasi_sahlberg). Sahlberg is deze week drie dagen in ons land om te spreken over zijn boek '&lt;a href="http://finnishlessons.nl/" target="_blank" title="Finnish lessons"&gt;Finnish lessons&lt;/a&gt;', dat nu ook in het Nederlands verschenen is. Deelnemers aan de masterclass ontvingen ook zijn boek.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In deze blogpost geef ik een impressie van deze bijeenkomst, die bij de Katholieke Pabo Zwolle werd verzorgd. Helaas is zijn boeiende vertelstijl niet te beschrijven.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Sahlberg stelde onder meer dat het niet belangrijk is welk land het beste onderwijssysteem heeft. PISA-resultaten zouden daar niet voor misbruikt mogen worden. In Finland is er veel vertrouwen in het publieke schoolsysteem. Het meeste van alle publieke systemen. Fins onderzoek leert dat 75% van de bevolking het onderwijssysteem de belangrijkste verworvenheid van het land vindt. Dat is volgens Sahlberg een belangrijker resultaat dan de PISA-score.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Hij waarschuwde er ook voor om het Finse systeem te kopiëren. Systemen, die met andere systemen samen hangen, kun je niet kopiëren. Wat kun je er van leren? Daar gaat het om. Volgens hem worden Finnen namelijk ook geïnspireerd door Nederlanders. Kinderen zijn bijvoorbeeld het gelukkigst in ons land.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Drie feiten over Finland:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Finland heeft niet altijd een goed onderwijssysteem gehad. Veertig jaar geleden stond het Nederlandse onderwijssysteem beter aangeschreven. Vanaf eind jaren negentig scoort het Finse onderwijssysteem bovengemiddeld. Finland heeft er overigens nooit naar gestreefd om de beste te zijn, in tegenstelling tot andere landen.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Finland is veel meer bescheiden in doelstellingen op het gebied van onderwijsverbetering. Men wil dat elk kind succesvol kan zijn. Dat streven staat al veertig jaar overeind. Ongeacht de politieke kleur van de onderwijsminister. Finland luistert naar anderen, maar kiest dan de eigen weg. Men laat de oren niet hangen naar organisaties en bedrijven zoals McKinsey of de OECD. Finland is conservatief als het gaat om onderwijsveranderingen.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Finland doet het op alle terreinen, die er toe doen, goed. Dus ook als het gaat om technologie, beperkte inkomensongelijkheid, geluk, welvaart, etc. Ze doen de juiste dingen, goed. Deze factoren hangen ook met elkaar samen.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	Finland heeft een ander onderwijsbeleid, in vergelijking met andere landen, en hanteert andere implementatiestrategieën. Men verzet zich tegen de &lt;em&gt;Global Educational Reform Movement&lt;/em&gt; (GERM, &lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=4704" target="_blank" title="Kenmerken GERM"&gt;meer info over de kenmerken&lt;/a&gt;), waar 'test-based accountability' en standaardisering deel van uit maken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Dat geldt ook voor de nadruk op 'Human capital'.Sahlberg waarschuwde er ook voor om je eenzijdig te focussen op betere docenten. Er meer nodig.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Wat is de impact van deze ontwikkeling? Overall nemen bijvoorbeeld de scores op wiskunde af. Om een trendbreuk te realiseren, zul je volgens hem moeten beginnen met stoppen met 'GERM'.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Samenvattend zijn Sahlberg's belangrijkste lessen voor het Nederlands onderwijs:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Meer samenwerking thuis, minder competitie internationaal.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Meer vertrouwen gebaseerd op verantwoordelijkheid, minder verantwoording afleggen op basis van toetsen. Vanaf 7 jaar nemen leerlingen in Finland bijvoorbeeld verantwoordelijkheid voor hun eigen leren.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Minder standaardisering, meer maatwerk. Elke Finse lerende heeft een eigen leerplan. De ergste vijand van creativiteit is standaardisering, stelt Sahlberg.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Sociaal kapitaal (gemeenschapszin, sociale netwerken) is belangrijker dan 'human capital'.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Meer eigenaarschap van het doceren, minder externe controle.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Focus meer op basis van billikheid ('equity'). Als school moet je voor condities zorgen dat kinderen beter presteren dan je zou mogen verwachten. Je moet niet alleen naar PISA kijken. Het gaat om de kracht van de relatie tussen prestaties en sociaal-economische achtergrond. Dat is 'equity'. De OECD meet dit ook, maar dat komt niet in het PISA-onderzoek terug. De toegenomen ongelijkheid op het gebied van welvaart beïnvloedt 'equity' negatief. Investeer dus in 'equity', daarna wordt kwaliteit versterkt. Toegankelijkheid van het onderwijs is daarbij erg belangrijk. Finland kent ook weinig kwaliteitsverschillen tussen scholen, terwijl Nederland veel kwaliteitsverschil tussen scholen kent.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Minder is meer. Doceer minder, leer meer. In Finland krijgen leerlingen relatief weinig klassikaal les: van 7-14 jaar in totaal 5400 uur. Dat is 2200 uur minder dan Nederland. In Nederland krijgen leerlingen erg veel les, in vergelijking met andere landen. Finse kinderen hoeven ook minder huiswerk te maken. Zij spelen wel meer. Spel is moeilijk te leren. Je moet het veel oefenen. Volgens onderzoek van Anders Ericsson moet je 10 duizend uur op een taak oefenen, om er expert in te worden. Spel is noodzakelijk voor creativiteit en verbeeldingskracht. Die kenmerken zijn vandaag de dag erg belangrijk. In Finland geven docenten ook minder les dan in Nederland. Per dag één uur minder. Docenten in Finland hebben meer tijd voor curriculumontwikkeling, het beoordelen van lerenden en het verbeteren van school. Finse docenten krijgen overigens alleen betaald voor lesgeven. De rest van de werkzaamheden doet men uit betrokkenheid.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Professionalisering van docenten. Lerarenopleidingen kennen een uitgebreid selectietraject (kennistoets, vaardigheden laten zien, motivatie, moreel committment). Met name moreel committment, bijvoorbeeld verschil durven maken in het leven van kinderen, is belangrijk. Er willen jaarlijks tien keer zo veel jongeren leerkracht in het basisonderwijs worden, dan er worden geplaatst. Een academische opleiding alleen is volgens Sahlberg niet voldoende. Je moet docenten bijvoorbeeld ook als een professional behandelen, en waarderen.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Beleid moet meer gebaseerd zijn op bewijs, in plaats van experimenten met kinderen. Het gaat niet om intenties. Vernieuwingen, die worden uitgeprobeerd, zouden dus altijd gekoppeld moeten worden aan onderzoek. Probeer eerst zaken uit in je eigen situatie, voordat je vernieuwingen breed gaat invoeren. Van een aantal zaken weet je ook dat ze niet werken. Bijvoorbeeld prestatiebeloning van docenten. Begin daar dan ook niet aan. Je moet samen gericht zijn op het oplossen van vraagstukken, niet op het behalen van je eigen gelijk.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	Een paar reflecties van mijn kant:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Sprekers die kritiek hebben op bestaande meetsystemen (zoals PISA), gebruiken deze meetsystemen ook om hun argumenten te onderbouwen. Dat lijkt onvermijdelijk te zijn, omdat je hiermee aansluit bij bestaande paradigma's en je nauwelijks de beschikking hebt over alternatieven.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Opvallend dat politieke kleur er niet toe lijkt te doen als het gaat om onderwijsbeleid. Volgens Sahlberg is de regering Obama bijvoorbeeld nog erger dan de regering Bush (meer testen, strenger afrekenen).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Finland beschouwt zich als conservatief op het gebied van onderwijsveranderingen. Mensen in ons land die streven naar onderwijsveranderingen à la Finland, zijn juist vooruitstrevend.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De verandering en verbetering van het onderwijssysteem moet gepaard gaan met andere maatschappelijke veranderingen. Het gaat om een integrale aanpak. Je moet voorkomen dat betrokkenen selectief 'winkelen' als het gaat om de geleerde lessen.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Het is complex om echt bewijs te vinden voor wat werkt in het onderwijs.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Nota bene:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		De bronnen, die hij gebruikt als onderbouwing van zijn masterclass, staan met de presentatie &lt;a href="http://pasisahlberg.com/finnish-lessons/updates-to-finnish-lessons/" target="_blank" title="Finnish lessons resources"&gt;online&lt;/a&gt;.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Volg ook zijn &lt;a href="http://pasisahlberg.com/category/english/" target="_blank" title="Blog Pasi Sahlberg"&gt;blog&lt;/a&gt;.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Koop zijn boek.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2013-01-18T15:02:12Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Nieuwe editie Tijdschrijft Onderwijsinnovatie uit</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/nieuwe-editie-tijdschrijft-onderwijsinnovatie-uit" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/nieuwe-editie-tijdschrijft-onderwijsinnovatie-uit</id>
    <updated>2012-12-15T07:41:08Z</updated>
    <published>2012-12-15T07:28:27Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Gisteren is de &lt;a class="pdf" href="http://www.ou.nl/documents/10815/67f6a25d-599a-4a5b-83e0-0869da6784eb" target="_blank" title="Tijdschrift Onderwijsinnovatie"&gt;nieuwste editie&lt;/a&gt; van het Tijdschrift Onderwijsinnovatie verschenen. Deze publicatie is een uitgave van de Open Universiteit. &lt;img alt="Voorkant OnderwijsInnovatie" src="http://portal.ou.nl/image/image_gallery?uuid=c1406a37-c1d1-429d-83f0-9411d24e68eb&amp;amp;groupId=386429&amp;amp;t=1355557138635" style="width: 275px; height: 349px; margin: 5px; float: right;" /&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In deze editie is onder meer aandacht voor:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Een discussie over Wikiwijs (column en artikel).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Het belang van excellentie in de wetenschap.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De didactiek van OpenU Masterclasses.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Onderzoek naar het verband tussen inschrijfmoment en studieresultaat.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De kwaliteit van toetsing.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De complexiteit van het meten van valorisatie.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-12-15T07:28:27Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Authentiek leren met behulp van ICT: de klas uit</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/authentiek-leren-met-behulp-van-ict:-de-klas-uit" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/authentiek-leren-met-behulp-van-ict:-de-klas-uit</id>
