Blog

Entries with tag professionalisering.

Impressie masterclass Finnish Lessons door Pasi Sahlberg #finles

Het Nederlandse onderwijs zou meer gebaseerd moeten zijn op samenwerking, en vertrouwen op basis van verantwoordelijkheid. En dus minder op competitie, en op het afleggen van verantwoordelijkheid op basis van toetsen. Dat zijn twee van de belangrijkste lessen van Pasi Sahlberg voor ons onderwijs.

Vanochtend ben ik naar een masterclass geweest, verzorgd door de Finse topadviseur en adjunct professor Pasi Sahlberg (@pasi_sahlberg). Sahlberg is deze week drie dagen in ons land om te spreken over zijn boek 'Finnish lessons', dat nu ook in het Nederlands verschenen is. Deelnemers aan de masterclass ontvingen ook zijn boek.

In deze blogpost geef ik een impressie van deze bijeenkomst, die bij de Katholieke Pabo Zwolle werd verzorgd. Helaas is zijn boeiende vertelstijl niet te beschrijven.

Sahlberg stelde onder meer dat het niet belangrijk is welk land het beste onderwijssysteem heeft. PISA-resultaten zouden daar niet voor misbruikt mogen worden. In Finland is er veel vertrouwen in het publieke schoolsysteem. Het meeste van alle publieke systemen. Fins onderzoek leert dat 75% van de bevolking het onderwijssysteem de belangrijkste verworvenheid van het land vindt. Dat is volgens Sahlberg een belangrijker resultaat dan de PISA-score.

Hij waarschuwde er ook voor om het Finse systeem te kopiëren. Systemen, die met andere systemen samen hangen, kun je niet kopiëren. Wat kun je er van leren? Daar gaat het om. Volgens hem worden Finnen namelijk ook geïnspireerd door Nederlanders. Kinderen zijn bijvoorbeeld het gelukkigst in ons land.

Drie feiten over Finland:

  1. Finland heeft niet altijd een goed onderwijssysteem gehad. Veertig jaar geleden stond het Nederlandse onderwijssysteem beter aangeschreven. Vanaf eind jaren negentig scoort het Finse onderwijssysteem bovengemiddeld. Finland heeft er overigens nooit naar gestreefd om de beste te zijn, in tegenstelling tot andere landen.
  2. Finland is veel meer bescheiden in doelstellingen op het gebied van onderwijsverbetering. Men wil dat elk kind succesvol kan zijn. Dat streven staat al veertig jaar overeind. Ongeacht de politieke kleur van de onderwijsminister. Finland luistert naar anderen, maar kiest dan de eigen weg. Men laat de oren niet hangen naar organisaties en bedrijven zoals McKinsey of de OECD. Finland is conservatief als het gaat om onderwijsveranderingen.
  3. Finland doet het op alle terreinen, die er toe doen, goed. Dus ook als het gaat om technologie, beperkte inkomensongelijkheid, geluk, welvaart, etc. Ze doen de juiste dingen, goed. Deze factoren hangen ook met elkaar samen.

Finland heeft een ander onderwijsbeleid, in vergelijking met andere landen, en hanteert andere implementatiestrategieën. Men verzet zich tegen de Global Educational Reform Movement (GERM, meer info over de kenmerken), waar 'test-based accountability' en standaardisering deel van uit maken.

Dat geldt ook voor de nadruk op 'Human capital'.Sahlberg waarschuwde er ook voor om je eenzijdig te focussen op betere docenten. Er meer nodig.

Wat is de impact van deze ontwikkeling? Overall nemen bijvoorbeeld de scores op wiskunde af. Om een trendbreuk te realiseren, zul je volgens hem moeten beginnen met stoppen met 'GERM'.

