Blog

Invoer met tag voeding.

Een kritische blik op de Voedselzandloper van Kris Verburgh

 

Voeding & biogerontologie

Met veel interesse heb ik het boek ‘De Voedselzandloper’ van Kris Verburgh gelezen. Tevens ben ik naar zijn lezing geweest, georganiseerd door Studium Generale in Maastricht (27-9-2012). Het boek beschrijft op een interessante wijze en in een vlotte en leesbare stijl de wijze waarop het lichaam veroudert en hoe men dit middels gezonde voeding kan vertragen. Als gevolg hiervan leeft men daardoor niet alleen gezonder en langer, maar kan men ook nog afvallen, al is dit volgens Verburgh een automatisch bijproduct van het gezondere voeding.

De focus van het boek ligt op de veroudering en de wetenschap hieromheen (de biogerontologie). Ik ondersteun Verburghs visie dat mensen middels voeding meer invloed op hun gezondheid kunnen uitoefenen dan men denkt en ik denk dat hetgeen hij aanraadt over het algemeen meer gezondheid zal opleveren. Toch heb ik ook enkele opmerkingen, kritieken, en kanttekeningen op de manier waarop Verburgh de zaken presenteert.

Het boek

Allereerst het boek van Verburgh. Hij is goed kritisch, maar helaas vooral wanneer de zaken voor zijn standpunt spreken, zodra dit niet het geval is, is hij meermaals kort door de bocht qua argumenten en referenties. Zoals Verburgh vermeldt (p. 215, Verburgh, 2012): “In de geneeskunde is het belangrijk om voortdurend het hele plaatje in het oog te houden…mag je niet automatisch de conclusie trekken dat…” Verburgh weet in zijn boek menig standpunt op gedegen wijze uiteen te zetten, goed onderbouwd door wetenschappelijke bronnen. Toch begaat hij zelf ook de fout om een aantal zaken te eenvoudig voor te stellen of niet goed genoeg uit te werken, wat vragen oproept. Hij spreekt zichzelf dus meermaals tegen. Ik noem een paar concrete zaken:

  1. Verburgh generaliseert meermaals non-humaan onderzoek naar humaan onderzoek, zonder hierbij een duidelijke kanttekening te plaatsen dat dit mogelijk onjuiste verwachtingen schept.
  2. Hij interpreteert meermaals associatief onderzoek als causaal en vertaalt dit zo ook.
  3. Hij heeft het over hoe calorierestrictie langer doet leven, maar dit is in mensen niet of onvoldoende aangetoond (wederom generalisatie vanuit humaan onderzoek)

Ik ga even kort op elk punt in:

  1. Bevindingen in proefdieronderzoek worden vaker gegeneraliseerd naar mensen. Toch wil dit niet zeggen dat wanneer bijvoorbeeld een bepaalde stof in dieren een effect heeft dit ook in mensen zo werkt. Dat kan wel, maar hier mag men niet zomaar vanuit gaan.
  2. Associatief onderzoek rapporteert over samenhang die gevonden is tussen twee zaken. Bijvoorbeeld het drinken van sap en de kans dat men Alzheimer krijgt. Als hierbij een samenhang gevonden wordt, bijvoorbeeld het drinken van 3 glazen sap per week hangt samen met een 76 % lagere kans op Alzheimer, wil dit niet zeggen dat als men start met het drinken van 3 glazen sap per week dat men dan zijn of haar kans op Alzheimer met 76 % verkleint. Het kan namelijk ook zo zijn dat mensen die 3 glazen sap per week drinken er daarnaast een heel gezonde leefstijl op na houden. En dat dit de lagere kans op Alzheimer tot gevolg heeft.
  3. Calorierestrictie is een belangrijk onderdeel van zijn boek. Toch is dit bij mensen nog niet of amper bewezen. Natuurlijk is het zo dat als men overvloedig gaat eten, dat men als gevolg hiervan allerlei ziektes kan krijgen, zoals obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten, etc. En dat dit de levensduur kan verkorten. Maar Verburgh wekt overduidelijk de indruk dat calorierestrictie de maximale leeftijd kan verhogen, terwijl hier, in mijn ogen, geen enkele wetenschappelijk fundering voor is.