    <updated>2013-01-07T08:39:43Z</updated>
    <published>2012-12-14T16:39:52Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Vanmiddag verzorgde &lt;a class="link" href="http://xyofeinstein.wordpress.com/" target="_blank" title="Pedro de Bruyckere"&gt;Pedro de Bruyckere&lt;/a&gt; een livesessie binnen de OpenU Kennisnet masterclass over authentiek leren met behulp van ICT. Eén van de conclusies was dat we ons meer moeten richten op authentieke opdrachten dan op authentieke leeromgevingen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Pedro stond stil bij authenticiteit, bij authenticiteit in het onderwijs en uiteraard bij de wijze waarop je ICT kunt gebruiken om authentiek leren te faciliteren. Hij bleek een boeiend verteller, die zijn opvattingen met verschillende anekdotes illustreerde.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Volgens Pedro is het begrip 'authenticiteit' complex van aard. Hij liet bijvoorbeeld twee afbeeldingen van de Mona Lisa zien die beiden door Da Vinci geschilderd zijn, maar twintig jaar van elkaar verschillen. Welke is de echte? Wat maakt een kunstvoorwerp authentiek? Rubens (geen familie van) zette bijvoorbeeld zijn naam onder schilderijen die door zijn leerlingen waren geschilderd. Wat is echt? Een uitgangspunt is datgene wat de goegemeente als echt beschouwt. Volgens Pedro is authenticiteit een "&lt;em&gt;essentially contested concept&lt;/em&gt;": een begrip waarover eindeloos wordt gediscussieerd. De vraag is zelfs of je het begrip moet definiëren. Moet je liefde definiëren? Volgens Pedro zijn er binnen het onderwijs drie stromingen op het gebied van authenticteit:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Rousseau: naturalistische stroming. Emile is puur. De wereld die hem vormt, de leerkracht die stuurt, corrumpeert. Authenticiteit is dat je zorgt dat de leerling puur blijft. Sugata Mitra en Ken Robinson sluiten daar volgens Pedro ook nauw op aan.&amp;nbsp;Authenticiteit van personen is dus belangrijk. Maar als een leerkracht authentiek moet zijn, mag het dan ook een authentieke hork zijn?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		John Dewey: waar bereidt onderwijs voor? Op de echte wereld. We moeten dus de echte wereld de klas binnen halen. Hoe kunnen we authenticiteit in de klas gaan creëren? Dewey vindt dat lesgeven het structureren van de werkelijkheid in de klas is.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Rogers: de persoon van de mentor. Authenticiteit is daar een belangrijk element van. Daar is Pedro niet verder op ingegaan.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	Authenticiteit heeft volgens hem dus vele voorvaders, maar perceptie van authenticiteit is belangrijker. Binnen het beroepsonderwijs wordt dikwijls gesproken over authenticiteit in relatie tot relevantie. Ook stelde hij naar aanleiding van een vraag dat een leerkracht die zich niet laat belemmeren door kerndoelen, vaak authentiek is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Authenticiteit en onderwijs&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Als het gaat om onderwijs en authenticiteit, wordt vaker gesproken op authentieke leeromgevingen, leermaterialen, opdrachten, leerkrachten, en leerlingen. Pedro focuste in de rest van zijn bijdrage op authentieke leeromgevingen en authentieke opdrachten. Bij authentieke leeromgevingen streef je er naar dat de leeromgeving lijkt op de echte wereld. Dus dat een elektronische leeromgeving bij economie-onderwijs is opgebouwd als een winkel.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Bij authentieke opdrachten let je minder op de aankleding, maar op opdrachten die zijn gericht op datgene wat je later 'in de echte wereld' gaat doen. Volgens Pedro geven authentieke opdrachten grotere leereffecten, maar het is de vraag of authentieke leeromgevingen dat doen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Hij introduceerde daarbij aan de hand van het hoorspel War of the Worlds het begrip '&lt;a class="link" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Suspension_of_disbelief" target="_blank" title="Suspension of belief"&gt;&lt;em&gt;suspension of disbelieve&lt;/em&gt;&lt;/a&gt;': de lerende is daardoor bereid te aanvaarden dat hij 'voor het echt' leert. &lt;em&gt;Suspension of disbelief&lt;/em&gt; is krachtige prikkel van de verbeelding. Bij goede authentieke opdrachten treedt dit fenomeen volgens Pedro snel op. Binnen leeromgevingen minder snel.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Een mogelijke verklaring daarvoor is dat authentieke leeromgevingen vaak te veel toeters en bellen bevatten (&lt;a class="link" href="http://onlinelearning2007.wikispaces.com/Redundancy+principle" target="_blank" title="Redundancy Principle"&gt;&lt;em&gt;redundancy principle&lt;/em&gt;&lt;/a&gt;). Er wordt wellicht ook minder geleerd omdat conflicten tussen percepties van authenticiteit kunnen optreden. Volgens Pedro speelt een authenticiteit overigens minder direct een rol bij effectief leren, dan vertrouwen. Maar vertrouwen wordt volgens hem weer gevoed door authenticiteit.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Pedro ging naar aanleiding van een vraag ook in op de overgang van studie naar beroepspraktijk. Studenten verliezen zich vaak in praktijksituaties en zijn zich niet meer bewust van de theorie achter de praktijk. Begeleiding is daarbij volgens hem erg belangrijk. De overgang van studie naar beroepspraktijk zou daarmee veel geleidelijk moeten verlopen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Authenticiteit en ICT&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In het derde deel van deze masterclass is Pedro expliciet ingegaan op de relatie tussen authenticiteit en ICT. Volgens Pedro is het principe "&lt;em&gt;Keep it simple and stupid&lt;/em&gt;" belangrijk voor authenticiteit. Het &lt;em&gt;reducdancy principe&lt;/em&gt; komt helaas vaker voor als het gaat om online leeromgevingen (overdaad).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Volgens Pedro is gesitueerd leren ook belangrijker voor authenticiteit dan elektronische leeromgevingen die lijken op echte omgevingen. Je kunt dankzij ICT naar de authentieke omgeving gaan, en daar leren. Mobiele technologie en augmented reality maken dat mogelijk. Dan is sprake van een veel authentiekere leeromgeving. Volgens Pedro wordt bij tablets helaas vaak te eenzijdig gekeken naar het gebruik in de klas. Terwijl de kracht juist ligt in het mobiel gebruik. Buiten de klas.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Pedro keek ook naar de toekomst. Hij ging in op &lt;a class="link" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Holodeck" target="_blank" title="Holodeck"&gt;Holodecks&lt;/a&gt; voor leerdoelen. Daarbij wordt hologramtechnologie gebruikt waardoor je in feite een geavanceerde vorm van virtual reality gebruikt. Hij erkende daarbij dat een holodeck niet KISS is, en daarmee averrechts kan werken. De toekomst zal het leren. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe &lt;em&gt;suspension of disbelieve&lt;/em&gt; daarin werkt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Dichterbij liggen games en &lt;em&gt;gamification&lt;/em&gt;. Pedro meent dat bepaalde principes van &lt;em&gt;gamification&lt;/em&gt;, zoals de badges en levels voor beoordelingen, goed werken. Games kunnen echter ook erg redundant zijn. Bovendien zijn docenten die games inzetten lang niet authentiek (het past niet bij hen). Als de leerkracht aankomt met zaken die niet bij zijn persoon passen, dan ben je ten dode opgeschreven. De leerkracht kan wel leerlingen uitnodigen om zaken uit hun leefomgeving mee te nemen, en aan te geven: leer mij.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Pedro ging tenslotte in op de relatie tussen verwachtingen van leerlingen en authenticiteit. De perceptie van authenticiteit wordt volgens hem gevoed door verwachtingen van leerlingen. Die moet je kennen. Waarvoor zijn ze hier? Wat willen zij leren? Daar moet je vervolgens mee omgaan. Dat is wat anders dan dat je aan alle verwachtingen beantwoordt. Dat is de taak van de docent, en niet van technologie.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Zoals gezegd een boeiende masterclass. Ik had wel het gevoel dat Pedro switchte tussen Rousseau's opvatting over authenticiteit (de leerkracht, leerling) en Dewey's benadering van dit begrip (het onderwijs, de leeromgeving, opdrachten). Dat illustreert wellicht nog eens de complexiteit van deze materie.&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-12-14T16:39:52Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>10.000ste gebruiker OpenU</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/10-000ste-gebruiker-openu" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/10-000ste-gebruiker-openu</id>
    <updated>2012-12-09T10:53:26Z</updated>
    <published>2012-12-09T10:44:17Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	Onlangs mocht OpenU haar tienduizendste geregistreerde gebruiker begroeten. Het gaat daarbij om de heer Kees Tondeur, werkzaam als docent verpleegkunde van het Gezondheidszorgcollege van ROC Midden Nederland in Amersfoort. Ik mocht als projectleider van OpenU de heer Tondeur ter gelegenheid hiervan als cadeau het &lt;a class="link" href="http://www.openu.nl/leertrajecten" target="_blank" title="Leertraject Leren en doceren in de 21e eeuw"&gt;leertraject 'Leren en Doceren in de 21e eeuw'&lt;/a&gt; en een fles wijn aanbieden.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/wilfredrubens/8257569376/" title="IMG_0751 kopie by wrubens, on Flickr"&gt;&lt;img alt="IMG_0751 kopie" height="239" src="http://farm9.staticflickr.com/8339/8257569376_a640f46206_n.jpg" width="320" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	OpenU is de onderwijsinnovatieomgeving van de Open Universiteit met als doel een unieke, goed werkende digitale persoonlijke leer- en werkomgeving te bieden die mensen een carrièrelang kan ondersteunen bij alle vormen van kennisbehoefte. In OpenU worden nieuwe onderwijsdiensten ontwikkeld en langdurig, vaak meerdere jaren beproefd met echte gebruikers zodat een optimaal werkend geheel ontstaat.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;Leertraject&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Het leertraject is voorbeeld van zo'n nieuwe service. Cursussen en opleidingen zijn niet het antwoord op elke leervraag. Professionals op het gebied van leren, onderwijs en opleiden blijven dankzij dit leertraject op een flexibele manier bij op hun vakgebied. Een leertraject bestaat onder meer uit een selectie van zes online masterclasses over relevante thema's op het gebied van leren met digitale media en leren en cognitie. Afnemers maken zelf de keuze welke online masterclasses zij willen inbrengen, en bepalen ook zelf hoeveel tijd ze hierin willen investeren. Verder kunnen zijn elders uitgevoerde leeractiviteiten (zoals een interne studiedag) in dit leertraject inbrengen, en krijgen zij toegang tot alle digitale materialen van de masteropleiding Onderwijswetenschappen. Aan het eind van het leertraject ontvangen afnemers een certificaat.&lt;/div&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-12-09T10:44:17Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Reflectie op de Online Educa Berlijn 2012 #oeb12</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/reflectie-op-de-online-educa-berlijn-2012-oeb-1" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/reflectie-op-de-online-educa-berlijn-2012-oeb-1</id>
