Blog

Entries with tag conferentie.

Impressie mini-conferentie Leren en Doceren in de 21e eeuw

Ik heb een aantal blogposts geschreven over de verschillende bijdragen van de mini-conferentie van vrijdag j.l:

Hieronder vind je de slides van mijn korte presentatie over OpenU.

Trends tijdens het CvI-congres: optimalisatie in plaats van vernieuwing?

De afgelopen week heb ik met genoegen dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT gevolgd. Tijdens deze conferentie is door zestien bloggers intensief verslag gedaan. In deze blogpost wil ik op basis van diverse bijdragen kijken of er trends zijn te ontdekken. Ik eindig met twee stellingen.

  • Het 'gewone' gebruik van de elektronische leeromgeving is business as usual, en geen reden meer voor betrokkenen om hier kennis over te delen. Er werden bijvoorbeeld wel verschillende bijdragen verzorgd over pilots met iPads. Praten we liever over recente initiatieven waar we weinig ervaringen mee hebben opgedaan, dan over langer in gebruik zijnde toepassingen met ongetwijfeld veel 'lessons learned'? (Willem van Dinther en ik vroegen ons dit tijdens de lunch van dag 2 af?).
  • Het mbo blijft een sector in beweging. De toenemende aandacht voor taal en rekenen (ook tijdens dit congres) leidt tot avo-isering van het mbo. Daarnaast is er een sterke focus op vakmanschap, waar jongeren zich in kortere tijd toe moeten ontwikkelen. De vrees is dat dit ten koste gaat van de pedagogische opdracht van het mbo. Daarnaast lijkt OCW het mbo minder toegankelijk te willen maken voor zorgleerlingen. Zonder zicht op een volwaardig alternatief. Triest. Verder heeft het mbo te maken met teruglopende bezuinigingen en ontslagen. Deze context werkt m.i. belemmerend voor vernieuwingen. Of zien we juist kansen?
  • Het mbo wil ook haar opleidingsaanbod vernieuwen, mede als gevolg van technologische ontwikkelingen. Dit leidt tot nieuwe opleidingen als smart media advisor, die worden verzorgd terwijl ze nog niet uitontwikkeld zijn. In combinatie met de toenemende compactheid van opleidingen leidt dit tot discussie over kwaliteit.
  • Het mbo worstelt al verschillende jaren met verdere flexibilisering van het onderwijs. Dat bleek o.a. uit de sessies over de onderwijscatalogus en het onderzoek naar onderwijsvernieuwing die ik heb bijgewoond. Instellingen maken ook bewust een pas op plaats omdat de voorwaarden voor flexibilisering nog niet gerealiseerd zijn ('de boel op orde'). Het valt me ook op dat nagenoeg niet gekeken wordt naar online of blended learning (met minder face-to-face onderwijs) als alternatief. Een belangrijke reden hiervoor is de controletirannie van het ministerie van OCW en Onderwijsinspectie waarbij alleen aanwezigheid wordt gewaardeerd, in plaats van het leren zelf. Wellicht dat de mbo-instellingen hier wat 'onschuldige fraude' moeten plegen.
  • Experimenten met de iPad wijzen erop dat het gebruikersgemak van dit apparaat het gebruik van ICT in het onderwijs kan bevorderen. Tegelijkertijd behoeft de relatie met didactiek zachts gezegd nog de nodige aandacht, en zijn er ook zorgen over nieuwe monopolievorming binnen het onderwijs (Microsoft verruilen voor Apple).
  • Er is in toenemende mate aandacht voor professionalisering van docenten op het gebied van digitale didactiek. Er zijn echter grote verschillen over hoe onderwijsinstellingen dit invullen (gedegen, incidenteel, nauwelijks). In mijn eigen sessie heb ik handvaten proberen te geven voor een substantiële aanpak. Ook wordt gewerkt aan algemene bekwaamheidseisen op dit gebied.
  • Er komt meer aandacht voor geïntegreerde digitale leer- en werkomgevingen (vaak op basis van portal-software) dan voor aparte applicaties (zoals een aparte elektronische leeromgeving, een apart management informatiesysteem, student administratiesysteem, en dergelijke). Daarbij wordt sporadisch ook gekeken naar 'learning analytics', ook al wordt deze term binnen het mbo vermeden. Verder is er ook nog steeds veel aandacht voor oplossingen voor managementinformatie op zich.
  • Binnen het mbo wordt ongelofelijk veel data en informatie vastgelegd in systemen. Als je ziet wat bijvoorbeeld aan informatie in een onderwijscatalogus wordt vastgelegd, dan vraag ik me af of dit nog wel past bij de doelen die men voor ogen heeft (vergroten van transparantie en mogelijk maken van keuzemogelijkheden). Enerzijds wordt het mbo hiertoe verplicht (bijvoorbeeld ook door gemeentes), maar anderzijds maakt men hier in ook eigen keuzes. De koppeling van verschillende systemen vergroot eveneens de complexiteit. Mij bekruipt soms de angst dat het mbo vastloopt in bureaucratie en in beheersen (in plaats van vernieuwen). Hopelijk heeft het pleidooi voor een veilige chaos de aanwezigen aan het denken gezet.
  • Cloud computing is ook een trend binnen het mbo. Organisaties zoeken hierin voorzichtig samenwerking ('community cloud'). Een goede zaak. Bring Your Own Device is eveneens en onmiskenbaar een belangrijke ontwikkeling binnen het mbo. Al heeft men vooral nog veel vragen. Ook was er beperkt aandacht voor innovaties zoals context aware computing (dankzij mobiele technologie), augmented reality en 3D printen. OER betekent in het mbo nog steeds Onderwijs- ExamenRegeling, en niet Open Educational Resources.
  • Toen John Schobben van ROC De Leijgraaf opmerkte dat interne onderzoeksverslagen lazen als Peyton Place, stelde niemand de vraag: "Wat is dat, Peyton Place?" Oeps.....
  • Stelling 1: er was tijdens deze conferentie meer aandacht voor het versterken van de organisatie van het leren met ICT, dan voor het versterken van het leren zelf met ICT (die indruk krijg ik althans).
  • Stelling 2: mbo-instellingen zijn meer bezig met optimalisatie dan met vernieuwing van het onderwijs.
Reflectie op de Online Educa Berlijn 2011