De lezing

De lezing van Verburgh was erg interessant. Hij hield een mooie presentatie waarin hij allerhande biogerontologische aspecten op een zeer heldere manier verklaarde. Wat mij bovendien positief stemde was dat hij het onderzoek over de 3 glazen sap per week aanhaalde. In zijn boek komt het namelijk over alsof het drinken van deze 3 glazen sap zorgt voor een reductie op de kans op Alzheimer, wat een voorbarige conclusie is. Tijdens de presentatie nuanceerde hij dit door te zeggen dat het een associatief onderzoek betrof. Toch bleef hij de indruk wekken dat 3 glazen sap per week de kans op Alzheimer zou kunnen verminderen, door te vermelden dat in het onderzoek voor van alles gecorrigeerd werd. Maar, als onderzoeker weet ik dat je nooit voor alles kunt corrigeren, dus je kunt pas zeker weten dat het door die 3 glazen sap komt als je het onderzoekt door een interventie uit te voeren. En die kanttekening ontbreekt van zijn kant. Het komt te veel over alsof die 3 glazen echt dat effect hebben.

Ook wekte Verburgh vaak de indruk dat non-humaan onderzoek van toepassing is op de mens. Wat verder tegen hem werkt is dat Verburgh tijdens zijn presentatie letterlijk zei: “Als het mag van Europa, moet het al bewijzen neerregenen” toen hij het had over een toegestane voedingsstof. Ofwel, als een overheid het goedkeurt, dan is het in orde. Anderzijds zijn er genoeg instanties, waaronder ook overheden zoals Europa, die voedingstoffen ondersteunen die Verburgh ten zeerste afraadt (denk aan bijvoorbeeld koemelk). Daarnaast volgde tijdens de discussie nog iets interessants. Verburgh zegt zowel in zijn boek als tijdens de lezing, dat onderzoeken uit toptijdschriften zoals Nature, met een hoge impactfactor, heel betrouwbare onderzoeken publiceren. Tijdens de discussie had Verburgh het even over calorierestrictie en dat er onlangs in Nature (een toptijdschrift dus) een studie was verschenen die rapporteerde dat calorierestrictie niet werkte. Toch zei Verburgh dat dit waarschijnlijk niet juist was, omdat deze studie serieuze limitaties kende. Enerzijds stelt Verburgh dus alles ter discussie als het zijn standpunt niet ondersteunt, ook al is het van zo’n betrouwbaar toptijdschrift. Anderzijds stelt hij de zaken die zijn standpunten wel ondersteunen naar mijn mening onvoldoende ter discussie. Als laatste heeft Verburgh een zeer aannemelijk verhaal over hoe licht toxische stoffen goed zijn voor de verdediging van het lichaam. Ikzelf geloof het meteen, want het klinkt logisch en lijkt ook echt ergens op te slaan. Maar Verburgh zegt zelf dat men “gut-feeling niet moet geloven”. En aangezien dit niet onderbouwd wordt met referenties is dit ook een belangrijk hekelpunt in zijn boek en presentatie.

Ik kan me voorstellen dat er wat fouten in zijn boek staan, we zijn allemaal mensen, maar hij begaat zelf de fouten die hij eerder zegt kwalijk te vinden. En bij de lezing confronteerde ik hem ermee en gaf hij me in eerste instantie gelijk…..”maar, ik kan in het boek niet over alles uitweiden, want dan zou het boek onleesbaar worden”. Dit is een drogreden. Hij beschrijft sommige zaken in zijn boek enorm uitvoerig en gedegen, dat had hij bij andere zaken ook kunnen doen.  Hij vroeg me om concrete voorbeelden te noemen, zodat hij zich kon verdedigen. Op mijn concrete voorbeelden deed hij sommige zaken eenvoudigweg af als: “daar weet ik honderden referenties voor”. Dat is geen concreet antwoord. Dit terwijl hij bij andere vragen direct studies begon te beschrijven. Ik stel dan ook serieus mijn vraagtekens bij sommige beweringen die hij doet.