    <updated>2012-12-02T17:38:35Z</updated>
    <published>2012-12-02T17:04:03Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	De afgelopen week heb ik editie 2012 van de Online Educa Berlijn bezocht. In individuele blogposts heb ik daar verslag van gedaan (ze onder aan deze post). Deze bijdrage vormt een algemene reflectie op dit congres.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;img alt="Stand Egypt On OEB" src="http://portal.ou.nl/image/image_gallery?uuid=45485d7c-e493-4ef1-afcb-29a88016d39a&amp;amp;groupId=386429&amp;amp;t=1354467770159" style="width: 396px; height: 295px; margin: 5px; float: left;" /&gt;Met meer dan 2000 deelnemers uit 96 landen, ongeveer evenredig verdeeld over overheid, bedrijfsleven en onderwijs, is de Online Educa Berlijn één van de grootste en meest internationale conferenties op het gebied van technology enhanced learning ter wereld. De aanwezigheid van sprekers en deelnemers uit landen als Egypte, Jordanië, Namibië, India, de Verenigde Staten, Brazilië, Finland, Italië, Duitsland en Nederland geeft een speciale dynamiek aan dit congres. De diverse perspectieven en de verschillende mate van volwassenheid van e-learning is de kracht en tevens zwakte van deze conferentie. De meeste keynotes inspireerden. Het is verder een uitstekende ontmoetingsplek voor oude bekenden en nieuwe relaties.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	In één van de gesprekken kreeg ik de vraag of ik tijdens de Online Educa Berlijn ook wel eens nieuwe ontwikkelingen zag. Dat is niet het geval. Ik zou eerlijk gezegd ook aan mezelf gaan twijfelen als ik tijdens een dergelijke conferentie geconfronteerd zou worden met nieuwe trends op het gebied van technology enhanced learning. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niets leer. Integendeel.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;1. Fragmentatie e-learning&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	E-learning is een niche, en toch valt tijdens zo'n congres op hoe gefragmenteerd deze niche is. Er zijn veel relatief kleine bedrijven en enkele grote spelers actief op dit terrein. Deze bedrijven verzorgen tal van diensten en bieden producten aan op deelterreinen als contentontwikkeling, consultancy, certificering, simulaties, online video en leerplatforms.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Je hebt ook te maken met tal van branches die werken met e-learning: het onderwijs, non gouvernementele organisaties (bijvoorbeeld van de Verenigde Naties), de gezondheidszorg, de luchtvaartindustrie, ICT-bedrijven, multinationals, midden- en kleinbedrijf, kennisintensieve organisaties, bedrijven met veel routinematig werk maar leervragen op basis van wet- en regelgeving.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Verder zijn er tal van technologische, didactische en organisatorische ontwikkelingen en 'issues' die een rol spelen bij e-learning. Denk aan&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		mobiele technologie&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		ontwikkelingen op het gebied van het kunnen volgen van lerenden (bijvoorbeeld de invloed van de &lt;a class="link" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Quantified_Self" target="_blank"&gt;quantified self&lt;/a&gt; beweging)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		meer verantwoordelijkheid voor de lerende voor het eigen leerproces&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		open educational resources&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		flexibilisering en personalisering&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		leiderschap&amp;nbsp;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		privacy en security&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	Deze fragmentatie komt duidelijk naar voren in het programma, en in het overzicht van deelnemers. Het congresthema '&lt;em&gt;Reaching Beyond Tomorrow&lt;/em&gt;' heeft zo'n brede scope dat het goed mogelijk is dat andere congresdeelnemers deelnemers andere hoogtepunten en leermomenten hebben ervaren dan ik.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	De&amp;nbsp;grote diversiteit en fragmentatie maakt e-learning daarmee eveneens tot een interessant, complex en kwetsbaar terrein. Hebben kleine bedrijven voldoende slagkracht om snel te innoveren en waarde te hebben voor bijvoorbeeld multinationals die hun leerfunctie moeten versterken en vernieuwen? Gaat een enkel groot mediabedrijf, zoals Pearson, de markt uiteindelijk domineren?&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;2. Kan didactiek technologie bijbenen?&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Technologie wordt steeds krachtiger. Dit werd niet alleen door menig spreker geïllustreerd. Als trouw deelnemer van de Online Educa Berlijn ervaar je dat ook aan den lijve. Tijdens mijn eerste 'OEB' stond ik voorafgaand aan en na afloop van sessies in de rij voor een laptop om even mijn e-mail te checken. Vervolgens nam ik mijn eigen laptop en later netbook mee. Het draadloze netwerk in het congreshotel was echter vaak niet echt stabiel, &amp;nbsp;terwijl ik in het 'logeerhotel' diep in de buidel moest tasten voor een redelijke internetverbinding. Nu heb ik probleemloos en zonder kosten in de hotels gebruik kunnen maken van internet op mijn iPad. Een bijkomend effect was wel dat de werkdagen daardoor 'verlengd' werden.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Bovendien is het laptop/smartphone/tablet-bezit onder de aanwezigen drastisch toegenomen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Onderwijs en opleidingen zijn sinds 2003, toen ik voor het eerst de Online Educa Berlijn bezocht, niet drastisch veranderd. Natuurlijk, we kennen voorbeelden van de flipped classroom, massive open online courses, leren met mobiele technologie en '&lt;em&gt;social learning&lt;/em&gt;'.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Deze voorbeelden, die je tijdens een congres als dit regelmatig tegenkomt, vallen echter in het niet bij het nog steeds dominante aanbod van blended en online cursussen en trainingen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit benchmarkonderzoek: traditionele vormen van e-learning (de modules) zijn nog steeds dominant als e-learningtoepassing.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Verschillende sprekers suggereerden dat onderwijs en opleidingen al drastisch aan het veranderen zijn, mede als gevolg van technologie. Ik geloof eerder in de metafoor van de lawine, die sir Michael Barber op dag 1 van de Online Educa gebruikte: er zijn van allerlei ontwikkelingen gaande, maar die zijn nog niet zichtbaar.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;3. Over leiderschap, investeren, innoveren en waarde toevoegen&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Technologie wordt -zoals gezegd- steeds krachtiger, en zal op termijn veel impact hebben op de inhoud van en de wijze waarop wij leren en ontwikkelen. Het onderwijs en de Learning &amp;amp; Development-functie van organisaties veranderen op dit moment echter minder snel en drastisch dan veel sprekers doen vermoeden. Andere branches innoveren, vermoed ik, sneller en disruptiever dankzij technologie. Tijdens de door mij bezochte pre-conferentie bleek bijvoorbeeld dat Nederland achterloopt op verschillende landen als het gaat om de toepassing van online en blended learning.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat het veel zegt over leiderschap, de durf om te investeren en te innoveren. Brits onderzoek laat &amp;nbsp;namelijk zien dat bedrijven die durven te investeren in e-learning daar ook meer baat bij hebben. De business cases worden duidelijker. Leren en ontwikkelen draagt bij top performers (de succesvolle e-learning toepassende bedrijven) daadwerkelijk bij aan betere prestaties.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Dit vraagt wel om leiderschap binnen organisaties, en om de durf om te investeren in innovaties. Voorwaarde is ook dat L&amp;amp;D professionals zich richten op het daadwerkelijk toevoegen van waarde. Dus door bij te dragen aan het verlagen van kosten van opleiden, door het reduceren van opleidingstijd en door het bevorderen van een grote productiviteit en klanttevredenheid. Succesvolle bedrijven bereiken dat daadwerkelijk met e-learning. Zij investeren relatief meer in e-learning, met name aan strategie, communicatie en informeel leren.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;4. Het belang van reflecteren en evalueren&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Een andere belangrijke conclusie is dat stil staan bij waar we mee bezig zijn, reflecteren op wat we doen en het doen van evaluatieonderzoek belangrijk zijn voor de kwaliteit van &lt;em&gt;technology enhanced learning&lt;/em&gt; en het vergroten van draagvlak voor leren met behulp van technologie. Dankzij onderzoek leren we meer van fouten, en kunnen we beter onderstrepen wat werkt. Uiteraard zul je er daarbij voor moeten waken dat je voldoende rekening houdt met specifieke situaties. Blind kopiëren werkt namelijk niet. Tijdens de Online Educa heb ik voorbeelden gezien van evaluaties die juist motiverend bleken te werken, maar ook van projecten waarbij de opdrachtgever om onduidelijke redenen geen belangstelling had voor evaluaties.