Blog

« Terug

Iedere meester (m/v) een master?

 

Iedere meester (m/v) een master;

Een discussie over de ambities en praktische zaken

 

Marcel van der Klink heeft ter gelegenheid van het uitspreken van zijn lectorale rede bij Hogeschool Zuyd de gelegenheid aangegrepen om de deelnemers een aantal workshops aan te bieden, waaronder één met het onderwerp 'Iedere meester (m/v) een master', geleid door Anja Swennen van de VU en mijzelf. Ongetwijfeld wordt de lat in deze stelling erg hoog gelegd; het ministerie vereist vooralsnog dat over een paar jaar 85 % van de HBO docenten een master heeft afgerond.

Hier een impressie van de discussie:

•   De achtergrond van de stelling was dat - indachtig de lerarenopleidingen in Finland en de goede prestaties van dat land in de internationale PISA vergelijkingen - deze maatregel tot beter onderwijs voor Nederland zou leiden. Die veronderstelling werd beaamd met als varianten: beter onderwijs en/of betere leerlingen als uitstroom voor de kenniseconomie. Tegelijkertijd waren er ook opmerkingen over het instrument om dat doel te bereiken, waarover hieronder mee.

Verder konden de volgende argumenten worden opgetekend:

•   Leraar is een intellectueel beroep; een master is een minimaal vereist opleidingsniveau. Over de vraag of dat voor alle vormen van onderwijs zou gelden, waren sommigen van mening dat je juist bij de kleuters en het VMBO heel goed opgeleide docenten nodig hebt met heel veel inzicht in hoe je deze groepen aan het leren krijgt en onderwijs voor ze inricht.

•   De potentieel van de leraar beter benutten. Onze eigen masterstudenten zeggen dit ook als ze aangeven deze studie te hebben opgepakt omdat ze vooral praktisch bezig zijn, en zich daarin onvoldoende voelen uitgedaagd. Ze zoeken theoretische verdieping om daarbij ook inhoudelijke gronden hebben om hun werk te verbeteren.

•   Het kan een impuls voor de schoolorganisatie en voor het 'systeem' onderwijs opleveren. En bij die impuls moet je dan ook denken aan mee- en tegendenkers met het onderwijsmanagement, waar helaas niet ieder management of iedere team leader van gecharmeerd is.

•   Het beroep zou er ook aantrekkelijker van kunnen worden en betere ontwikkelingskansen voor docenten kunnen opleveren. Daardoor zouden meer mensen voor het onderwijs behouden blijven.

•   Men verwacht hierdoor een beter gebruik van onderzoeksresultaten in het onderwijs. Een betere onderbouwing dus van het handelen en van vernieuwing.

•   En een betere gesprekspartner voor hoger opgeleide ouders.

 

Tegenargumenten betroffen met name de doel-middel relatie.

•   Een master is geen garanties voor een goede leraar (wat niet uitsluit dat een leraar beter kan worden door een masteropleiding te volgen)

•   Niet alle masters zijn goed voor leraren; we hebben vooral onderwijskundige en pedagogisch-didactische masters nodig

Verder werden argumenten genoemd die te maken hebben met de achtergrond van de leraar, de zwaarte van het traject en met HRM en schoolmanagement

•   De weg tot het leraarschap is niet in alle schooltypes hetzelfde. Met name in het beroepsonderwijs heb je ook zij-instromers uit de praktijk nodig. Hen zou je door een dergelijke maatregel weren.

•   Dwingend opgelegde maatregelen leiden altijd tot fricties van het type: zijn we dan niet goed genoeg? En met onwillige honden is het slecht hazen vangen. Dat vereist zorgvuldig en helder opereren van het management.

•   Een opleiding volgen naast een baan vraagt veel van docenten.

•   Voor het schoolmanagement roept een dergelijke eis nog extra problemen op. Op de korte termijn omdat docenten qua tijd, inzet en aandacht (?) aan het onderwijsproces worden onttrokken, en op de langere duur omdat aan hogere kwalificaties ook een hogere beloning gekoppeld is.