Samenvattend zijn Sahlberg's belangrijkste lessen voor het Nederlands onderwijs:

  1. Meer samenwerking thuis, minder competitie internationaal.
  2. Meer vertrouwen gebaseerd op verantwoordelijkheid, minder verantwoording afleggen op basis van toetsen. Vanaf 7 jaar nemen leerlingen in Finland bijvoorbeeld verantwoordelijkheid voor hun eigen leren.
  3. Minder standaardisering, meer maatwerk. Elke Finse lerende heeft een eigen leerplan. De ergste vijand van creativiteit is standaardisering, stelt Sahlberg.
  4. Sociaal kapitaal (gemeenschapszin, sociale netwerken) is belangrijker dan 'human capital'.
  5. Meer eigenaarschap van het doceren, minder externe controle.
  6. Focus meer op basis van billikheid ('equity'). Als school moet je voor condities zorgen dat kinderen beter presteren dan je zou mogen verwachten. Je moet niet alleen naar PISA kijken. Het gaat om de kracht van de relatie tussen prestaties en sociaal-economische achtergrond. Dat is 'equity'. De OECD meet dit ook, maar dat komt niet in het PISA-onderzoek terug. De toegenomen ongelijkheid op het gebied van welvaart beïnvloedt 'equity' negatief. Investeer dus in 'equity', daarna wordt kwaliteit versterkt. Toegankelijkheid van het onderwijs is daarbij erg belangrijk. Finland kent ook weinig kwaliteitsverschillen tussen scholen, terwijl Nederland veel kwaliteitsverschil tussen scholen kent.
  7. Minder is meer. Doceer minder, leer meer. In Finland krijgen leerlingen relatief weinig klassikaal les: van 7-14 jaar in totaal 5400 uur. Dat is 2200 uur minder dan Nederland. In Nederland krijgen leerlingen erg veel les, in vergelijking met andere landen. Finse kinderen hoeven ook minder huiswerk te maken. Zij spelen wel meer. Spel is moeilijk te leren. Je moet het veel oefenen. Volgens onderzoek van Anders Ericsson moet je 10 duizend uur op een taak oefenen, om er expert in te worden. Spel is noodzakelijk voor creativiteit en verbeeldingskracht. Die kenmerken zijn vandaag de dag erg belangrijk. In Finland geven docenten ook minder les dan in Nederland. Per dag één uur minder. Docenten in Finland hebben meer tijd voor curriculumontwikkeling, het beoordelen van lerenden en het verbeteren van school. Finse docenten krijgen overigens alleen betaald voor lesgeven. De rest van de werkzaamheden doet men uit betrokkenheid.
  8. Professionalisering van docenten. Lerarenopleidingen kennen een uitgebreid selectietraject (kennistoets, vaardigheden laten zien, motivatie, moreel committment). Met name moreel committment, bijvoorbeeld verschil durven maken in het leven van kinderen, is belangrijk. Er willen jaarlijks tien keer zo veel jongeren leerkracht in het basisonderwijs worden, dan er worden geplaatst. Een academische opleiding alleen is volgens Sahlberg niet voldoende. Je moet docenten bijvoorbeeld ook als een professional behandelen, en waarderen.
  9. Beleid moet meer gebaseerd zijn op bewijs, in plaats van experimenten met kinderen. Het gaat niet om intenties. Vernieuwingen, die worden uitgeprobeerd, zouden dus altijd gekoppeld moeten worden aan onderzoek. Probeer eerst zaken uit in je eigen situatie, voordat je vernieuwingen breed gaat invoeren. Van een aantal zaken weet je ook dat ze niet werken. Bijvoorbeeld prestatiebeloning van docenten. Begin daar dan ook niet aan. Je moet samen gericht zijn op het oplossen van vraagstukken, niet op het behalen van je eigen gelijk.

Een paar reflecties van mijn kant:

  • Sprekers die kritiek hebben op bestaande meetsystemen (zoals PISA), gebruiken deze meetsystemen ook om hun argumenten te onderbouwen. Dat lijkt onvermijdelijk te zijn, omdat je hiermee aansluit bij bestaande paradigma's en je nauwelijks de beschikking hebt over alternatieven.
  • Opvallend dat politieke kleur er niet toe lijkt te doen als het gaat om onderwijsbeleid. Volgens Sahlberg is de regering Obama bijvoorbeeld nog erger dan de regering Bush (meer testen, strenger afrekenen).
  • Finland beschouwt zich als conservatief op het gebied van onderwijsveranderingen. Mensen in ons land die streven naar onderwijsveranderingen à la Finland, zijn juist vooruitstrevend.
  • De verandering en verbetering van het onderwijssysteem moet gepaard gaan met andere maatschappelijke veranderingen. Het gaat om een integrale aanpak. Je moet voorkomen dat betrokkenen selectief 'winkelen' als het gaat om de geleerde lessen.
  • Het is complex om echt bewijs te vinden voor wat werkt in het onderwijs.