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;5. Hybride leren&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Binnen organisaties neemt de diversiteit aan leeractiviteiten en leertechnologieën toe, ook al zijn e-learning en blended cursussen nog steeds dominant als het gaat om leren met behulp van ICT. Mede dankzij mobiele technologie (zelfs via eenvoudige '&lt;em&gt;devices&lt;/em&gt;' als de Sony PSP) en sociale media wordt werkplek leren en informeel leren beter gefaciliteerd. Mobiele technologie wordt ook, mede dankzij de tablets, op een steeds natuurlijkere manier &amp;nbsp;gebruikt voor leren. Performance support (dat vooral gericht is op het 'just in time' leren gebruiken van systemen en procedures) maakt naadloos deel uit van werkplek leren en wordt vaak niet meer als een separate manier van leren beschouwd. Er is dus sprake van een nauwe vermening van verschillende vormen van leren. Het sec invoeren van mobiele technologie alleen leidt echter niet vanzelf tot krachtige, gemengde, leerarrangementen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;6. De kracht van eenvoud&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Tijdens deze editie van de Online Educa heb ik diverse pleidooien gehoord voor eenvoud als het gaat om e-learningtoepassingen. Eenvoudige devices en minimalistische ontwerpen blijken te leiden tot effectieve manieren van leren. Ook blijken relatief eenvoudige didactische interventies, zoals het geven van feedback via ICT, goed te werken. Daar zouden we meer oog voor moeten hebben.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;7. School bashing&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Tijdens congressen als de Online Educa wordt regelmatig kritiek geuit op de wijze waarop op school geleerd wordt. Tijdens deze editie was echter sprake van 'school &lt;a class="link" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Bashing_(pejorative)" target="_blank"&gt;bashing&lt;/a&gt;':&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Jongeren zouden op school nauwelijks wat relevants leren.&amp;nbsp;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Scholen leiden jongeren onvoldoende op voor een baan (universitair afgestudeerden zijn in veel landen relatief vaker werkloos dan voortijdig schoolverlaters).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De wijze waarop op school geleerd wordt, zou volstrekt achterhaald zijn.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Gratis massive open online courses in combinatie met alternatieve manieren van certificeringen maken scholen overbodig.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	Ik ben de laatste die geen kritiek wil leveren op de leerinhouden van het huidige onderwijs, de doorgeslagen standaardisatie, de gehanteerde didactiek en de wijze van beoordelen. Maar ik beschouw de '&lt;em&gt;school bashers&lt;/em&gt;' als naïef en kortzichtig.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Het zijn a) uitzonderlijk getalenteerde jongeren en/of b) jongeren uit blanke, rijke, milieus (met ouders met sterke netwerken) die zich ook zonder school goed kunnen ontwikkelen, en maatschappelijk succesvol worden. Bovendien hebben de '&lt;em&gt;school bashers&lt;/em&gt;' geen oog voor de kwaliteit van arbeid van voortijdig schoolverlaters.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Tenslotte focust iemand als Donald Clark eenzijdig op het voorbereiden van jongeren op presteren binnen een beroep. Het onderwijs heeft echter een bredere functie: 'Bildung' en '&lt;em&gt;Liberating the Imagination&lt;/em&gt;'. Hoe komen jongeren in sloppenwijken en arme buurten daar anders mee in aanraking?&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Nota bene: de L&amp;amp;D-functie binnen arbeidsorganisaties ligt ook tijdens een congres als deze regelmatig onder vuur.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;strong&gt;8. Big data en learning analytics&lt;/strong&gt;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Dankzij technologie zijn we in staat veel data over lerenden te genereren, te verzamelen, filteren en analyseren. We beschikken over tal van tools waarmee we een grote diversiteit aan data kunnen verzamelen en met elkaar kunnen verbinden. Denk aan een analyse van het gebruik van sociale media en de leerprestaties, of aan gegevens over de fysieke gesteldheid en performance op de werkvloer.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Tijdens de Online Educa Berlijn waren big data en learning analytics dan ook belangrijke trends. Het blijft echter noodzakelijk om kritische vragen te stellen over misbruik door verkeerde interpretaties en eigenaarschap van data. Als ik me inschrijf bij een school, dan accepteer ik dat deze school data over mij verzamelt en analyseert. Maar accepteer ik het ook dat mijn data door een &lt;em&gt;learning serviceprovider&lt;/em&gt; van de school (zoals Pearson) wordt gebruikt om voorspellingen te doen over het leersucces van lerenden? Welke prijs betalen we voor gratis producten en services? En wat doet Facebook met de data als we dit sociale netwerk voor leren en onderwijs inzetten?&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Aan de andere kant blijkt wetgeving over databescherming de implementatie van e-learning ook erg complex te kunnen maken.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Blogposts Online Educa Berlin 2012&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6355" target="_blank"&gt;Nederland verschuift van subtop naar middenmoot als het gaat om e-learning #speexxexchange #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6357" target="_blank"&gt;De noodzaak van veranderen en stilstaan #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6359" target="_blank"&gt;Personalisering van het leren #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6361" target="_blank"&gt;Werkplek leren en performance support: houd het eenvoudig #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6363" target="_blank"&gt;Webinars als effectieve leeractiviteit #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6365" target="_blank"&gt;Hebben diploma’s een averrechts effect op een leven lang leren? #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6367" target="_blank"&gt;Hoe onderwijs als gevolg van technologie gaat veranderen #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6369" target="_blank"&gt;Hoe ziet de e-learningmarkt er uit? #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6371" target="_blank"&gt;De rol van ICT bij feedback #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6373" target="_blank"&gt;Onderwijzen en leren met Facebook #oeb12&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-12-02T17:04:03Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Rode draad live sessie OpenU Kennisnet masterclass toekomst elektronische leeromgeving</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/rode-draad-live-sessie-openu-kennisnet-masterclass-toekomst-elektronische-leeromgeving" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/rode-draad-live-sessie-openu-kennisnet-masterclass-toekomst-elektronische-leeromgeving</id>
    <updated>2012-11-03T08:03:15Z</updated>
    <published>2012-11-03T08:01:29Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Gisteren vond de live sessie plaats van de &lt;a href="http://portal.ou.nl/web/masterclass-elektronische-leeromgeving-toekomst" target="_blank" title="OpenU Kennisnet masterclass “Hoe ziet de toekomst van de elektronische leeromgeving eruit?” "&gt;OpenU Kennisnet masterclass “Hoe ziet de toekomst van de elektronische leeromgeving eruit?”&lt;/a&gt; Ik werd geïnterviewd door collega Eric Kluijfhout over drie onderwerpen. De deelnemer konden via de chat vragen stellen, en deden dat ook op grote schaal. Wat was de rode draad van deze live sessie? &lt;!--more--&gt;Van tevoren had ik bedacht dat onderstaande rode draad aan de orde zou kunnen komen. Door tijdgebrek is dat niet helemaal gelukt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De volgende drie onderwerpen zijn aan de orde gekomen&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Wat is een elektronische leeromgeving, en hoe wordt deze gebruikt?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Welke ontwikkelingen zijn van invloed op de toekomst van de elektronische leeromgeving, en waar moet je op letten bij de selectie?&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Voorbeelden didactisch zinvol gebruik&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Wat is een elektronische leeromgeving, en hoe wordt deze gebruikt?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Er zijn verschillende definities van een elektronische leeromgeving (ELO).&amp;nbsp; Een ELO wordt vaak beschouwd als één systeem, maar ook als een geïntegreerd set aan tools. Ik ben voorstander van de laatste benadering.&amp;nbsp; In elk geval heeft een ELO drie functies:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		Leerinhouden en informatie ontsluiten&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Communicatie en interactie faciliteren&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Managementprocessen ondersteunen&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	Een ELO kan worden gebruikt voor volledig online leren of voor blended learning (mix van online en face-to-face leren).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Er zijn diverse termen in omloop die ik als synoniem voor een ELO beschouw: virtuele leeromgeving, online leeromgeving, digitale leeromgeving, tele-leeromgeving of leermanagement systeem.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Binnen het Nederlandse onderwijs wordt een ELO op grote schaal gebruikt. Alle universiteiten, hogescholen en waarschijnlijk ook scholen voor middelbaar beroepsonderwijs gebruiken één of meer ELO’s. Ik beschik niet over recente cijfers van andere onderwijssoorten, en ook niet van het bedrijfsleven of de zorg. Kennisnet heeft wel recent onderzocht dat 68% van de docenten een ELO gebruikt (gemiddeld 8x per maand).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De deelnemers aan deze masterclass zijn voornamelijk afkomstig uit het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Blackboard is de meest genoemde elektronische leeromgeving. Daarnaast valt op een relatief grote groep werk met een zelfontwikkelde omgeving, en met diverse –niet geïntegreerde- tools.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/wp-content/uploads/2012/11/Dia051.jpg"&gt;&lt;img alt="Grafiek gebruik ELO" src="http://www.te-learning.nl/blog/wp-content/uploads/2012/11/Dia051.jpg" style="width: 720px; height: 405px; " /&gt;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De deelnemers aan deze masterclass zijn over het algemeen tevreden met de gebruikte ELO(‘s). Hun organisaties denken in meerderheid niet echt aan de aanschaf of vervanging van de ELO. De meest dominante toepassing van de ELO is “Leerinhouden en informatie ontsluiten”.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Welke ontwikkelingen zijn van invloed op de toekomst van de elektronische leeromgeving, en waar moet je op letten bij de selectie?