Blog

Invoer met tag expertise ontwikkeling.

lezing Van Talent tot Expert

Wie geïnteresseerd is in mijn visie op de relatie tussen Talent en Expertiseontwikkeling zou aanstaande zondag, 6 mei, naar Continium in Kerkrade moeten komen.

Het aangekondigde onderwerp:

De weg van veelbelovende beginner tot expert op een bepaald terrein is lang en moeizaam, of het nu de sport, muziek of een beroep betreft. Die weg hou je niet vol wanneer je er niet op de een of andere manier plezier aan beleeft. Maar plezier is niet genoeg. Op al die terreinen moet je ook kunnen afzien. En hoe staat het met talent? In deze voordracht onderzoek ik  wat er allemaal nodig is aan leren en oefenen, en hoe zo'n onderwijs-leer-programma opgebouwd kan worden.

Spreker: Els Boshuizen

Verder te doen: Get smart; entertain your brain, en rondleidingen door de Hall of fame, voor de grote technologie

Talent en expertiseontwikkeling

Mijn zoon R. is een leeftijdsgenoot van Marijn Simons, een bevlogen violist, dirigent en componist. Toen R. 6, 7 jaar was bedacht hij – geïnspireerd door dit voorbeeld – dat hij ook viool wilde leren spelen. Ik zal u zijn leerproces verder niet uit de doeken doen, maar het voorlopige eindpunt is dat zijn viool een aantal maanden geleden is ingeleverd bij de Radio 4 instrumenten-inzamelactie. Wij allen hopen dat een ander kind er meer plezier aan zal beleven.

De vragen die ik hier wel wil stellen zijn: Hoe komt het dat R. nooit ver is gekomen met zijn vioolspel? En is het concept ‘talent’ nuttig om dit te verklaren? ‘Talent’ is een lastig concept, en K. Anders Ericsson – de onderzoeker van leren en trainen bij verschillende stadia van expertiseontwikkeling – weigert het te gebruiken. Hij is van mening dat de hoeveelheid studie en trainingsarbeid, afgestemd op het ontwikkelingsniveau van de betreffende persoon voldoende verklaring is voor geconstateerde verschillen in expertise. Wat natuurlijk de vraag buiten beschouwing laat waarom de ene persoon er wel toe komt al die inspanning te verrichten en de ander niet.

Onlangs heeft Feist (2011) in dit verband de rol van ‘talent’ weer aan de orde gesteld.

Figuur 1. Trainings- en talentpiramide (Feist, 2011)

Ik twijfel of je er erg mee opschiet, omdat hij talent niet duidelijk definieert. Hij plaatst het binnen de dichotomie Nature (talent) – Nurture (training). En bij zijn beschrijving van bovenstaande model zegt hij er verder over: “The more talented someone is, the better they are and the more they improve with intensive training. Natural talent starts the process and influences ones interest in a particular skill or set of skills. The fact is that talent feeds on training, just as training feeds on talent (Papierno et al. 2005). Doing well, in turn, provides positive feedback and reinforcement and the person becomes more and more dedicated to deliberative practice and training. The talented person is more likely than the less talented person to train and practice and to get more out of each practice, thereby widening the achievement gap over time.” Eigenlijk zegt Feist hier twee dingen:  Dat talent bepaalt hoeveel inspanning iemand zal (kunnen) leveren, en dat bij gelijk (start- of tussen-)niveau personen met meer talent meer uit dezelfde inspanning zullen halen. Voor dat laatste bestaat bij mijn weten echter geen empirisch bewijs. Maar dat mensen verschillen in de hoeveelheid training die ze aan kunnen en wat ze daaruit halen, is wel duidelijk. Of dat talent is? Ik kan dat niet zeggen. Of talent een nuttig begrip is, betwijfel ik. Het is een containerbegrip waar van alles ingaat. Als het om individuen en hun inzet en voortgang gaat, lijken andere begrippen veel meer op de voorgrond te staan. Voorbeelden zijn: fysieke beperkingen, trainbaarheid en hersteltijd, slaap, zelfsturing en zelforganisatie, motivatie, esthetische waardering, kennis van het domein. Voor coaches biedt dat onderliggende, detailniveau veel betere aanknopingspunten. Voor onderzoekers ook.