Nota bene:

  • De bronnen, die hij gebruikt als onderbouwing van zijn masterclass, staan met de presentatie online.
  • Volg ook zijn blog.
  • Koop zijn boek.
ICT in het onderwijs: fietsen met zijwieltjes

De afgelopen week vond de OpenU Masterclass "Hoe gebruik je ICT in het onderwijs: tips & tricks" plaats. Vandaag vond de live sessie plaats. Tijdens deze sessie is dr. Kathleen Schlusmans o.a. mede aan de hand van discussies binnen online fora ingegaan op de wijze waarop ICT in het onderwijs wordt gebruikt, op succes en faalfactoren, op het belang van een pedagogisch klimaat en op deskundigheidsbevordering. Deze blog post is mijn impressie, waarin ik ook kort stil sta bij deze manier van leren. Ik heb onder andere geleerd dat deskundigheidsbevordering op dit gebied is als fietsen met zijwieltjes.

Afgelopen maandag is deze online masterclass met zo'n 170 personen van start gegaan. De volgende opzet wordt tijdens een OpenU masterclass gehanteerd:

  • Elke dag wordt een vraag of stelling door de expert op het forum geponeerd. Deelnemers reageren hier op, en reageren op elkaar. Zo'n zestig mensen hebben hier daadwerkelijk aan bijgedragen. Er zijn dus zeer veel korte en lange bijdragen geplaatst.
  • De expert heeft de rode lijn uit de discussiebijdragen gehaald, en deze met de deelnemers gedeeld.
  • Tijdens de live sessie is ingegaan op uitkomsten van discussies, terwijl ook tijdens deze sessie via chat gereageerd kon worden (wat ook op grote schaal gebeurde).
  • Na afloop van de sessie zal de expert op vragen, die zijn blijven liggen, ingaan.

Kathleen Schlussman stelde tijdens de live sessie van vanmiddag dat het terrein van ICT in het onderwijs nog zo jong en in ontwikkeling is, dat er nog geen sprake is van eenduidige definities en van een gemeenschappelijk begrippenkader.

Hoe wordt ICT in het onderwijs gebruikt?

Volgens Kathleen wordt ICT al op grote schaal in het onderwijs gebruikt. Minstens één uur per dag wordt ICT in het onderwijs ingezet. Met name voor informatie zoeken, oefenprogramma's, tekstverwerking en specifieke toepassingen in de beroepspraktijk (dit laatste betreft het MBO). ICT is volgens haar vanzelfsprekend geworden in het onderwijs. In het basisonderwijs worden bijvoorbeeld digiborden op grote schaal gebruikt.

In het hoger onderwijs is de elektronische leeromgeving in tien jaar tijd volledig ingeburgerd. Daar gebruikt men deze toepassing voor mededelingen, studiemateriaal raadplegen, als ingang voor de bibliotheek en studieresultaten. De communicatiefunctie en communityfunctie blijven nog achter. Interactie vindt plaats, maar relatief weinig. Digitaal toetsen speelt een steeds belangrijkere rol, maar moet volgens Kathleen nog verder worden ingevoerd. Feedbacksystemen zijn ook nog in ontwikkeling, bijvoorbeeld op basis van het leergedrag. Dat geldt ook voor zogenaamde 'recommender' systemen.

Binnen het primair onderwijs wordt binnen het Amerikaanse onderwijs e-learning gebruikt in de vorm van homeschooling.

Kathleen waarschuwde ervoor om niet voor 'devices' te gaan ('we moeten iPads aanschaffen'), maar om meer te investeren in interactieve content. Voor je het weet zijn apparaten namelijk verouderd. Via Bring Your Own Device kun je volgens haar ondervangen dat je achterloopt op ontwikkelingen.

