Blog

Entries with tag mobiele technologie.

Impressie live sessie OpenU Kennisnet masterclass tablets en leren

Vanmiddag vond de live sessie plaats van de OpenU Kennisnet masterclass "Hoe maak je gebruik van tablets voor leren?" Marco Kalz van Celstec ging in een interview met Eric Kluijfhout in op de stand van zaken ten aanzien van tablets, en op het gebruik van tablets op meso- en micro-didactisch niveau.

Marco en Eric stonden eerst kort stil bij de belangrijkste topics die tot dusver in de masterclass aan de orde zijn gekomen.

  • Meerwaarde van tablets, vragen naar effectiviteit
  • Technologische inzet (iPad vs Android)
  • Didactiek en tablets
  • Keuze van apps
  • Hoe kun je tablets in je eigen context inzetten?

Vervolgens zijn zij ingegaan op drie thema's, waarbij zij ook de relatie hebben gelegd met de dialoog tijdens de a synchrone sessies in deze masterclass.

1. Stand van zaken tablets

Bij discussies over de stand van zaken moet je volgens Marco goed kijken naar de niveaus waar je het over hebt. Organisaties moeten bijvoorbeeld doelstellingen helder hebben. Wat wil je er mee bereiken? Docenten moeten ook helder hebben wat zij met tablets willen. Je hebt nu bijvoorbeeld discussie over 1:1 computing (elke leerling een eigen computer).

Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar effecten op leerprestaties of naar effecten op andere effecten (bijvoorbeeld op motivatie). Marco haalde daarbij de Actor Network Theory aan waarin wordt gesteld dat een netwerk niet alleen uit personen kan bestaan, maar dat ook een object of technologie een actor is. De tablet is zo'n technologie. Idealiter is sprake van balans in een netwerk. Nieuwe actoren, bijvoorbeeld tablets, kunnen een netwerk uit balans brengen. Technologieën kunnen bijvoorbeeld ook gedrag van docenten beïnvloeden (denk aan efficiënter werken).

Marco adviseert ook om naar didactische scenario's te kijken, en niet sec naar apps. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om leerlingen samen te laten werken met één tablet. Of elke leerling een eigen tablet te geven. Met welk doel laat je lerenden met tablets werken?

Hij stelde dat er tot nu toe weinig grootschalig onderzoek is gedaan naar het gebruik van tablets, ook al wordt de tablet al op grote schaal ingezet. Het is niet duidelijk waarom dat het geval is.

2. Tablets in de les (meso didactiek)

In de Apple App store zijn er alleen al 95 duizend onderwijs apps. je kunt top down vanuit leerdoelen redeneren om apps te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld met Bloom's taxonomie. Kathy Schrock heeft deze taxonomie toegepast om apps in te delen.

Marco plaatst hierbij kritische kanttekeningen. Creation bij Bloom is echter veel meer dan het creëren van media, zoals Schrock dat gebruikt. Het is ook moeilijk om apps te determineren. Verder wekt deze indeling de indruk dat sprake is van een 'one stop shop'-systeem. Apps zijn echter nooit kritisch gescreend op het gebruik in het onderwijs. Het gaat er om hoe je het gebruikt als docent.

Baumgartner en Payr hebben daar een genuanceerde en complexe heuristiek voor ontwikkeld. Deze indeling houdt wel nog onvoldoende rekening met klassemanagement.

Marco is ook ingegaan op het belang van crowdsourcing apps, waarbij de menigte gebruikers de toepasbaarheid van apps in het onderwijs. Een voorbeeld is ear.org (Educational Apps Review). Andere tip: volg de Twitter hash tag #edapp.

Naar aanleiding van een vraag in de chat stelde hij dat er ook initiatieven zijn waar bijvoorbeeld wiskundedocenten samen met ontwikkelaars vakspecifieke apps ontwikkelen. In Nederland zijn hier geen voorbeelden van bekend.

Marco liet o.a. een video zien van een app waarmee een tenniscoach feedback aan leerlingen geeft. Je kunt dus een analyse maken van video's. De reflectie kan hierdoor bij leerlingen op gang gebracht worden. De tablet wordt gebruikt voor opnames en analyse. Een andere app is ClassDojo. Daarmee kun je sociale vaardigheden van leerlingen beoordelen en feedback geven via pictogrammen. Je kunt dit ook voor peer review te gebruiken.