Referenties

Feist, G. J. (2011). The nature and nurture of expertise: a fourth dimension. Phenomenology and the Cognitive Sciences. DOI 10.1007/s11097-011-9240-0

Papierno, P., Ceci, S., Makel, M., & Williams, W. (2005). The nature and nurture of talent: a bioecological perspective on the ontogeny of exceptional abilities. Journal for the Education of the Gifted, 28(34), 312332.

expert teachers

Ondanks de grote maatschappelijke belangstellingstelling voor het onderwijs en voor docenten is het toch lastig om aan te geven wat goede docenten zijn, en wat goede scholen. Wat dat laatste betreft: vandaag (10 december 2011) is weer de jaarlijkse bijlage van Trouw verschenen waarin de kwaliteit van de Nederlandse middelbare scholen wordt gerapporteerd. Sommige scholen scoren goed, en doen dat al jaren. Andere scholen doen het een stuk minder, waaronder de scholen die recent nieuwe pedagogische wegen zijn ingeslagen en nog last hebben van kinderziekten. Maar wat is goed? In dezelfde krantenbijlage mopperen directeuren van vernieuwingsscholen dat er meer en andere belangrijke criteria zijn naast eindexamenresultaten, en onder mijn collega's hoor ik soms gemopper over de pedagogische aanpak van één van de best scorende middelbare scholen in Zuid Limburg (en Nederland). Dezelfde discussie over wat van een goede school verwacht mag worden werd ook vanavond op de tv gevoerd (Debat op 2), naar aanleiding van de schijntegenstelling Wie voedt er op? De ouders of de school? Over de SBL-competenties kan dus blijkbaar nog jaren gediscussieerd worden.

Een aantal maanden geleden is Charlotte Wolff begonnen op een PhD project rond docent expertise. In haar blog probeert je het docentexpertisemodel van Berliner (2004) te koppelen aan wat Van Driel, Beijaard en Verloop (2001) over de praktische kennis van docenten schrijven. Veel van de kennis van docenten is praktische kennis, die door de aard ervan maar ook door de cultuur in veel scholen, slechts beperkt door mededocenten gedeeld wordt. Eén van de doelen van haar project is meer zicht op die praktische kennis te krijgen. Hou haar blog in de gaten. En reageer!

Oogbewegingen

Afgelopen week ben ik samen met Halszka Jarodzka en Thomas Jaarsma naar Finland geweest naar een conferentie over het gebruik van nieuwe tools om visuele expertise (in de geneeskunde) te onderzoeken. Een paar dingen waren erg opvallend.

1. Er worden allerlei oogbewegingsonderzoekingen gedaan, maar goede hypotheses over de relatie tussen expertise en oogbewegingen zijn er eigenlijk nog niet.

2. Oogbewegingen zijn vooral handig als maat wanneer het om gelocaliseerde verschijnselen gaat, maar er zijn ook verschijnselen die meer het aspecten en kwaliteiten te maken hebben die een mens waarneemt zonder dat ernaar gekeken wordt. Vergelijk het met de waarneming dat er golven op het water staan, of dat het bewolkt is. Daarvoor hoeft de individuele golf of wolk niet bekeken te worden. Of de herkenning van een Moiré-patroon. Ook dat neem je waar zonder precies naar individuele onderdelen van een patroon te kijken.

Logisch? Nou, niet wanneer je van een aandachtstheorie uitgaat die veronderstelt dat er eerder 'iets' dingachtigs moet worden waargenomen, voordat het kan worden geanalyseerd en benoemd.

4 resultaten getoond.