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;strong&gt;Didactische ontwikkelingen en opvattingen motivatie&lt;/strong&gt; (kritiek op het besloten, hiërarchische karakter, weinig flexibiliteit voor een docent/lerende om om te gaan met rollen en rechten, te veel substitutie, weinig gevoel van autonomie, ruimte om te beslissen, gevoel van saamhorigheid, wens om instellingsoverstijgend te leren kan niet altijd gehonoreerd worden, weinig echt goede faciliteiten om samenwerkend te leren, weinig mogelijkheden om zelfgeorganiseerd te leren, Do it yourselves learning, complex om massive open online courses te organiseren)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;strong&gt;Technologische ontwikkelingen&lt;/strong&gt; (mobiele technologie, mensen gewend met apps te werken, minder behoefte geïntegreerd systeem, opkomst sociale media, eenvoudige technologie, technologie alomtegenwoordig en onzichtbaar)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;strong&gt;Economische ontwikkelingen&lt;/strong&gt;: kosten-baten van een ELO in tijden van bezuinigingen&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;strong&gt;Strategische positie van onderwijs en opleiden&lt;/strong&gt; (als opleiden deel uit maakt van het strategisch beleid van een organisatie dan wordt een ELO eerder geaccepteerd als voorziening om leren efficiënt en flexibel te faciliteren etc)&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Deze ontwikkelingen bepalen mede de toekomst van de ELO:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Integratie sociale media functionaliteit. Maar dat betekent niet vanzelf dat er anders geleerd wordt.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Content wordt vervangen door interactieve, deels zelf ontwikkelde, e-books. Hopelijk kwalitatief goed ontwikkeld. Dan didactische krachtig.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Technologie is alomtegenwoordig, gebruikersvriendelijker en onzichtbaar. ICT is natuurlijk. Vraag is wel of dit binnen 5 jaar geregeld is.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Vraag is hoe MOOC's zich gaan ontwikkelen. Ook in NL. Je ziet nu al dat Amerikaanse universiteiten eigen platforms gaan ontwikkelen omdat ze zich beperkt voelen door ELO's om MOOC's te organiseren. Je ziet ook dat ELO's als BlackBoard en Instructure Canvas zich hierop gaan richten.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Mobiel toegankelijk. Apps. Tablets.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Integraal systeem vs alles in 1 systeem.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Systeem dat ook informeel leren faciliteert.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Learning analytics.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Koppelingsmogelijkheden systemen uitgevers, verschillende onderwijsaanbieders.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Er zullen zich partijen op de markt begeven die zich nu nog niet of nauwelijks met elo's bezig houden. Google doet dat nu al met Open Course Builder of Apple met iBook Author en iTunesU.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Selectie&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Het &lt;a class="pdf" href="http://portal.ou.nl/documents/7088488/7088603/infe061.pdf"&gt;framework van Kurilovas&lt;/a&gt; is te beperkt gericht op technische functionaliteiten en didactiek, en onvoldoende uitgewerkt.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Selectiecriteria zijn:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Strategische positie van de leverancier (ook: doet ie aan R&amp;amp;D?)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Vertrouwen in de leverancier (ook support,&amp;nbsp; service, updates, kan ie ook didactisch ondersteunen)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Gebruikte technologie in relatie tot de ICT-infrastructuur van de organisatie&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Functionaliteit in relatie tot de visie op leren&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Gebruikersvriendelijkheid&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Visie op implementeren&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Kosten&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Voorbeelden didactisch zinvol gebruik&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		&amp;nbsp;&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=962" target="_blank" title="Leerlingen ontwikkelen leerstof in Fronter (#in) (#frontmbo)"&gt;Leerlingen rechten geven om leerstof te ontwikkelen&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Wiki gebruiken om kennis te ontwikkelen&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Peer feedback&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Onderzoekend, samenwerkend leren (progressive inquiry)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Formatief toetsen&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Toetsmoment als leermoment. Toetsen helpen bij het onthouden van informatie.&amp;nbsp; Meerkeuzevragen minste effect. Open vragen grootste effect. Herhaaldelijk toetsen.&amp;nbsp;Weinig bekend over effect van toetsen op het begrijpen en toepassen van kennis.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	Wat zijn belangrijke principes voordat we kunnen spreken van een zinvol didactisch gebruik?&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Houd rekening met doel en context&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Betekenisvolle taak gebruiken&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Flexibiliteit inbouwen: keuzemogelijkheden, eigen tijd en tempo, eigen interesses&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Voorkom vrijbblijvendheid&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Biedt een duidelijke structuur aan&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Laat lerenden progressie zien&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-11-03T08:01:29Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Hoe creëer je vertrouwen in een digitale leeromgeving?</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/hoe-creeer-je-vertrouwen-in-een-digitale-leeromgeving-" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/hoe-creeer-je-vertrouwen-in-een-digitale-leeromgeving-</id>
    <updated>2012-10-09T17:36:38Z</updated>
    <published>2012-10-09T17:34:40Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Het hebben van onderling vertrouwen is voorwaardelijk voor het delen van kennis en ervaring. Dit geldt vermoedelijk nog sterker in virtuele omgevingen, zoals een elektronische leeromgeving of online community. Je werkt en leert samen met mensen die je vaak niet persoonlijk kent. Ook staat datgene wat je deelt, zwart op wit.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Volgens &lt;a href="http://blogs.hbr.org/cs/2012/10/how_to_build_trust_in_virtual.html" target="_blank" title="How to Build Trust in a Virtual Workplace"&gt;Keith Ferrazz&lt;/a&gt;i is er een aantal manieren waarop je in een virtuele omgeving een sfeer van vertrouwen kunt creëren. Ik probeer de vertaalslag naar leren te maken:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Bij de start geven deelnemers elkaar het voordeel van de twijfel. Ferrazzi vergelijkt het met de wittebroodsweken. Managers zouden in deze periode de bekwaamheden van teamleden moeten benadrukken, en er voor zorgen dat iedereen weet wat de doelstellingen zijn. Binnen het onderwijs betekent dit bijvoorbeeld dat een docent lerenden positief bekrachtigt, hen aanspreekt op wat zij al kunnen, diagnostische toetsen gebruikt waaruit blijkt wat een lerende al kan en leerdoelen en het doel van online leren benadrukt.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Ontwikkel pro-actief vertrouwen tussen personen. Dat vertrouwen onstaat als je het gevoel hebt dat je iemand persoonlijk kent, en als je het idee hebt dat de ander in bepaalde situaties vergelijkbaar zal reageren. Binnen virtuele omgevingen kunnen profielen vertrouwen in personen bevorderen. Vooral als in zo'n profiel ook ruimte is voor persoonlijke interesses. Daarnaast bevordert &lt;em&gt;storytelling&lt;/em&gt;, bijvoorbeeld gedurende online conferenties, empathie en interpersoonlijk vertrouwen. Het gebruik van sociale netwerkfunctionaliteiten stimuleert tenslotte ook onderling vertrouwen, omdat deze functionaliteiten onderlinge relaties kunnen versterken.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Communiceer kwalitatief en voorspelbaar. Het gaat niet om het aantal interacties, maar om de kwaliteit van de interacties. Wees bijvoorbeeld terughoudend met het aantal berichten dat je plaatst, maar zorg wel voor een zekere regelmaat. Maak ook verwachtingen helder over hoe je communiceert. Dat geldt bijvoorbeeld voor docenten waarvan lerenden vaak verwachten dat zij 24/7 reageren. Je kunt gerust communiceren dat je een tijdje niet bereikbaar bent, en dat je vooral op de rode draad van reacties reageert.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Deel en wissel macht. In digitale omgevingen werkt een strakke hiërarchie vaak niet. Je creëert vaak vertrouwen als je macht en leiderschap laat wisselen tijdens verschillende fasen van een project. Heeft een virtuele groep dan geen leider nodig? Zeker, stelt Ferrazzi. Maar:
		&lt;blockquote&gt;
			&lt;em&gt;that leader should have more of a "monitor and mentor" approach to managing, instead of the traditional "command and control" mindset.&lt;/em&gt;&lt;/blockquote&gt;
	&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Docenten en opleiders kunnen in een digitale leeromgeving eenzelfde rol vervullen. Binnen een dergelijke omgeving kun je lerenden ook de rol van expert en moderator laten vervullen. Zie ook &lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=3474" target="_blank"&gt;Ontwikkelingsfasen van een community, levels of trust en tools&lt;/a&gt;.&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-10-09T17:34:40Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Impressie mini-conferentie Leren en Doceren in de 21e eeuw</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-mini-conferentie-leren-en-doceren-in-de-21e-eeuw" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-mini-conferentie-leren-en-doceren-in-de-21e-eeuw</id>
    <updated>2012-10-07T12:25:03Z</updated>