Naar aanleiding van een vraag uitte Marco zijn twijfels over het bestaan van digital natives. Jongeren consumeren meestal. Zij produceren op een heel eenvoudig niveau.

"Moeten we weer wennen aan een nieuwe technologie?", luidde een andere vraag Ja, volgens Marco. We hebben nu eenmaal te maken met een innovatiedruk. Je leert wel steeds sneller wennen aan nieuwe technologie. Ook bereik je met tablets mensen die voorheen moeite hadden met ICT.

3. Hoe kun je leermaterialen met tablets maken (micro didactiek)?

Bij micro-didactiek gaat het over zeer specifieke situaties. Bijvoorbeeld: hoe ga ik tablets in situatie X voor leerlingen A t/m K gebruiken?

Marco ging bijvoorbeeld in op e-books. Door het digitaal beschikbaar te maken, hoeven lerenden minder te sjouwen met boeken. Dat is een eenvoudige, praktische, toegevoegde waarde van tabkets. Het is wel lastig om meerdere bronnen op een tablet tegelijkertijd te gebruiken. Met boeken kan dat beter. Binnen sommige opleidingen is het naast elkaar gebruiken van verschillende bronnen bijvoorbeeld belangrijk (denk aan juridische opleidingen). Aan de andere kant kun je met een tablet veel sneller iets aan een andere lerende laten zien.

Er zijn ook auteursomgevingen beschikbaar gekomen om zelf e-boeken mee te maken. Met behulp van de Laker- en Baker-frameworks kun je platformonafhankelijke elektronische boeken maken. Je kunt ook 3D modellen in elektronische boeken integreren, waardoor je bijvoorbeeld DNA-molecules meer tastbaar kunt maken. Voor architectuuropleidingen is dit bijvoorbeeld een toepassingsmogelijkheden.

Krachtige e-boeken kunnen zo rijk worden dat elektronische leeromgevingen of aparte apps wel eens overbodig kunnen worden. De standaard ePub3 biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden. Een verschil met een elektronische leeromgeving is het gebrek aan een integratie van functionaliteiten. HTML5 zal volgens Marco Kalz een belangrijke rol gaan spelen als standaard voor tablets.

Toekomstontwikkelingen

Touch interactie is een interessant onderzoeksthema, in relatie met leren. Daar zal veel onderzoek naar gedaan moeten worden.

Belangrijkste boodschap voor scholen

Wees kritisch, deel kennis met collega's, betrek onderzoeksinstellingen bij de uitvoering en ga aan de slag.

 

Facebook en versturen tekstberichten tijdens de les leiden tot slechtere onderwijsprestaties

Steeds vaker wordt aangetoond dat multitasken leidt tot slechtere onderwijsprestaties. Recent onderzoek van dr. Reynol Junco laat zien dat vooral het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten op de langere termijn leidt tot lagere cijfers. Dit betekent echter niet dat mobiele technologie en sociale media daarom uit de les geweerd moeten worden.

De huidige generatie lerenden is opgegroeid met ICT en maakt er over het algemeen ook intensief gebruik van. Men gebruikt ICT ook tijdens het werken en leren. Het grootste deel van het aantal sms'jes wordt tijdens het huiswerk verstuurd, terwijl 53% van de lerenden tijdens de les/het college tekstberichten verstuurd.

Multitasken gaat echter ten koste van presteren, ook van leerprestaties. Multitasking wordt door Junco gedefinieerd als het verdelen van aandacht en het schakelen tussen niet-sequentiële taken tijdens slecht gedefinieerde taken, die worden uitgevoerd binnen leersituaties. Als je probeert je aandacht over meer taken te verdelen of te schakelen tussen niet-sequentiële taken dan overbelast je het menselijk vermogen om informatie te verwerken.