De afgelopen dagen heb ik via mij persoonlijke weblog intensief verslag gedaan van de keynotes, sessies en debat van editie 2011 van de Online Educa Berlijn. Deze blog post bevat een algemene reflectie. Wat is mij opgevallen? Zijn er nieuwe trends en ontwikkelingen? Daarbij wil ik ook een vergelijking maken met mijn laatste bezoek, in 2009. 

Inhoud

  1. De Arabische wereld profileert zich sterk op het gebied van e-learning. Zij ontwikkelen daarvoor ook eigen technologie.
    IMG_0554

     
  2. Het congres richt zich steeds meer op het onderwijs. Het aantal sessies dat gericht was op e-learning binnen bedrijven, was in de minderheid. In mijn beleving was dat negen jaar geleden (toen ik hier voor het eerst kwam) anders.
  3. De Online Educa Berlijn blijft een prima plek om te netwerken. Met name ook tussen de sessies door, en 's avonds in restaurants. Helaas heb ik niet elke bekende, waarvan ik wist dat h/zij er was, ontmoet.
  4. De kwaliteit van de sessies is wisselend. Ik heb nooit de behoefte om sprekers te bekritiseren. Maar sommige bijdragen waren tenenkrommend. Inhoudelijk en wat betreft presentatievorm. Toch haal ik uit elke sessie wel wat. Ik blijf het geheel inspirerend vinden.
  5. Ik heb geen nieuwe trends en ontwikkelingen gesignaleerd. Daarvoor volg ik ontwikkelingen op het gebied van e-learning waarschijnlijk te nauwgezet. Wel word je geattendeerd op nieuwe initiatieven (zoals het nieuwe programma van de Europese Commissie) of publicaties. Verder was het m.i. voor het eerst tijdens een Online Educa dat aandacht werd besteed aan Learning Analytics (in 2009 heb ik daar niets van gezien).
  6. Net als in 2009 werden dikwijls warme pleidooien gehouden voor innovatie van het onderwijs, en versnelling van innovatie. Verandering is de enige constante. Vraag je daarbij af waarom je zaken anders wilt doen. "Wonder, imagination and curiosity" zijn essentieel voor leren. Lerenden vragen leren stellen, is belangrijker dan antwoorden geven.
    Een dergelijke conferentie is schijnbaar een geschikt podium voor het brengen van deze boodschap. De kracht zit ook vaak in de herhaling.
  7. Veel bijdragen zijn gebaseerd op opinies en persoonlijke ervaringen. Ik mis onderzoek naar de effecten van e-learning op beoogde leerresultaten, performance of bedrijfsresultaten. Onderzoek, waar tijdens presentaties aandacht aan werd besteed, was kleinschalig van aard of had betrekking op de mate van gebruik van ICT.
  8. Technologie is noodzakelijk om te toenemende behoefte aan onderwijs te bevredigen, terwijl we over onvoldoende docenten beschikken. Zelfgeorganiseerd leren à la Mitra is dan een serieuze optie.
  9. We mogen ons niet te afhankelijk maken van Google en Wikipedia als transactive geheugen. Het zijn geen neutrale en objectieve media.
  10. Sociale media zijn 'high touch'. Hun affordances maken verbinden, dialoog en reflectie mogelijk. Er zijn inmiddels diverse positieve ervaringen opgedaan met sociale media voor leren. Al ontbreekt onderzoek hiernaar veelal.
  11. Mobiele technologie wordt ook op zeer verschillende manieren toegepast. De diversiteit aan toepassingen neemt toe. Mobiele technologie wordt ook vaker ingezet in combinatie met storytelling, locatie-gebaseerd leren en gameprincipes.
  12. Technologie doet er nog steeds toe. In discussies (bijvoorbeeld over elektronische leeromgevingen) wordt vaak geroepen dat veel tools uitwisselbaar zijn. Dat is lang niet altijd het geval. De affordances van technologieën, en hun functionaliteiten, beïnvloeden vaak het succes van het gebruik. Hoe eenvoudiger de technologie, en de user interface, des te groter de acceptatie.
  13. Een flink aantal organisaties heeft een duidelijke business case voor e-learning. Schaalgrootte en een diversiteit aan locaties maken e-learning tot een efficiënte manier van leren. Onderwijsinstellingen zien vooral mogelijkheden in flexibilisering van het aanbod. Daardoor zou je beter tegemoet kunnen komen aan de diversiteit aan leerbehoeften. Het is de vraag of dat leidt tot een grotere efficiëncy. En ook af dat persé moet.
  14. De vraag naar de uitdagingen van de 21ste eeuw voor universiteiten is tijdens de betreffende sessie eenzijdig technologisch benaderd. Dat is jammer. Universiteiten zouden immers niet alleen moeten kijken naar de impact van technologische ontwikkelingen. De gevolgen van de kennissamenleving en discussies over privatisering van het hoger onderwijs in relatie tot de maatschappelijke opdracht, zijn net zo belangrijk.
  15. Voorstanders van ICT in het onderwijs maken zich ook zorgen over de gevolgen van de potentieel negatieve impact van technologie op onze persoonlijke vrijheid. Zelfs mensen die zeggen zich geen zorgen te maken, maken zich zorgen. Een dergelijke kritische houding is alleen maar gezond. Waar het wel om gaat, is: hoe maken we risico's hanteerbaar?
  16. Learning design combineert een systemathische aanpak met creativiteit. Een systemathische aanpak is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van structuur. Zolang er geen sprake is van overstructurering, hoeft dit creativiteit niet in de weg te staan. Learning design moet starten met het afbakenen van te realiseren leerresultaten.
  17. In Leicester heeft men een interessante aanpak voor learning design ontwikkeld, waarbij gebruik wordt gemaakt van open educational resources
  18. Als mensen elders ontwikkelde open courseware bestuderen dan kun jij als onderwijsinstelling je vooral focussen op het beoordelen van het geleerde. Daar bestaan verschillende methoden voor. Open educational resources lijken vooral geschikt voor zelfgeorganiseerd en non-formeel leren.
  19. Onderwijsinstellingen ontwikkelen vaak open educational resources uit marketingoverwegingen. Worden OER daarom relatief weinig hergebruikt? Is het dan geen idee om marketingmiddelen in te zetten voor de ontwikkeling van OER?
  20. We moeten assessment weer zijn oorspronkelijke betekenis terug geven. Oorspronkelijk heeft assessment 'begeleiding' als betekenis. Technologie kan hier aan bijdragen.
  21. Waar moet je rekening mee houden als tools voor netwerken met succes wil inzetten? Met technologische affordances, met online groepsdynamica èn met inbedding van de communicatieprocessen binnen je dagelijkse routine.