    <published>2012-10-07T12:20:21Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Ik heb een aantal blogposts geschreven over de verschillende bijdragen van de mini-conferentie van vrijdag j.l:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6034" target="_blank" title="ICT moet onderwijs uit de watertrappelstand halen"&gt;ICT moet onderwijs uit de watertrappelstand halen&lt;/a&gt; (keynote Toine Maes, Kennisnet)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6038" target="_blank" title="Kennisbasis over goed onderwijs is binnen het onderwijs niet goed ontwikkeld"&gt;Kennisbasis over goed onderwijs is binnen het onderwijs niet goed ontwikkeld&lt;/a&gt; (keynote Loek Nieuwenhuis, bijzonder hoogleraar bij Look, Open Universiteit)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6042" target="_blank" title="Online round table best practices ICT in het onderwijs"&gt;Online round table best practices ICT in het onderwijs&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://www.te-learning.nl/blog/?p=6046" target="_blank" title="Oratie Saskia Brand-Gruwel: leren in een digitale wereld "&gt;Oratie Saskia Brand-Gruwel: leren in een digitale wereld &lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Hieronder vind je de slides van mijn korte presentatie over OpenU.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;iframe frameborder="0" height="400" marginheight="0" marginwidth="0" scrolling="no" src="http://www.slideshare.net/slideshow/embed_code/14621021?hostedIn=slideshare&amp;amp;page=upload" width="476px"&gt;&lt;/iframe&gt;&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-10-07T12:20:21Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Doe mee aan het online ronde tafelgesprek over best practices ICT en leren</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/doe-mee-aan-het-online-ronde-tafelgesprek-over-best-practices-ict-en-leren" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/doe-mee-aan-het-online-ronde-tafelgesprek-over-best-practices-ict-en-leren</id>
    <updated>2012-10-24T12:44:54Z</updated>
    <published>2012-10-04T08:40:39Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Op vrijdag 5 oktober aanstaande vindt er een online ronde tafelgesprek plaats over best practices op het gebied van ICT in het onderwijs. Je kunt online deelnemen aan dit ronde tafelgesprek. Presentator en internetjournalist Herbert Blankesteijn is gespreksleider. Ik fungeer als tafelheer.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In de Ronde Tafel-sessie, onder leiding van presentator en internetjournalist Herbert Blankesteijn, geven vier gasten een korte presentatie over een ‘best practice’ ten aanzien van het gebruik van technologie in het onderwijs. Deze presentaties worden online uitgezonden en na elke korte sessie is er gelegenheid tot vragen stellen via chat.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Na de presentaties praat Herbert Blankesteijn met mij over de gepresenteerde ‘best practices’, en reflecteert daarop.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De sessie vindt vrijdag 5 oktober aanstaande plaats van 14.00 uur tot 15.00 uur. Deelname is gratis, inschrijven noodzakelijk.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Om je in te kunnen schrijven, moet je geregistreerd zijn in OpenU.&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="https://studienet.ou.nl/portal/geenaccount" target="_blank"&gt;Registeren bij OpenU?&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://portal.ou.nl/web/miniconferentie-leren-en-doceren-in-de-21ste-eeuw/introductie/-/wiki/Main/U-meet%20en%20conferentie%20" target="_blank"&gt;Meer informatie?&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		&lt;a href="http://portal.ou.nl/web/guest/catalogus/-/p/product/497/6939471" target="_blank"&gt;Inschrijven voor het online ronde tafelgesprek&lt;/a&gt;&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-10-04T08:40:39Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Impressie live sessie OpenU Kennisnet masterclass tablets en leren</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-live-sessie-openu-kennisnet-masterclass-tablets-en-leren" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/impressie-live-sessie-openu-kennisnet-masterclass-tablets-en-leren</id>
    <updated>2012-09-28T14:46:58Z</updated>
    <published>2012-09-28T14:41:34Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Vanmiddag vond de live sessie plaats van de OpenU Kennisnet masterclass "Hoe maak je gebruik van tablets voor leren?" Marco Kalz van Celstec ging in een interview met Eric Kluijfhout in op de stand van zaken ten aanzien van tablets, en op het gebruik van tablets op meso- en micro-didactisch niveau.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;!--more--&gt;Marco en Eric stonden eerst kort stil bij de belangrijkste topics die tot dusver in de masterclass aan de orde zijn gekomen.&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Meerwaarde van tablets, vragen naar effectiviteit&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Technologische inzet (iPad vs Android)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Didactiek en tablets&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Keuze van apps&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Hoe kun je tablets in je eigen context inzetten?&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Vervolgens zijn zij ingegaan op drie thema's, waarbij zij ook de relatie hebben gelegd met de dialoog tijdens de a synchrone sessies in deze masterclass.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;1. Stand van zaken tablets&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Bij discussies over de stand van zaken moet je volgens Marco goed kijken naar de niveaus waar je het over hebt. Organisaties moeten bijvoorbeeld doelstellingen helder hebben. Wat wil je er mee bereiken? Docenten moeten ook helder hebben wat zij met tablets willen. Je hebt nu bijvoorbeeld discussie over 1:1 computing (elke leerling een eigen computer).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar effecten op leerprestaties of naar effecten op andere effecten (bijvoorbeeld op motivatie). Marco haalde daarbij de &lt;a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Actor%E2%80%93network_theory" target="_blank" title="Actor Network Theory"&gt;Actor Network Theory&lt;/a&gt; aan waarin wordt gesteld dat een netwerk niet alleen uit personen kan bestaan, maar dat ook een object of technologie een actor is. De tablet is zo'n technologie. Idealiter is sprake van balans in een netwerk. Nieuwe actoren, bijvoorbeeld tablets, kunnen een netwerk uit balans brengen. Technologieën kunnen bijvoorbeeld ook gedrag van docenten beïnvloeden (denk aan efficiënter werken).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;iframe frameborder="0" height="315" src="http://www.youtube.com/embed/X2YYxS6D-mI" width="420px"&gt;&lt;/iframe&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Marco adviseert ook om naar didactische scenario's te kijken, en niet sec naar apps. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om leerlingen samen te laten werken met één tablet. Of elke leerling een eigen tablet te geven. Met welk doel laat je lerenden met tablets werken?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Hij stelde dat er tot nu toe weinig grootschalig onderzoek is gedaan naar het gebruik van tablets, ook al wordt de tablet al op grote schaal ingezet. Het is niet duidelijk waarom dat het geval is.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;2. Tablets in de les (meso didactiek)&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In de Apple App store zijn er alleen al 95 duizend onderwijs apps. je kunt top down vanuit leerdoelen redeneren om apps te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld met Bloom's taxonomie. &lt;a href="http://www.schrockguide.net/bloomin-apps.html" target="_blank" title="Kathy Schrock Blooming Apps"&gt;Kathy Schrock&lt;/a&gt; heeft deze taxonomie toegepast om apps in te delen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Marco plaatst hierbij kritische kanttekeningen. &lt;em&gt;Creation&lt;/em&gt; bij Bloom is echter veel meer dan het creëren van media, zoals Schrock dat gebruikt. Het is ook moeilijk om apps te determineren. Verder wekt deze indeling de indruk dat sprake is van een 'one stop shop'-systeem. Apps zijn echter nooit kritisch gescreend op het gebruik in het onderwijs. Het gaat er om hoe je het gebruikt als docent.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;a href="http://www.peter.baumgartner.name/material/article/eval_learning_as_action.pdf" target="_blank" title="Learning as Action A Social Science Approach to the Evaluation of Interactive Media"&gt;Baumgartner en Payr&lt;/a&gt; hebben daar een genuanceerde en complexe heuristiek voor ontwikkeld. Deze indeling houdt wel nog onvoldoende rekening met klassemanagement.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Marco is ook ingegaan op het belang van crowdsourcing apps, waarbij de menigte gebruikers de toepasbaarheid van apps in het onderwijs. Een voorbeeld is &lt;a href="http://www.ear.org" target="_blank" title="Educational Apps Review"&gt;ear.org&lt;/a&gt; (Educational Apps Review). Andere tip: volg de Twitter hash tag #edapp.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Naar aanleiding van een vraag in de chat stelde hij dat er ook initiatieven zijn waar bijvoorbeeld wiskundedocenten samen met ontwikkelaars vakspecifieke apps ontwikkelen. In Nederland zijn hier geen voorbeelden van bekend.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Marco liet o.a. een video zien van een app waarmee een tenniscoach feedback aan leerlingen geeft. Je kunt dus een analyse maken van video's. De reflectie kan hierdoor bij leerlingen op gang gebracht worden. De tablet wordt gebruikt voor opnames en analyse. Een andere app is &lt;a href="http://itunes.apple.com/nl/app/classdojo/id552602056?mt=8" target="_blank" title="Class Dojo"&gt;ClassDojo&lt;/a&gt;. Daarmee kun je sociale vaardigheden van leerlingen beoordelen en feedback geven via pictogrammen. Je kunt dit ook voor peer review te gebruiken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Naar aanleiding van een vraag uitte Marco zijn twijfels over het bestaan van &lt;em&gt;digital natives&lt;/em&gt;. Jongeren consumeren meestal. Zij produceren op een heel eenvoudig niveau.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	"&lt;em&gt;Moeten we weer wennen aan een nieuwe technologie?&lt;/em&gt;", luidde een andere vraag Ja, volgens Marco. We hebben nu eenmaal te maken met een innovatiedruk. Je leert wel steeds sneller wennen aan nieuwe technologie. Ook bereik je met tablets mensen die voorheen moeite hadden met ICT.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;3. Hoe kun je leermaterialen met tablets maken (micro didactiek)?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Bij micro-didactiek gaat het over zeer specifieke situaties. Bijvoorbeeld: hoe ga ik tablets in situatie X voor leerlingen A t/m K gebruiken?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Marco ging bijvoorbeeld in op e-books. Door het digitaal beschikbaar te maken, hoeven lerenden minder te sjouwen met boeken. Dat is een eenvoudige, praktische, toegevoegde waarde van tabkets. Het is wel lastig om meerdere bronnen op een tablet tegelijkertijd te gebruiken. Met boeken kan dat beter. Binnen sommige opleidingen is het naast elkaar gebruiken van verschillende bronnen bijvoorbeeld belangrijk (denk aan juridische opleidingen). Aan de andere kant kun je met een tablet veel sneller iets aan een andere lerende laten zien.