•   Ten slotte nogmaals de middel-doel relatie. Is een twee-jarige opleiding nodig om tot beter onderwijs te komen? Kunnen docenten niet ook op de werkplek allerlei dingen leren? Dat laatste is natuurlijk koren op de molen van Marcel. In de discussie werd echter ook naar voren gebracht dat het onderwijs geen optimale omgeving voor docenten is om te leren. Input van buiten is daarbij erg nuttig.

Wat uit deze discussie duidelijk blijkt is de rol van het management bij dergelijke keuzes. Een heldere visie van de school op onderwijs en onderwijsverbetering, op kwaliteiten van en eisen aan docenten; heldere communicatie daarover en in beeld krijgen van de afstand tussen doel en werkelijkheid, zijn nodig om stappen op die weg te zetten.

Het nut van een workshop als deze is niet om nieuwe inzichten over te dragen, maar om argumenten voor en tegen te onderzoeken en te wegen. De aard van de voor- en tegenargumenten blijkt nogal verschillend te zijn, waardoor ze niet tegenover elkaar kunnen worden geplaatst. Wel kun je op basis van de argumentuitwisseling in deze workshop concluderen dat er in de voorargumenten een zekere mate van speculatie zit die zonder goed (begeleidend) onderzoek in twijfel kan worden getrokken, èn een zekere normativiteit die samenhangt met de ontwikkelingen in de huidige maatschappij. Als die norm gedeeld wordt, is de empirische evidentie dat daarmee een bepaald doel wordt bereikt ineens veel minder belangrijk. De argumenten contra hebben vooral te maken met de uitvoerbaarheid en de kosten. En lijken mij eerder een uitdaging dan een beperking.

 

Reacties
Trackback URL:

Beste Els,

graag wil ik reageren op jouw blog. Zelf ben ik als leerkracht werkzaam in het onderwijs en daarnaast ook student onderwijswetenschappen bij de OU. De studie sluit perfect aan bij mijn werkzaamheden op school. Het is dus niet gek dat ik de meerwaarde van mijn studie wel zie. Toch heb ik wel mijn bedenkingen m.b.t. het idee dat iedere meester een master zou moeten worden? Collega’s in het basisonderwijs die met veel toewijding met kleuters liedjes zingen of met crêpepapieren propjes een Moederdag cadeau aan het knutselen zijn doen dat nu nog zonder een masteropleiding. De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog is een kreet die al enige tijd rondzingt. Is het reëel om te veronderstellen dat de kleuterjuf/meester met een master de kleuters beter zal begeleiden? Ik denk van niet, want kwaliteit van onderwijs zit niet alleen in kennis, maar ook voor een groot deel in beleving van het vak zelf. Er zijn genoeg onderwijsgevende die veel kennis hebben en een kei zijn in het vak dat zij geven, maar het overdragen op leerlingen lukt hen niet. Op het moment dat zij voor de klas staan hebben zij geen “klik” met de leerlingen.
Tegen het einde van een schooljaar ontstaat er op menig basisschool een gespannen sfeer, welke leerkracht doet het nieuwe schooljaar groep 1 en wie 3,4, 6 of 8. Mobiliteit is dan het toverwoord. Juf Ans uit groep 6 gaat groep 1 lesgeven en meneer Wouter gaat van groep 8 naar groep 3. Allen zijn HBO opgeleid, dus de kennis moeten zij hebben, maar hoe staat het met de “feeling” met de beoogde doelgroep? Is het dan niet beter de juiste collega op de juiste plek te hebben staan? Ieder zijn specialisme. In plaats van het volgen van een Master zou men ook eens in overweging kunnen nemen om te onderzoeken of de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat wanneer men in het basisonderwijs besluit om met vakleerkrachten Nederlands, rekenen etc. te gaan werken. Neemt niet weg dat ik wel vind dat je de kennis moet verbreden, graag zelfs. Maar dan wel op zodanige wijze dat het ook bruikbaar is in de praktijk. En is het nodig om met een Master in de zandbak te zitten?

Geplaatst op 13-3-13 19:07.