Mijn conclusie

Al met al moet ik concluderen dat de basis van zijn boek en lezing bijdraagt aan de kennis over wat gezonde voeding nou inhoudt. Hij brengt duidelijk over dat men niet moet afgaan op een enkele studie (ondanks dat hij zich daar zelf ook wel eens aan schuldig maakt), maar het gehele plaatje moet bekijken en dan moet afwegen of een stof/voedingsmiddel gezond is. Dat is een mooi uitgangspunt. Maar feit blijft, het moet wel juist beargumenteerd worden.

 

Referenties:

Verburgh, K. (2012). De Voedselzandloper: over afvallen en langer jong blijven (5th ed.). Amsterdam: Bert Bakker.

Een slimmer kind door gezondere voeding op jonge leeftijd?

Binnen mijn promotietraject doe ik onderzoek naar de samenhang tussen biologische leefstijlfactoren en studiesucces. Bij biologische leefstijlfactoren kun je denken aan beweging, voeding en slaap. Gezien het onderwerp van mijn promotieonderzoek is het voor mij interessant om te zien hoe deze factoren van invloed zijn op, of samenhangen met, deze biologische factoren. Veel onderzoek richt zich hier de laatste 15 jaar op. Ik ben daarbij niet alleen geïnteresseerd in de relatie met studiesucces, maar ook op zaken zoals cognitie en intelligentie, daar deze belangrijke voorspellers zijn van studiesucces.

Mijn projectcollega Joyce Neroni tipte mij op een interessant artikel op NU.nl. Hierin werd een onderzoek gerapporteerd dat een duidelijke relatie vond tussen voeding in het begin van het leven van een kind en de intelligentie op de leeftijd van 8 jaar. Uit een cohort van bijna 14.000 kinderen werden voedingspatronen geanalyseerd op drie verschillende leeftijden: 6 maanden (N=7052), 15 maanden (N=5610) en 24 maanden (N=6366). In elke leeftijdsgroep kon er een onderscheid gemaakt worden in 4 voedingspatronen.

De patronen die gevonden waren zijn de volgende: (1) zelfgemaakte traditionele voeding zoals vlees, groenten en desserts; (2) bewerkt voedsel zoals koekjes, snoep en chips; (3) borstvoeding; (4) bewerkte babyvoeding; (5) het moderne patroon dat gekenmerkt werd door kruiden, bonen, noten, rauw fruit en groenten en (6) kant-en-klaar dat gekenmerkt werd door koekjes, ontbijtgranen en brood. In de tabel zie je welk patroon bij welke leeftijd aanwezig was.

Tabel: Voedingspatronen die gevonden zijn na analyse van de eetgewoonte op de verschillende leeftijden

6 maanden oud

15 maanden oud

24 maanden oud

Traditioneel

Traditioneel

Traditioneel

Bewerkt

Bewerkt

Bewerkt

Bewerkte babyvoeding

Bewerkte babyvoeding

Kant-en-klaar

Borstvoeding

Modern

Modern

 

Wat duidelijk naar voren kwam uit de analyses was dat borstvoeding en het moderne voedingspatroon een positieve samenhang lieten zien en dat bewerkt voedsel een negatieve samenhang liet zien met de IQ score op de leeftijd van 8 jaar oud. Deze bevindingen golden voor elke leeftijd. Bewerkte babyvoeding was negatief gecorreleerd met IQ (op 6 en 15 maanden), terwijl kant-en-klaar weer juist positief geassocieerd was met IQ (op 24 maanden). De auteurs verklaren dat dit mogelijk komt doordat bij kant-en-klaar ook gezonde zaken worden gerekend zoals ontbijtgranen, brood en yoghurt. Deze resultaten laten duidelijk zien dat voeding op jonge leeftijd een mogelijke invloed uitoefent op de ontwikkeling van de intelligentie. Toch is dit enkel observationeel onderzoek, dus voor causaliteit zal men dit met een interventiestudie moeten onderzoek. Het verschil in IQ betrof overigens maar 1 tot 2 IQ punten, dus alhoewel er een significante samenhang was is de zogenaamde effectgrootte maar klein.

Verrassend waren de resultaten voor het traditionele voedingspatroon. Dit patroon is op 6 maanden namelijk positief gecorreleerd, op 15 maanden niet gecorreleerd en op 24 maanden negatief gecorreleerd met het IQ op 8 jaar. Dit zou eraan kunnen liggen dat het lichaam bepaalde voedingsstoffen op jonge leeftijd juist nodig heeft die op latere leeftijd juist schadelijk zijn, maar ook hier geldt dat dit verder onderzocht moet worden.

