Blog

Entries with tag leerprestaties.

Facebook en versturen tekstberichten tijdens de les leiden tot slechtere onderwijsprestaties

Steeds vaker wordt aangetoond dat multitasken leidt tot slechtere onderwijsprestaties. Recent onderzoek van dr. Reynol Junco laat zien dat vooral het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten op de langere termijn leidt tot lagere cijfers. Dit betekent echter niet dat mobiele technologie en sociale media daarom uit de les geweerd moeten worden.

De huidige generatie lerenden is opgegroeid met ICT en maakt er over het algemeen ook intensief gebruik van. Men gebruikt ICT ook tijdens het werken en leren. Het grootste deel van het aantal sms'jes wordt tijdens het huiswerk verstuurd, terwijl 53% van de lerenden tijdens de les/het college tekstberichten verstuurd.

Multitasken gaat echter ten koste van presteren, ook van leerprestaties. Multitasking wordt door Junco gedefinieerd als het verdelen van aandacht en het schakelen tussen niet-sequentiële taken tijdens slecht gedefinieerde taken, die worden uitgevoerd binnen leersituaties. Als je probeert je aandacht over meer taken te verdelen of te schakelen tussen niet-sequentiële taken dan overbelast je het menselijk vermogen om informatie te verwerken.

Volgens Junco leidt een niet gestructureerd gebruik van technologie, zoals laptops, tot afleiding en dus het uitvoeren van activiteiten die niets van doen hebben met de betreffende leeractiviteit. Hij haalt diverse onderzoeken aan waaruit blijkt dat jongeren zich inderdaad laten afleiden door ICT als zij aan het leren zijn (thuis of op school). Technologie, die niet gerelateerd is aan taken, bevordert namelijk met name cognitieve processen die niet nodig zijn om betekenis te verlenen aan leermaterialen (incidental processing).

Verschillende onderzoeken laten volgens Junco zien dat met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten negatief van invloed zijn op cijfers. Opvallend genoeg lijkt er geen verband te zijn tussen het behalen van studiepunten en email, het zoeken van niet-cursusgerelateerde content, telefoneren en instant messaging tijdens de voorbereiding van colleges (dus niet tijdens colleges).

Junco heeft zelf onderzoek gedaan naar de lange termijn effecten van multitasking op cijfers. Daarbij heeft hij gekeken naar de effecten van verschillende technologieën zoals Facebook, email, zoeken naar niet-cursusgerelateerde content of instant messaging. Internetvaardigheden zijn daarbij als controlevariabele behandeld, net als demografische variabelen (zoals het opleidingsniveau van de ouders) en de gemiddelde cijfers op de high school.

Junco heeft gekeken naar de frequentie waarin ICT tijdens colleges wordt gebruikt, en naar de relatie tussen niet-taakgerelateerd ICT-gebruik en academische prestaties. Een belangrijke beperking van zijn onderzoek is overigens dat hij alleen gebruik heeft gemaakt van zelfrapportages. Enkele bevindingen zijn:

  • 69% van de studenten verstuurt tekstberichten tijdens colleges. 34% van de studenten doet dat de helft van de colleges of vaker.
  • 28% van de studenten maakt tijdens colleges gebruik van Facebook of email.
  • Studenten telefoneren nauwelijks tijdens colleges, en maken ook amper gebruik van instant messaging.
  • Met name het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten tijdens colleges resulteren ook op de langere termijn in lagere cijfers. Het gebruik van Facebook en het versturen van tekstberichten draagt vooral bij aan incidental processing, en leidt af van effectieve leeractiviteiten (essential processing en representational holding).
  • De uitkomst dat instant messaging en telefoneren geen negatieve impact hebben op leerresultaten kan worden verklaard uit de bevinding dat deze activiteiten nauwelijks tijdens colleges worden toegepast. Dat geldt deels ook voor andere technologieën, zoals email: als zij vaker worden gebruikt, is de negatieve invloed op studieresultaten vaak groter. Daarnaast gaat het er ook om hoe technologieën worden ingezet, stelt Junco. Facebook-activiteiten gericht op het verzamelen en delen van informatie hebben een meer positief effect op leerprestaties dan het 'socializen'.

Dit onderzoek leert wat mij betreft dat je mobiele technologie en sociale media tijdens het leren niet zou moeten gebruiken voor niet-leertaakgebonden activiteiten zoals conversaties. Het zou echter een verkeerde conclusie zijn om mobiele technologie en sociale media niet in te zetten tijdens het onderwijs. Junco wijst terecht op het belang om meer te kijken naar hoe (en met welk doel) ICT wordt ingezet.

Waar het omgaat is dat je ICT een expliciete plek geeft binnen je onderwijsontwerp. Daarbij maak je duidelijk waarom, hoe en wanneer je ICT inzet (en wanneer ook niet). Ik toon bijvoorbeeld zelf tijdens workshops vaak een opengeklapte laptop of tablet op het moment dat we ICT gaan gebruiken, en een gesloten laptop of tablet als deelnemers niet geacht worden om technologie te gebruiken.