Volgens Junco leidt een niet gestructureerd gebruik van technologie, zoals laptops, tot afleiding en dus het uitvoeren van activiteiten die niets van doen hebben met de betreffende leeractiviteit. Hij haalt diverse onderzoeken aan waaruit blijkt dat jongeren zich inderdaad laten afleiden door ICT als zij aan het leren zijn (thuis of op school). Technologie, die niet gerelateerd is aan taken, bevordert namelijk met name cognitieve processen die niet nodig zijn om betekenis te verlenen aan leermaterialen (incidental processing).

Verschillende onderzoeken laten volgens Junco zien dat met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten negatief van invloed zijn op cijfers. Opvallend genoeg lijkt er geen verband te zijn tussen het behalen van studiepunten en email, het zoeken van niet-cursusgerelateerde content, telefoneren en instant messaging tijdens de voorbereiding van colleges (dus niet tijdens colleges).

Junco heeft zelf onderzoek gedaan naar de lange termijn effecten van multitasking op cijfers. Daarbij heeft hij gekeken naar de effecten van verschillende technologieën zoals Facebook, email, zoeken naar niet-cursusgerelateerde content of instant messaging. Internetvaardigheden zijn daarbij als controlevariabele behandeld, net als demografische variabelen (zoals het opleidingsniveau van de ouders) en de gemiddelde cijfers op de high school.

Junco heeft gekeken naar de frequentie waarin ICT tijdens colleges wordt gebruikt, en naar de relatie tussen niet-taakgerelateerd ICT-gebruik en academische prestaties. Een belangrijke beperking van zijn onderzoek is overigens dat hij alleen gebruik heeft gemaakt van zelfrapportages. Enkele bevindingen zijn:

  • 69% van de studenten verstuurt tekstberichten tijdens colleges. 34% van de studenten doet dat de helft van de colleges of vaker.
  • 28% van de studenten maakt tijdens colleges gebruik van Facebook of email.
  • Studenten telefoneren nauwelijks tijdens colleges, en maken ook amper gebruik van instant messaging.
  • Met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten tijdens colleges resulteren ook op de langere termijn in lagere cijfers. Het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten draagt vooral bij aan incidental processing, en leidt af van effectieve leeractiviteiten (essential processing en representational holding).
  • De uitkomst dat instant messaging en telefoneren geen negatieve impact hebben op leerresultaten kan worden verklaard uit de bevinding dat deze activiteiten nauwelijks tijdens colleges worden toegepast. Dat geldt deels ook voor andere technologieën, zoals email: als zij vaker worden gebruikt, is de negatieve invloed op studieresultaten vaak groter. Daarnaast gaat het er ook om hoe technologieën worden ingezet, stelt Junco. Facebook-activiteiten gericht op het verzamelen en delen van informatie hebben een meer positief effect op leerprestaties dan het 'socializen'.

Dit onderzoek leert wat mij betreft dat je mobiele technologie en sociale media tijdens het leren niet zou moeten gebruiken voor niet-leertaakgebonden activiteiten zoals conversaties. Het zou echter een verkeerde conclusie zijn om mobiele technologie en sociale media niet in te zetten tijdens het onderwijs. Junco wijst terecht op het belang om meer te kijken naar hoe (en met welk doel) ICT wordt ingezet.

Waar het omgaat is dat je ICT een expliciete plek geeft binnen je onderwijsontwerp. Daarbij maak je duidelijk waarom, hoe en wanneer je ICT inzet (en wanneer ook niet). Ik toon bijvoorbeeld zelf tijdens workshops vaak een opengeklapte laptop of tablet op het moment dat we ICT gaan gebruiken, en een gesloten laptop of tablet als deelnemers niet geacht worden om technologie te gebruiken.

Daarnaast is er niet mis mee om expliciete 'sociale media'-pauzes in te lassen. Onderzoek leert namelijk ook dat de motivatie van lerenden wordt bevorderd als er tijdens het leren ruimte is voor niet-taakgebonden communicatie. Dat is echter wat anders dan multitasken.

Gezien de didactische mogelijkheden zou het een gemiste kans zijn om mobiele technologie en sociale media uit klas en collegezaal te weren. Bovendien leer je als jongere pas verstandig gebruik te maken van deze technologieën, door er gebruik van te maken.