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Er zijn ook auteursomgevingen beschikbaar gekomen om zelf e-boeken mee te maken. Met behulp van de Laker- en &lt;a href="http://bakerframework.com/" target="_blank" title="Baker Framework"&gt;Baker-frameworks&lt;/a&gt; kun je platformonafhankelijke elektronische boeken maken. Je kunt ook 3D modellen in elektronische boeken integreren, waardoor je bijvoorbeeld DNA-molecules meer tastbaar kunt maken. Voor architectuuropleidingen is dit bijvoorbeeld een toepassingsmogelijkheden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Krachtige e-boeken kunnen zo rijk worden dat elektronische leeromgevingen of aparte apps wel eens overbodig kunnen worden. De standaard ePub3 biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden. Een verschil met een elektronische leeromgeving is het gebrek aan een integratie van functionaliteiten. HTML5 zal volgens Marco Kalz een belangrijke rol gaan spelen als standaard voor tablets.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Toekomstontwikkelingen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Touch interactie is een interessant onderzoeksthema, in relatie met leren. Daar zal veel onderzoek naar gedaan moeten worden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;strong&gt;Belangrijkste boodschap voor scholen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Wees kritisch, deel kennis met collega's, betrek onderzoeksinstellingen bij de uitvoering en ga aan de slag.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-09-28T14:41:34Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>De gevolgen van open educational resources voor het businessmodel</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-gevolgen-van-open-educational-resources-voor-het-businessmodel" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/de-gevolgen-van-open-educational-resources-voor-het-businessmodel</id>
    <updated>2012-09-27T12:49:13Z</updated>
    <published>2012-09-27T12:47:41Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Wat zijn de gevolgen voor een Open Universiteit als men besluit de educatieve content vrij te geven? Deze vraag staat centraal in &lt;a href="http://oer.kmi.open.ac.uk/?page_id=2304" target="_blank" title="A business model approach for OER in Open Universities"&gt;A business model approach for OER in Open Universities&lt;/a&gt; van mijn collega's Ben Janssen, Robert Schuwer en Fred Mulder.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;!--more--&gt;Van oudsher willen open universiteiten onderwijs zo toegankelijk mogelijk maken. Studenten moeten zo onafhankelijk mogelijk kunnen leren. Daardoor zijn didactische elementen zoals begeleiding, sturing en feedback zoveel mogelijk in de leerstof ingebouwd. Open educational resources dragen bij aan toegankelijk onderwijs. Bovendien wordt de kwaliteit van het aanbod verbeterd, als je leerstof vrij geeft (dankzij meer feedback op de inhoud, en een grotere zorgvuldigheid bij de productie).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De vraag is echter of studenten nog wel bereid om te betalen als je als open universiteit leerstof vrij toegankelijk maakt? Deze onderwijsinstellingen worden immers niet voor 100% gefinancierd met publieke middelen. Wat zijn dan de gevolgen voor het business model van een open universiteit?&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De auteurs verkennen deze vraag aan de hand van drie scenario's:&lt;/p&gt;
&lt;ol&gt;
	&lt;li&gt;
		In het meest radicale scenario worden alle leermaterialen als open educational resources (OER) beschikbaar gesteld. Studenten betalen voor aanvullende leerservices.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		In het minst radicale scenario stelt de universiteit enkele cursussen gratis beschikbaar, vooral vanuit marketingoogpunt.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		In scenario drie is 10% van de leerstof als OER beschikbaar, en betalen studenten voor de overige leerstof en services. Dit scenario wordt in feite binnen &lt;a href="http://www.openu.nl" target="_blank" title="OpenU"&gt;OpenU&lt;/a&gt; toegepast.&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;p&gt;
	De auteurs gaan er daarbij uit van een model waarbij een cursus bestaat uit de volgende componenten:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		Content&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Oefeningen en zelftests&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Didactiek, begeleiding en tutoring&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Examinering, opdrachten en certificering&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Additionele services zoals communityfaciliteiten en face-to- face conferenties.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	De OU heeft onderzoek laten uitvoeren naar de drie scenario's. Met een opvallend resultaat:&lt;/p&gt;
&lt;blockquote&gt;
	&lt;em&gt;The most prominent conclusion of our research is that through all the outcomes presented we can observe a similar pattern, which is that the percentage of people inclined to take a course and to enrol increases when the share of OER in the offerings grows: the more OER offering, the more people and OUNL students seem to be inclined to enrol.&lt;/em&gt;&lt;/blockquote&gt;
&lt;p&gt;
	De auteurs plaatsen hierbij wel kanttekeningen bij de statistische significatie. Daarom concluderen zij voorzichtig dat het volledig vrij geven van content in elk geval geen kwaad kan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Uiteraard betekent dit wel dat een Open Universiteit de leerstof uiteen moet rafelen in de verschillende componenten. Als '&lt;em&gt;learning services&lt;/em&gt;' (zoals oefeningen, zelftests, feedback en begeleiding) in sterke mate geïntegreerd zijn in de content, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat men de 'kroonjuwelen' weggeeft, en de eigen marktpositie aantast. De innovatieve leer- en werkomgeving &lt;a href="http://www.openu.nl" target="_blank" title="OpenU"&gt;OpenU&lt;/a&gt; is overigens in staat om dit scenario mogelijk te maken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Onder '&lt;em&gt;future work&lt;/em&gt;' gaan Janssen, Schuwer en Mulder in op de mogelijke gevolgen van massive open online courses. Deze MOOC's bieden volgens de auteurs ook kansen voor open universiteiten via profilering op '&lt;em&gt;learning services&lt;/em&gt;'.&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-09-27T12:47:41Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>OnderwijsInnovatie, editie september 2012 is uit</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/onderwijsinnovatie-editie-september-2012-is-uit" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/onderwijsinnovatie-editie-september-2012-is-uit</id>
    <updated>2012-09-15T06:42:34Z</updated>
    <published>2012-09-15T06:36:16Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Abonnees hebben gisteren de nieuwste editie van het Tijdschrift OnderwijsInnovatie ontvangen. Uiteraard is het &lt;a class="pdf" href="http://www.ou.nl/documents/10815/575b8d77-da70-490d-9585-1ceea8c349a1" target="_blank"&gt;PDF-bestand ook online beschikbaar&lt;/a&gt;.&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&lt;img alt="" src="http://portal.ou.nl/image/image_gallery?uuid=a74a5fcc-9d01-4b7a-b23c-a070c9690221&amp;amp;groupId=386429&amp;amp;t=1347691090560" style="width: 40%; height: 40%; float: left; margin: 5px; " /&gt;In deze editie staan o.a. de volgende artikelen:&lt;/div&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		De slapende reus Afrika (rol van kennis en innovatie)&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Wetenschap in crisis. Hoogleraar Rob Martens vraagt zich af of we nog wel kunnen vertrouwen op de wetenschap.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Hoger onderwijs na de verkiezingen.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		OpenU en blended professionaliseringstrajecten&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Toetsgestuurd leren en learning analytics&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Een moderne kijk op e-portfolioconcepten&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Een infrastructuur voor open en flexibel onderwijs&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-09-15T06:36:16Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Facebook en versturen tekstberichten tijdens de les leiden tot slechtere onderwijsprestaties</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/facebook-en-versturen-tekstberichten-tijdens-de-les-leiden-tot-slechtere-onderwijsprestaties" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/facebook-en-versturen-tekstberichten-tijdens-de-les-leiden-tot-slechtere-onderwijsprestaties</id>
    <updated>2012-08-03T12:59:00Z</updated>
    <published>2012-08-03T12:55:31Z</published>
    <summary type="html">&lt;p&gt;
	Steeds vaker wordt aangetoond dat multitasken leidt tot slechtere onderwijsprestaties. &lt;a href="http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0747563212001926" target="_blank" title="In-class multitasking and academic performance"&gt;Recent onderzoek&lt;/a&gt; van dr. Reynol Junco laat zien dat vooral het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten op de langere termijn leidt tot lagere cijfers. Dit betekent echter niet dat mobiele technologie en sociale media daarom uit de les geweerd moeten worden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	De huidige generatie lerenden is opgegroeid met ICT en maakt er over het algemeen ook intensief gebruik van. Men gebruikt ICT ook tijdens het werken en leren. Het grootste deel van het aantal sms'jes wordt tijdens het huiswerk verstuurd, terwijl 53% van de lerenden tijdens de les/het college tekstberichten verstuurd.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Multitasken gaat echter ten koste van presteren, ook van leerprestaties. Multitasking wordt door Junco gedefinieerd als het verdelen van aandacht en het schakelen tussen niet-sequentiële taken tijdens slecht gedefinieerde taken, die worden uitgevoerd binnen leersituaties. Als je probeert je aandacht over meer taken te verdelen of te schakelen tussen niet-sequentiële taken dan overbelast je het menselijk vermogen om informatie te verwerken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Volgens Junco leidt een niet gestructureerd gebruik van technologie, zoals laptops, tot afleiding en dus het uitvoeren van activiteiten die niets van doen hebben met de betreffende leeractiviteit. Hij haalt diverse onderzoeken aan waaruit blijkt dat jongeren zich inderdaad laten afleiden door ICT als zij aan het leren zijn (thuis of op school). Technologie, die niet gerelateerd is aan taken, bevordert namelijk met name cognitieve processen die niet nodig zijn om betekenis te verlenen aan leermaterialen (&lt;a href="http://en.wikiversity.org/wiki/Cognitive_Theory_of_MML_Continued" target="_blank" title="Cognitive Theory of MML Continued"&gt;&lt;em&gt;incidental processing&lt;/em&gt;&lt;/a&gt;).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Verschillende onderzoeken laten volgens Junco zien dat met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten negatief van invloed zijn op cijfers. Opvallend genoeg lijkt er geen verband te zijn tussen het behalen van studiepunten en email, het zoeken van niet-cursusgerelateerde content, telefoneren en instant messaging tijdens de voorbereiding van colleges (dus niet tijdens colleges).&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Junco heeft zelf onderzoek gedaan naar de lange termijn effecten van multitasking op cijfers. Daarbij heeft hij gekeken naar de effecten van verschillende technologieën zoals Facebook, email, zoeken naar niet-cursusgerelateerde content of instant messaging. Internetvaardigheden zijn daarbij als controlevariabele behandeld, net als demografische variabelen (zoals het opleidingsniveau van de ouders) en de gemiddelde cijfers op de &lt;em&gt;high school&lt;/em&gt;.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Junco heeft gekeken naar de frequentie waarin ICT tijdens colleges wordt gebruikt, en naar de relatie tussen niet-taakgerelateerd ICT-gebruik en academische prestaties. Een belangrijke beperking van zijn onderzoek is overigens dat hij alleen gebruik heeft gemaakt van zelfrapportages. Enkele bevindingen zijn:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