Organisatie en faciliteiten

  • De organisatie probeert wel -net als in 2009- te experimenteren met alternatieve werkvormen, maar toch blijft de Online Educa een traditioneel congres. Zouden we met z'n 2000-en naar Berlijn gaan als presentaties vooraf online te bekijken zouden zijn, en de sessies gebruikt zouden worden voor dialoog? De 'flipped conference'? Als ik zie hoeveel mensen de zaal verlaten als discussies starten...
  • Ik had alleen mijn iPad bij me. Blog posts heb ik geschreven met de Typepad app die aanvankelijk voor de iPhone is gemaakt. Deze app maakt het niet mogelijk om verwijzingen naar internetbronnen toe te voegen aan tekst, of tekst op te maken. Andere apps crashen vaak of werken traag (zoals Evernote) sinds iOS5 op mijn iPad is geïnstalleerd.
  • Ik heb veel minder getwitterd dan in 2009. Omdat ik probeer sessies live te verslaan. Dat bevalt me prima, ook al moet je daarna een moment nemen om te reflecteren. 
  • De wijze waarop ik inhouden van sessies verwerk is in de loop van de jaren drastisch veranderd. Tijdens de eerste Online Educa maakte ik aantekeningen op papier, die ik vervolgens verwerkte tot één afsluitende blog post. Daarna ben ik meerdere blog posts gaan schrijven, op basis van aantekeningen op papier. Vervolgens ben ik met een laptop aantekeningen gaan maken, die ik uitschreef tot blog posts. Daarna heb ik veel getwitterd en de tweets uitgeschreven. En nu doe ik aan live bloggen.
  • De internetverbinding in het congreshotel was in orde, behalve tijdens de plenaire sessies. Het aantal accesspoints in de grote zaal kan vermoedelijk het aantal deelnemers niet aan. Een hardnekkig probleem, want dat is al jaren aan de hand.
  • In 2003 werd volop gebruik gemaakt van het internetcafé. Nu stonden de laptops er vaak werkloos bij. Deelnemers doen massaal aan 'bring your own device'. 
  • Ik had gratis wifi in het hotel. Dat is tijdens zo'n congres toch wel erg handig.
Affichage de 3 résultat(s).