Dit brengt mij dan ook tot het volgende: de auteurs van dit artikel zijn jammer genoeg wel erg kort door de bocht. Ze spreken namelijk over de effecten van voedingspatronen op jongere leeftijd op het IQ op latere leeftijd. Ondanks dat het voor de hand ligt en ook zeer waarschijnlijk is dat het voedingspatroon hier de oorzaak is en het verhoogde c.q. verlaagde IQ het gevolg, blijft het een observationele studie waarbij gekeken wordt naar samenhang. Er is geen interventie verricht en ook geen longitudinaal onderzoek. Vanwege dit feit hoort men dan ook niet te spreken over oorzaak/gevolg of effecten, maar over een verband. Het zou namelijk ook zo kunnen zijn dat het IQ van de ouders bepalend is voor het IQ van de kinderen (wat ook al vaker is aangetoond) en dat het IQ van de ouders ook bepalend is voor het voedingspatroon wat thuis wordt aangehouden.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat door deze benadering berichten door de media vaak te simpel worden weergegeven (wat door de media sowieso al teveel gebeurt). Dit kan op zijn beurt weer leiden tot een of andere hype, mogelijk nog op politiek niveau, zonder dat gecheckt wordt of de bevindingen ook stand houden in ander onderzoek (wat te vaak gebeurt, zie bijvoorbeeld de onderwijsvernieuwingen). Toch denk ik dat de causaliteit die de auteurs van dit artikel suggereren hoogstwaarschijnlijk gepast is, aangezien meer onderzoek in deze richting het belang van voeding tijdens de jonge ontwikkeling van het brein benadrukt. Al met al dus een interessante bevinding.

Overigens laat een studie van mijn co-promotor Renate de Groot zien dat ondervoeding tijdens de zwangerschap niet leidt tot lagere cognitieve prestaties op een leeftijd van 59 jaar. Hierbij werden mensen die geboren zijn tijdens de Hongerwinter genomen als onderzoekssubject. Dit staat dan weer niet in de lijn der verwachtingen met deze studie. Er is dus nog een flinke weg te gaan voordat het duidelijk zal zijn in hoeverre onze leefstijl, in dit geval voeding, van invloed is op ons leven.

 

Refenties:

http://www.nu.nl/gezondheid/2878469/gezond-eten-verhoogt-iq.html

Smithers, L., Golley, R., Mittinty, M., Brazionis, L., Northstone, K., Emmett, P., et al. (2012). Dietary patterns at 6, 15 and 24 months of age are associated with IQ at 8 years of age. European Journal of Epidemiology, 27(7), 525-535. Retrieved from http://dx.doi.org/10.1007/s10654-012-9715-5

de Groot, R. H., Stein, A. D., Jolles, J., van Boxtel, M. P., Blauw, G.-J., van de Bor, M., & Lumey, L. (2011). Prenatal famine exposure and cognition at age 59 years. International journal of epidemiology, 40(2), 327-337. doi: 10.1093/ije/dyq261

Breinvoeding!

 

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor gezonde voeding, dit komt met name door de nog altijd groeiende ‘westerse’ gezondheidsproblemen. Deze door welvaart en luxe veroorzaakte gezondheidsproblemen zoals obesitas en diabetes, maar ook hart- en vaatziekten, zijn een zware last op ons sociale gezondheidsstelsel. Daarom wordt veel aandacht besteed aan gezonde voeding.

De wetenschap laat de laatste jaren zien dat minder vet en minder suiker consumptie obesitas en diabetes tegengaat. Daarnaast laat de wetenschap zien dat er niet alleen manieren zijn om ziekten te voorkomen, maar dat men zelfs door voeding beter kan presteren en het lichaam duidelijk gezonder is. Aanwijzingen, maar ook concreet bewijs, nemen hiervoor toe.