In feite zou er nader onderzoek gedaan moeten worden naar de relatie tussen leerresultaten en didactisch doordacht vs ongestructureerd gebruik van mobiele technologie en sociale media in het onderwijs. Daarbij zou ook gekeken moeten worden of jongeren ook bij een didactisch doordacht en selectief gebruik van ICT in de verleiding komen om technologie te gebruiken om te 'socializen'.

Het onderzoek van Junco is helaas niet vrij toegankelijk. Ik werd er via mail door Lex Dierssen op gewezen.

Junco, R. (2012) In-class multitasking and academic performance. Computers in Human Behavior (2012), http://dx.doi.org/10.1016/j.chb.2012.06.031

Horizon-rapport 2012 signaleert paradigma-shift binnen onderwijs

De publicatie van het Horrizon-rapport rond deze tijd is langszamerhand een standaard terugkerend fenomeen aan het worden. Opvallend is dat de samenstellers dit jaar een duidelijke 'paradigma-shift' in het onderwijs signaleren. De verslechterde economische situatie dwingt het onderwijs daartoe.

Elk jaar publiceert The New Media Consortium een rapport waarin zij de zes belangrijkste trends op het gebied van ICT en hoger onderwijs schetsen. Een groot aantal experts analyseert belangrijke ontwikkelingen, en vat vervolgens trends samen voor de korte, middellange en lange termijn. Een verschil met andere jaren is dat je nu geregistreerd moet zijn om het rapport te kunnen downloaden.

De auteurs beschrijven weer zes key trends die voor een groot deel overeenkomen met de trends van verleden jaar. Editie 2012 van het rapport constateert nadrukkelijk een 'paradigma-shift' op het gebied van het onderwijs. Mede als gevolg van verminderde budgetten zoeken onderwijsinstellingen in online leren, hybride leren en modellen voor samenwerking naar alternatieven voor het relatief dure face-to-face onderwijs. Op het niveau van de klas signaleert men een nieuwe nadruk op meer 'challenge-based' en actief leren.

De significante uitdagingen kennen ook veel overlap met de knelpunten van 2011. Dit jaar benadrukken de auteurs ook dat institutionele drempels organisaties in de weg zitten om nieuwe technologieën op een constructieve manier binnen het onderwijs in te zetten. Het hoger onderwijs houdt te zeer vast aan de status quo, aldus het Horizon-rapport 2012. De samenstellers denken ook dat er nieuwe business modellen nodig zijn om nieuwe vormen van wetenschap te bedrijven, mogelijk te maken.

De belangrijkste technologische trends van 2012 zijn dan:

  • Het toenemende gebruik van mobiele apps (korte termijn)
  • Het gebruik van tablet PC's (korte termijn)
  • Game-based learning (middellange termijn)
  • Learning analytics (middellange termijn)
  • Gesture-based computing: computers worden bediend met lichaamsbewegingen, gezichtsuitdrukkingen en stemherkenning (lange termijn)
  • Het internet der dingen (alledaagse objecten zijn verbonden met het internet en bevatten 'slimme' informatie)

In vergelijking met verleden jaar is weer sprake van een lichte verschuiving in trends, en niet van trendbreuken.

Impressie online masterclass mobiele technologie

Vanmiddag heeft collega professor Marcus Specht een online masterclass verzorgd over mobiele technologie in het onderwijs. Marcus is in een vraaggesprek met Rob Koper, mede aan de hand van vragen die vooraf in een forum zijn gesteld, ingegaan op vier elementen van mobiele technologie en leren.

1. Inkaderen: wat is het? Leren is volgens Marcus gericht op duurzame gedragsverandering. Mobiele technologie stelt jou in staat om te leren. Mobiele technologie heeft de laatste jaren een enorme impuls gekregen. Mede dankzij smartphones en tablets. De lerende is mobiel geworden. Mobiele technologie verbindt leersituaties, contexten.