Succes- en faalfactoren

De Vier in Balans-monitor vindt Kathleen een goed model dat aangeeft waaraan je moet denken bij de invoering van ICT in het onderwijs. Het is bijvoorbeeld heel belangrijk dat jij als manager je visie expliciteert. Dat gebeurt in de praktijk vaak veel te weinig. Managers hebben vaak ook weinig feeling met ICT in het onderwijs omdat ze er zelf nooit mee hebben gewerkt. Docenten moeten nog steeds gewin, genot en gemak ervaren. Dat is een oude les, die nog steeds actueel is.

Tekortkomingen aan het model zijn volgens haar: weinig aandacht voor effecten en rendement. Het is overigens ook nog te vroeg om wat te zeggen over rendement, zegt Kathleen. Op kleine schaal is wel al zichtbaar wat effecten van ICT in het onderwijs zijn.

Persoonlijk vind ik een tekortkoming van Vier in Balans: er is weinig aandacht voor processen en andere organisatorische aspecten van de invoering van ICT in het onderwijs.

Volgens Kathleen Schlussmans zijn ICT-competenties nog onvoldoende ingebed in noodzakelijke bekwaamheden van docenten.

Op al die aspecten van Vier en Balans zijn succes- en faalfactoren te bedenken. Je ziet wel dat dit model zich richt op het niveau van de organisatie. Ook op het niveau van de docent en lerende zijn succes- en faalfactoren te formuleren. Een te grote vrijblijvendheid van het gebruik van ICT voor docent en lerende is zo'n factor.

De virtuele klas als goede voorbeeld

Kathleen Schlussmans illustreerde dat de invoering van de virtuele klas binnen de Open Universiteit laat zien dat je ICT op een goede manier kunt inzetten. Studenten van de OU willen niet veel reizen om te leren, maar vinden persoonlijk contact wel belangrijk. De virtuele klas lost dus een echt probleem op. Een paar enthousiaste docenten hebben het opgepakt, wat ook belangrijk is. Er is gezorgd voor training en ondersteuning, er is geïnvesteerd in infrastructuur. Bij diverse opleidingen heeft de organisatieleiding het gestimuleerd. Daar is het een succes geworden. Als het management het niet stimuleert en faciliteert, dan raakt de virtuele klas onvoldoende ingebed. Dat is ook bij bepaalde opleidingen het geval.

Pedagogisch klimaat

Hoe krijg je studenten dat zij online willen leren? Participatie, de gelegenheid om met elkaar te werken is dan belangrijk. Je moet ook tijd nemen om elkaar te leren kennen. Deze online masterclass duurde een week. Dat is erg kort om zo'n klimaat te creëren. Als je daar meer tijd voor neemt, dan ontstaat wel een sfeer van samenwerking. Ook als je meer persoonlijke informatie over jezelf deelt, creëert dat een sfeer waarin mensen met elkaar gaan delen. Je kunt bijvoorbeeld samenwerking meer organiseren, via gerichte opdrachten ("zoek drie maatjes..."). Elektronische leeromgevingen zijn vaak slecht in sociale communicatie, terwijl dat wel belangrijk is voor leren. OpenU heeft daar meer mogelijkheden voor. Verder heb je een soort moderator ('superstudent') nodig die discussies monitort en samenvat. Daardoor is online discussieren met grote groepen beter te hanteren.

Deskundigheidbevordering

Als het gaat om deskundigheidsbevordering gebruikt Kathleen het onderscheid tussen innovators, early adopters etc. Volgens haar moet je je bij deskundigheidsbevordering vooral focussen op de early en late majority (innovators en early adopters leren het vanzelf). Zij willen wel, maar willen ook geholpen worden. Laat zien dat het werkt en dat het meerwaarde heeft. Overschat hen niet, help hen en geef hen gebruikersvriendelijke tools. Vertel geen grote verhalen, maar laat hen 'doen'. En wel in een veilige omgeving. Fouten maken is niet erg. In feite gaat het om leren met 'safety wheels'.

Vier ook kleine stapjes. Onderwijskundigen en 'ICT in het onderwijs'-adviseurs willen vaak veel te snel. Een aantal deelnemers in deze masterclass was bijvoorbeeld niet echt te spreken over de wijze waarop ICT nu in het onderwijs wordt gebruikt (zie hierboven). Volgens Kathleen moet je daar echter ook tevreden mee zijn.