Daarnaast is er niet mis mee om expliciete 'sociale media'-pauzes in te lassen. Onderzoek leert namelijk ook dat de motivatie van lerenden wordt bevorderd als er tijdens het leren ruimte is voor niet-taakgebonden communicatie. Dat is echter wat anders dan multitasken.

Gezien de didactische mogelijkheden zou het een gemiste kans zijn om mobiele technologie en sociale media uit klas en collegezaal te weren. Bovendien leer je als jongere pas verstandig gebruik te maken van deze technologieën, door er gebruik van te maken.

In feite zou er nader onderzoek gedaan moeten worden naar de relatie tussen leerresultaten en didactisch doordacht vs ongestructureerd gebruik van mobiele technologie en sociale media in het onderwijs. Daarbij zou ook gekeken moeten worden of jongeren ook bij een didactisch doordacht en selectief gebruik van ICT in de verleiding komen om technologie te gebruiken om te 'socializen'.

Het onderzoek van Junco is helaas niet vrij toegankelijk. Ik werd er via mail door Lex Dierssen op gewezen.

Junco, R. (2012) In-class multitasking and academic performance. Computers in Human Behavior (2012), http://dx.doi.org/10.1016/j.chb.2012.06.031

Meer onderzoek naar effecten e-learning noodzakelijk voor innovatie

Ik heb vandaag een rake analyse van OECD-topman Dirk van Damme over de kennisprestaties in Nederland gelezen. Van Damme waarschuwt dat deze prestaties achterblijven, mede omdat wij een in ons zelf gekeerde samenleving geworden zijn. Er is sprake van traagheid en stilstand op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie. Op het gebied van kennistransfer -van belang voor innovatie- blijven we, in vergelijking met een aantal jaren geleden, achter.

Van Damme stelt o.a. dat Nederland relatief weinig investeert in onderzoek over het onderwijs. Volgens hem zullen wij daar een prijs voor gaan betalen op het gebied van de innovatie van onderwijs. 

Volgens mij is dit ook het geval met e-learning. Deze maand heb ik de Online Educa Berlijn en het congres e-learning in de zorg bijgewoond. Eén van de zaken die mij daarbij is opgevallen, is dat nog steeds weinig onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de inzet van e-learning. En dan heb ik het niet over bijna onmogelijk uit te voeren 'vergelijkend warenonderzoek' naar online leren vs face-to-face leren. 

Als er al onderzoek wordt gedaan naar de effecten van e-learning, dan kijken we vooral naar de tevredenheid van lerenden en docenten. We zouden veel meer onderzoek moeten doen naar de impact van e-learning op leerprestaties en 'performance'. Hoe lastig dat ook is op te zetten en uit te voeren.

Dergelijk onderzoek is noodzakelijk voor reflectie op ons vakgebied, om te komen tot nieuwe inzichten èn voor innovatie van leren en ontwikkelen. In mijn ogen is dergelijk onderzoek ook noodzakelijk voor de adoptie van e-learning op strategisch niveau.

Sociale netwerken positief voor leerprestaties

Bij de introductie van sociale netwerken is aanvankelijk met optimisme geschreven over de potentie ervan voor onderwijs en leren. Vervolgens plaatste onderzoek zoals dat van Kirschner en Karpinski ons weer met beide benen op de grond: het gebruik van applicaties zoals Facebook tijdens de studie, beïnvloedt leerprestaties negatief. Jongeren zouden vooral afgeleid worden, en zich minder concentreren op de leerstof.

Hoogleraar Christine Greenhow van de Universiteit van Maryland komt op basis van onderzoek evenwel tot andere conclusies:

“When kids feel connected and have a strong sense of belonging to the school community, they do better in school,” said Greenhow, an education professor. “They persist in school at higher rates and achieve at higher rates. ... It’s pretty promising that engaging in social networking sites could help them to develop and deepen their bonds over time.”

Door gebruik te maken van sociale netwerken binnen het onderwijs zou je leren bovendien meer betekenisvol en relevant voor jongeren maken, meent Greenhow.

De sleutel tot succes lijkt met didactiek te maken te hebben. Facebook past minder goed bij 'klassieke' lessen van 50 minuten waarbij instructie de dominante doceeractiviteit is, maar juist beter bij projectmatig werken in groepen. Ook vermoed ik dat het ligt aan de intensiteit en de gedoseerdheid waarmee je sociale netwerken in het onderwijs inzet. Aan het begin van een onderwijsblok en aan het eind kan waarschijnlijk minder kwaad dan continue tijdens leeractiviteiten. En dat geldt vermoedelijk ook voor 'thuis leren'.

Affichage de 3 résultat(s).