Technologie gaat ook meer naar de achtergrond. Dat is bij laptops anders. Die is dominant aanwezig. Belangrijke functies:

  1. Verzamelbak (o.a. educatieve podcasts, digitale informatie opslaan bijvoorbeeld via Evernote). Deze verzamelbak kun je met diverse devices, altijd, benaderen. Cloud computing speelt hierbij ook een belangrijke rol.
  2. Filteren van content. Sensortechnologie en GPS zorgt ervoor dat de context van de gebruiker bekend is en helpt bij het filteren van informatie. Augmented reality biedt ook informatie aan op basis van contexten. Wikitude is daar een voorbeeld van.
  3. Organiseren: mobiele technologie helpt je bij plannen en organiseren (agenda, bijvoorbeeld)
  4. Mensen in staat stellen te communiceren en netwerken is volgens Marcus van oudsher een vierde functie van mobiele technologie.

Je hebt ook specifieke apps voor leren, zoals e-clickers. Een specifieke kwaliteit van mobiele technologie: het is persoonlijke technologie. Dat werkt motiverend.

2. Context en achtergronden mobiele technologie Marcus schetste in vogelvlucht de sterke toename van het gebruik van mobiele technologie. Klassieke gsm's gaan bijvoorbeeld verdwijnen. Het onderwijs kan deze trend niet negeren, maar zou wel de negatieve aspecten tegen moeten gaan. Daarnaast kunnen apparaten steeds vaker hetzelfde, en worden zij kwalitatief beter.

3. Hoe kunnen we het toepassen? Wat is de toegevoegde waarde voor onderwijs? Volgens Marcus moet je leerlingen stimuleren om mobiele technologie voor leerdoelen te gebruiken. Bijvoorbeeld door leren met mobiele technologie buiten de klas, te gebruiken in de klas. Rob Koper vroeg de aanwezigen via de chat nog met suggesties te komen. Genoemd werden o.a.:

  • Samen met leerlingen afspraken maken, in plaats van het gebruik verbieden of van bovenaf regels formuleren.
  • Positief benaderen en misbruik bespreken.
  • Laat leerlingen aan het eind van de les een nanosamenvatting maken van de les (bijvoorbeeld via Twitter in 140 tekens).
  • Je onderwijs aantrekkelijk maken zodat leerlingen niet geneigd zijn andere dingen te doen.

Marcus stelde ook dat controlemaatregelen vaak averechts kunnen werken. Hij benadrukte ook dat je moet kijken naar welk probleem je wilt oplossen met mobiele technologie. 1-to-1 computing moet je bijvoorbeeld ook koppelen aan je manier van leren, en niet los invoeren. Hij adviseerde ook om te experimenteren op kleine schaal, met een duidelijke focus. Dan ontdek je volgens hem de toegevoegde waarde vanzelf.

Aan de hand van vragen gaf hij ook de tip een lijst op te stellen van verschillende (kern)apps van verschillende platforms, die hetzelfde kunnen. Verder gaf hij aan dat mobiele technologie ook ubiquitous leren mogelijk kan maken. Mobiele technologie wordt dikwijls ook gebruikt om dove mensen te laten leren (sign language).

4. Krachtige voorbeelden Tenslotte gaf Marcus Specht nog drie goede voorbeelden van mobiele technologie voor leren:

  1. Mobile math learning, Operation Numerika (wiskunde leren via een Nintendo DS). Engagement is daarbij een belangrijke succesfactor. Lerenden wisselen onderling ervaringen met wiskunde uit. De mobiele toepassing stimuleert de dialoog.
  2. Social video communities - KLIV Project (Zweden). Op het gebied van gezondheidszorg heeft men lerenden zelf video's laten maken van beroepssituaties. Deze authentieke user generated content wordt gebruikt als leerstof.
  3. Context-aware taal leren (MACE). Leren in een specifieke situatie, de technologie stimuleert dat je sterk gefocust bent. Focus is volgens hem belangrijk voor leren.

Ik heb met plezier deelgenomen aan deze online masterclass. Technisch liep het m.i. nagenoeg vlekkeloos (ik heb 2x de video moeten herstarten). Voorafgaand aan de live sessie zijn vragen gesteld en discussies gevoerd via het forum. Deze bijdragen vormden input voor het vraaggesprek.

Daarnaast ging Marcus ook in op vragen die via de chat werden gesteld. Op zich werkt dit goed, al heb ik het idee dat de spreker hierdoor ook wel eens 'koers' kan raken (over de toegevoegde waarde van mobiele technologie had Marcus m.i. meer kunnen vertellen).

Showing 4 results.