Zij adviseert ook meer aan te sluiten bij de individuele ontwikkeling van medewerkers. Geef docenten ook de mogelijkheden om te experimenteren. Zorg ook dat mensen geen uitwijkmogelijkheid hebben (als je papierloos wilt werken, moet je printers verwijderen).

Kathleen adviseerde om vooral belemmeringen wegnemen, want mensen zijn over het algemeen wel enthousiast.

Proces van de masterclass

Ik heb weer met plezier aan deze masterclass deelgenomen. Ik was van plan om actief mee te doen met de forumdiscussies. Dat is me maar matig gelukt. Het lukte me wel om te reageren op de vragen/stellingen van de expert. Maar er werden zo veel bijdragen geplaatst dat het me nauwelijks lukte om bijdragen van anderen te lezen en er de dialoog mee aan te gaan. De doorlooptijd van zo'n masterclass is wat mij betreft daarvoor tekort. Terwijl je van zo'n online dialoog juist ook veel kunt leren (je kunt beter over bijdragen nadenken, verbindingen maken met je eigen ervaringen en daar weer op reflecteren).

Volgens mij zou het ook helpen als je -zoals ook al tijdens de live sessie werd gesteld- je meer focust, of als die focus meer wordt georganiseerd (bijvoorbeeld door te werken met groepjes). Zo heb ik me ook nu weer gefocust op het gesprek tussen expert en interviewer om deze blog post te kunnen schrijven. Participeren in de chat schiet er dan bij in.

Tijdens de online sessie werd ook gesteld dat sommige deelnemers onzeker worden als zij vanaf het begin eigen kennis moeten inbrengen. Volgens Kathleen weten mensen echter veel meer dan men weet dat men weet. Ik ben het daar mee eens.

Waarom docenten sociale media nauwelijks in het onderwijs gebruiken

 

In Social media in het onderwijs: verbinding maken met de leerling én de docent reflecteert Paul Bloemen op de vraag waarom docenten nog relatief weinig sociale media in het onderwijs gebruiken.
 
Paul stelt o.a. dat het gebruik hiervan moet concurreren met (andere) prioriteiten, dat 'sociale media' een complex koepelbegrip is, dat het doel ervan vaak niet concreet is en dat een uitwerking van een visie op onderwijs in relatie tot sociale media veelal ontbreekt.
 
Bij een elektronische leeromgeving zou het duidelijk zijn om welk systeem het gaat, en wat er in hoofdlijnen mee kan. Ook zou de verbinding met de dagelijkse praktijk van docenten onvoldoende worden gemaakt.
 
Ik ben het grotendeels met Paul eens. Volgens mij zijn er echter meer redenen te noemen.
  • De wijze waarop sociale media leren kunnen ondersteunen, past vaak moeizaam bij de dagelijkse onderwijspraktijk. Bij sociale media is de gebruiker, de lerende, 'in control', is geen sprake van hiërarchie, vindt co-creatie plaats en is sprake van openheid. Deze eigenschappen verhouden zich moeizaam tot de praktijk binnen de meeste scholen. Elektronische leeromgevingen matchen hier vaak beter bij (ook al omdat elektronische leeromgevingen zich doorontwikkelen en functionaliteiten voor actief leren bevatten).
  • Veel docenten hebben nog steeds een onvoldoende beeld van de toegevoegde waarde van technologie voor onderwijs en leren. Dat geldt ook voor elektronische leeromgevingen. Wat betreft professionalisering is er nog het nodige te doen.
  • De adoptie van elektronische leeromgevingen belemmert de acceptatie van sociale media. Scholen investeren veel in de implementatie van elektronische leeromgevingen. De aandacht en middelen die hier naar toe gaan, kunnen niet besteed worden aan de inbedding van sociale media. ICT-afdelingen zijn gedwongen zich te focussen, en ook docenten kunnen hun aandacht niet over tal van ICT-applicaties verdelen. Managers willen eerst hun investering in de elektronische leeromgeving terug zien.
Affichage de 3 résultat(s).