Zo las ik onlangs een studie waarin werd aangetoond dat specifieke voedingsstofpatronen zijn geassocieerd met cognitief functioneren en met de grootte van het brein in oudere mensen. De mensen in deze groep waren gemiddeld 87 jaar oud. Het bloed van deze mensen was onderzocht op 30 voedingsstoffen, die vervolgens via een statistische methode werden geclusterd in 8 patronen. Van deze voedingsstofpatronen bleken er 3 duidelijk geassocieerd te zijn met cognitie en 2 hiervan waren ook geassocieerd met het totale hersenvolume.

Het eerste patroon werd gekenmerkt door vitamines (vitamine B, C, D en E), het tweede door omega-3 visvetzuren (zie eerdere blog over visconsumptie). Beide voedingsstofpatronen bleken een positief effect te hebben op cognitie, al was dit effect sterker aanwezig voor de vitamines. Ook bleek dat het hersenvolume groter was bij mensen die dit vitamine voedingsstofpatroon hadden. De keerzijde van de medaille werd ook blootgelegd in dit onderzoek. Het derde patroon werd gekenmerkt door de zogenaamde transvetten, dit zijn de veel besproken ongezonde vetten die in bewerkt voedsel zitten, zoals koek, gebak en snacks. Mensen die meer van dit patroon vertoonden hadden duidelijk slechtere cognitieve prestaties en ook een kleiner hersenvolume.

Zoals gemeld waren de mensen in dit onderzoek al vrij oud, toch zien we grote verschillen tussen cognitief presteren en hersenvolume. En dit ondanks dat het een eenmalige momentopname is. Dit duidt er naar mijn inzien op dat deze voedingsstofpatronen een weerspiegeling zijn van een gezonde levensstijl. Toch is het belangrijk een kanttekening hierbij te plaatsen, want ondanks dat de resultaten vrij overtuigend zijn is de onderzoekspopulatie beperkt, ging het dus om een momentopname en ging het om vrij gezonde en goed ontwikkelde proefpersonen. Dit onderzoek vraagt dan ook om herhaling en uitbreiding.

Desondanks zijn de resultaten van dit onderzoek zo duidelijk dat ze niet onderschat moeten worden. Ook ander onderzoek laat zien dat er wellicht een verandering dient komen in onze voeding, maar ook de daarbij behorende richtlijnen (denk bijvoorbeeld aan de voedseldriehoek of de schijf van vijf). Niet alleen zorgt onze huidige -soms ongezonde- voeding voor een slechtere gezondheid en daarbij horende problemen, het zorgt er ook voor dat het onze cognitie en hersenen beïnvloedt. Vanuit steeds meer hoeken vanuit de wetenschap wordt gefocust op de oorzaak van onze huidige gezondheidsproblematiek. Die blijkt verrassend vaak in onze manier van leven te liggen. Denk aan roken en drinken, maar dus ook aan voeding. Een aantal recente interessante nieuwsartikelen hierover vind je hier beneden bij de referenties. Zo wordt geschreven over pure chocolade als vervangend ‘geneesmiddel’, over de ‘gezondheidseffecten’ van aanvaardbaar alcoholgebruik en over dramatische hoge cijfers van overgewicht bij kinderen in mediterrane landen  (zie ook mijn vorige blog over obesitas).

Daarom dat ik voor ‘breinvoeding’ als titel van deze blog heb gekozen. Want als wij de kennis uit de wetenschap inzetten voor voedingsrichtlijnen, dan zullen we niet alleen gezonder eten en leven, maar hiervan ook de voordelen merken ten opzichte van ons intellectueel functioneren. En dat is iets wat we –denk ik- allemaal wel willen.

 

Referenties

Bowman, G.L., Silbert, L.C., Howieson, D., Dodge, H.H., Traber, M.G., Frei, B., Kaye, J.A., Shannon, J. & Quinn, J.F. (2011) Nutrient biomarker patterns, cognitive function, and MRI measures of brain aging. Neurology, 78, 241-249. doi: 10.1212/WNL. 0b013e3182436598

http://www.nu.nl/gezondheid/2823638/italiaanse-kinderen-dikste-van-europa.html

http://www.alcoholinfo.nl/index.cfm?act=esite.tonen&a=2&b=13&c=198

http://www.nu.nl/gezondheid/2824414/pure-chocola-kan-hartaanval-voorkomen.html

 

3 resultaten getoond.