	&lt;li&gt;
		69% van de studenten verstuurt tekstberichten tijdens colleges. 34% van de studenten doet dat de helft van de colleges of vaker.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		28% van de studenten maakt tijdens colleges gebruik van Facebook of email.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Studenten telefoneren nauwelijks tijdens colleges, en maken ook amper gebruik van instant messaging.&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		Met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten tijdens colleges resulteren ook op de langere termijn in lagere cijfers. Het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten draagt vooral bij aan incidental processing, en leidt af van effectieve leeractiviteiten (&lt;a href="http://en.wikiversity.org/wiki/Cognitive_Theory_of_MML_Continued" target="_blank" title="Cognitive Theory of MML Continued"&gt;&lt;em&gt;essential processing&lt;/em&gt; en &lt;em&gt;representational holding&lt;/em&gt;&lt;/a&gt;).&lt;/li&gt;
	&lt;li&gt;
		De uitkomst dat instant messaging en telefoneren geen negatieve impact hebben op leerresultaten kan worden verklaard uit de bevinding dat deze activiteiten nauwelijks tijdens colleges worden toegepast. Dat geldt deels ook voor andere technologieën, zoals email: als zij vaker worden gebruikt, is de negatieve invloed op studieresultaten vaak groter. Daarnaast gaat het er ook om hoe technologieën worden ingezet, stelt Junco. Facebook-activiteiten gericht op het verzamelen en delen van informatie hebben een meer positief effect op leerprestaties dan het 'socializen'.&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;
	Dit onderzoek leert wat mij betreft dat je mobiele technologie en sociale media tijdens het leren niet zou moeten gebruiken voor niet-leertaakgebonden activiteiten zoals conversaties. Het zou echter een verkeerde conclusie zijn om mobiele technologie en sociale media niet in te zetten tijdens het onderwijs.&amp;nbsp;Junco wijst terecht op het belang om meer te kijken naar hoe (en met welk doel) ICT wordt ingezet.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Waar het omgaat is dat je ICT een expliciete plek geeft binnen je onderwijsontwerp. Daarbij maak je duidelijk waarom, hoe en wanneer je ICT inzet (en wanneer ook niet). Ik toon bijvoorbeeld zelf tijdens workshops vaak een opengeklapte laptop of tablet op het moment dat we ICT gaan gebruiken, en een gesloten laptop of tablet als deelnemers niet geacht worden om technologie te gebruiken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Daarnaast is er niet mis mee om expliciete 'sociale media'-pauzes in te lassen. Onderzoek leert namelijk ook dat de motivatie van lerenden wordt bevorderd als er tijdens het leren ruimte is voor niet-taakgebonden communicatie. Dat is echter wat anders dan multitasken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Gezien de didactische mogelijkheden zou het een gemiste kans zijn om mobiele technologie en sociale media uit klas en collegezaal te weren. Bovendien leer je als jongere pas verstandig gebruik te maken van deze technologieën, door er gebruik van te maken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	In feite zou er nader onderzoek gedaan moeten worden naar de relatie tussen leerresultaten en didactisch doordacht vs ongestructureerd gebruik van mobiele technologie en sociale media in het onderwijs. Daarbij zou ook gekeken moeten worden of jongeren ook bij een didactisch doordacht en selectief gebruik van ICT in de verleiding komen om technologie te gebruiken om te 'socializen'.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	Het onderzoek van Junco is helaas niet vrij toegankelijk. Ik werd er via mail door Lex Dierssen op gewezen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;
	&lt;a href="http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0747563212001926" target="_blank" title="In-class multitasking and academic performance"&gt;Junco, R. (2012) In-class multitasking and academic performance. Computers in Human Behavior (2012), http://dx.doi.org/10.1016/j.chb.2012.06.031&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-08-03T12:55:31Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Nieuwe technologieën maken waardering van meer informeel leren mogelijk</title>
    <link rel="alternate" href="http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/nieuwe-technologieen-maken-waardering-van-meer-informeel-leren-mogelijk" />
    <author>
      <name>Wilfred Rubens</name>
    </author>
    <id>http://portal.ou.nl/en/web/wrb/blog/-/blogs/nieuwe-technologieen-maken-waardering-van-meer-informeel-leren-mogelijk</id>
    <updated>2012-07-07T07:35:13Z</updated>
    <published>2012-07-07T07:26:18Z</published>
    <summary type="html">&lt;div&gt;
	Op dit moment zijn nieuwe manieren van het analyseren van performance in ontwikkeling, die niet alleen uitgaan van 'harde' resultaten maar bijvoorbeeld ook van invloed. Deze ontwikkeling biedt ook kansen voor andere manieren van beoordelen binnen onderwijs en opleiden. Daarbij kan dan eindelijk meer rekening gehouden worden met de waarde van meer informele manieren van leren.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Via The Social Collaboration Community Network ben ik vanochtend terecht gekomen op een &lt;a href="http://www.fastcompany.com/1842019/evaluating-employees-based-on-influence" target="_blank" title="Measuring An Employee's Worth? Consider Influence"&gt;artikel op FastCompany.com&lt;/a&gt; over nieuwe services op het gebied van het analyseren van de performance van medewerkers.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Daarbij wordt niet alleen gekeken naar harde doelen, zoals verkoopcijfers, maar ook naar de invloed die een medewerker heeft binnen de organisatie. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe collega's reageren op bijdragen van anderen via het sociale netwerk van de organisatie. Nieuwe technologieën, die werken op basis van bepaalde algoritmes, analyseren &amp;nbsp;deze bijdragen. Zij houden dan niet alleen rekening met het aantal bijdragen dat iemand plaatst, maar ook met de mate waarin collega's die bijdragen nuttig vinden (bijvoorbeeld door bijdragen te delen of te waarderen). Ook systemen van badges kunnen hierbij een rol spelen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	FastCompany.com illustreert hoe Salesforce.com dit met een nieuwe functionaliteit faciliteert. Ik zie echter ook relaties met leren.&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Via learning analytics kun je bijvoorbeeld participatie in diverse sociale en leernetwerken analyseren en waarderen, en betrekken bij de beoordeling van een opleiding. Op deze manier waardeer je ook meer informele vormen van leren, en integreer je zelfgeorganiseerd leren binnen opleidingen.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Voorbeeld: Maarten Koning volgt de &lt;a href="http://www.fontys.nl/voor.professionals/cursusinfo.aspx?cursuscode=5029ZD0008&amp;amp;returnurl=%2Fvoor.professionals%2Fopleidingzoeker.aspx%23ig%3D4~opl%3D-2" target="_blank"&gt;post-HBO opleiding e-learning&lt;/a&gt; bij Fontys. Binnen die opleiding wordt gestimuleerd dat studenten participeren in verschillende communities rond &lt;em&gt;technology enhanced learning,&lt;/em&gt; van &lt;a href="http://www.openu.nl" target="_blank"&gt;OpenU&lt;/a&gt;. Bijdrages die men in die communities levert, tellen mee bij de beoordeling van de post-HBO opleiding e-learning.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Maarten onderhoudt binnen het leernetwerk van OpenU een eigen blog. Zijn bijdragen worden gewaardeerd door andere deelnemers van het leernetwerk (niet alleen van collega-studenten van zijn opleiding). Daarnaast waardeert hij ook bijdragen van anderen, onder meer door te reageren of door bijdragen te bookmarken, annoteren, taggen, beoordelen en delen. Op deze manier genereert Maarten een '&lt;em&gt;activity stream&lt;/em&gt;' binnen OpenU. Via een learning analytics tool wordt deze &lt;em&gt;activity stream&lt;/em&gt; op basis van een algoritme geanalyseerd en gewaardeerd. Zijn activiteiten hebben hem al tien badges opgeleverd, zoals de zilveren ster voor 25 reacties en het gouden uitroepteken voor het tien keer behalen van een maximale beoordeling van een blogpost.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Deze waardering telt vervolgens voor 25% mee bij de beoordeling van zijn opleiding.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Deze manier van beoordelen stimuleert meer informele vormen van kennis delen. Lerenden ervaren dan aan den lijve hoe waardevol deze manier van leren kan zijn. Bovendien erkennen organisaties (zoals onderwijsinstellingen en opleidingsinstituten) hiermee eindelijk ook de waarde van zelfgeorganiseerd leren.&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	&amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;div&gt;
	Deze ontwikkeling komt dichterbij dan je wellicht nu denkt. Binnen OpenU bestaat zo'n '&lt;em&gt;activity stream&lt;/em&gt;' al. Ook is er al ervaring opgedaan met algoritmes die bijvoorbeeld &lt;em&gt;peers&lt;/em&gt; aan elkaar koppelen voor peer support, op basis van hun profielen. De verbinding met learning analytics kan m.i. relatief eenvoudig worden gelegd. De toepassing van badges wordt ook onderzocht.&lt;/div&gt;</summary>
    <dc:creator>Wilfred Rubens</dc:creator>
    <dc:date>2012-07-07T07:26:18Z</dc:date>
  </entry>
</feed>

