Tags


Blog overzicht

Items met tag docenten.

Er zijn geen resultaten.

Blog

Invoer met tag docenten.

Wat Leren Leraren in de Lerarenopleiding (en wat Niet)?

Deze blog schreef ik oorspronkelijk voor het meinummer van het blad Didactief waar ik iedere maand iets schrijf over m.i. spraakmakend wetenschappelijk onderzoek en wat de betekenis daarvan is in/voor het onderwijs. Dit keer gaat het over wat leraren leren in hun opleiding (en wat niet), vooral met betrekking tot bewezen, evidence-based aanpakken.

Dit keer bespreek ik een rapport van de National Council on Teacher Quality in de VS omdat dat, naar mijn mening, enorm belangrijk is voor het leraarsberoep. Het rapport What Every New Teacher Needs to Know (Wat iedere nieuwe leraar zou moeten weten) verscheen in januari met een prominente ‘Letter of support’ voorin van zeven van de meest vooraanstaande Amerikaanse onderwijsonderzoekers zoals Rich Mayer (Cognitive Theory of Multimedia Learning), John Dunlosky (Improving Students’ Learning With Effective Learning Techniques) en Hal Pashler (Organizing Instruction and Study to Improve Student Learning).

Drie onderzoeksters akkerden door 48 leerboeken – vele duizenden pagina’s – die in gebruik zijn op een representatieve groep van 219 Amerikaanse docentopleidingen. Zij zochten naar informatie en uitleg over evidence based (zelf spreek ik liever van evidence informed) strategieën waarover iedere aankomende leraar zou moeten leren. Hun uitgangspunt was dat ‘jaarlijks circa 190.000 beginnende leraren hun onderwijsbevoegdheid halen met het idee dat zij goed voorbereid zijn op het veeleisende beroep van leraar. Iedere afgestudeerde heeft ten minste één onderwijspsychologie- dan wel didactiekcursus gevolgd die hen zou moeten helpen om beter onderwijs voor te bereiden en te geven’.
Spoiler alert!!
Hun conclusie: ze vonden onthutsend weinige referenties naar evidence based strategieën, wel werden de meeste leraren ‘bedolven onder pagina’s tekst over doceerstrategieën en klasse management met weinig tot geen wetenschappelijke basis’.

De eerste vraag is: wat zijn die evidence based strategieën? De onderzoekers – gebruikmakend van het rapport Organizing Instruction and Study to Improve Student Learning: A Practice Guide van de Institute of Education Sciences het onderzoeksinstituut van het Amerikaanse ministerie van onderwijs - identificeerde zeven bewezen algemene aanpakken voor het bevorderen van het leren van leerlingen, ongeacht leeftijd/leerjaar of lesstof en die zelfs bijzonder goed werken voor ‘struggling students’. Zes leerstrategieën staken er met kop en schouders uit door de enorme kwantiteit en kwaliteit van onderzoek dat daaraan ten grondslag lag. Twee daarvan waren gericht op het beter opnemen van nieuwe informatie, namelijk het (1) goed combineren van beelden met woorden  en (2) het verbinden van abstracte concepten met concrete voorbeelden. Twee andere strategieën garanderen dat lerenden nieuwe informatie in verband brengen met andere nieuwe informatie of al aanwezige kennis, namelijk het (3) stellen van doordenkvragen (probing / epistemic questions) over het hoe, waarom, wat als, hoe weet je dat en (4) herhaaldelijk afwisselen tussen problemen met gegeven oplossingen en problemen die de lerenden zelf moeten oplossen. Tot slot waren er twee strategieën gericht op het helpen onthouden van wat er geleerd is, namelijk (5) afwisseling tussen studeren en oefenen (gedistribueerd oefenen) over een langere periode in plaats van langdurig aaneen te blokken en (6) formatief en summatief toetsen (assessment) van wat er geleerd is c.q. had moeten worden.

De tweede vraag is: kwamen deze strategieën voor in de leerboeken en zo ja, in welke mate? Zoals al verklapt was dat nauwelijks het geval. Geen van de leerboeken geeft een nauwkeurige beschrijving van alle zes. Op z’n best kwamen twee van de zes aan bod. In 10% van de boeken waarin dat het geval was, was die bespreking echter niet meer dan 1-2 zinnen en dat in leerboeken van honderden pagina’s. (zie afbeelding)

Circle

Daarnaast keken de onderzoekers naar 48 lerarenopleidingen (po en vo) die de onderzochte leerboeken gebruiken. Maar ook daar bleken die zes strategieën nauwelijks (‘virtually non-existent’) aan bod te komen tijdens de lessen. En als ze wel aan de orde kwamen, werden ze nauwelijks geoefend, behalve het stellen van doordenkvragen.

Hun conclusie: uitgevers en schrijvers van leerboeken falen schromelijk, doordat zij de fundamentele kennis die nodig is om goed onderwijs te geven negeren en daarmee de volgende generatie leerkrachten, de onderwijsprofessie en leerlingen ernstig benadelen. En de opleidingen doen het niet veel beter.

De derde vraag is natuurlijk: Is het (veel) beter in Nederland of is het zelfs slechter? Misschien wil OCW, de VSNU of HBO-Raad of NRO een vergelijkbaar onderzoek - natuurlijk door mij geleid - laten uitvoeren hierover!

Het rapport en alle bijlagen staan op http://www.nctq.org/dmsStage/Learning_About_Learning_Report

Ik raad ook de volgende blog aan https://gregashman.wordpress.com/2016/02/19/5-features-of-poor-teacher-education/

 

Herblog naar hartenlust en

Volg mij ook op Twitter @P_A_Kirschner

Wat leraren en leerlingen willen

Er wordt veel gesproken en geschreven over wat leraren en leerlingen moeten kunnen. Maar hoe zit het met wat zij willen en hoe overtuigd zijn zij zelf dat zij iets kunnen? Hierover gaan twee artikelen die nog niet op papier zijn gepubliceerd, maar die ‘in de rij’ staan van Contemporary Educational Psychology. met andere woorden, heet van de naald.

Beide artikelen zijn gebaseerd op kernbegrippen uit de psychologie. Het eerste is self-efficacy (in het Nederlands zelfeffectiviteit) een begrip dat Albert Bandura lanceerde in 1977: het ingeschatte vermogen van een persoon in de eigen bekwaamheid om met succes een bepaalde taak te volbrengen of een probleem op te lossen. Niet te verwarren met zelfvertrouwen. Het tweede, sterk verwante begrip is motivatie, datgene wat een individu tot bepaald gedrag drijft. Dit ligt heel dicht bij interesse als we het hebben over intrinsieke motivatie; de motivatie die uit de persoon zelf komt en die niet ‘ingebracht’ of veroorzaakt is door een andere persoon of een externe beloning.

Het eerste artikel (van Holzberger, Philipp, & Kunter) gaat over het samenspel tussen wat de leraar denkt te kunnen doen (self-efficacy) en wat hij of zij denkt nodig te hebben (intrinsieke behoeften). De onderzoekers keken naar de invloed van het gevoel van zelfeffectiviteit van leraren in het voortgezet onderwijs (bijvoorbeeld: Als ik mijn best doe, kan ik de prestaties van mijn leerlingen positief beïnvloeden) op de ervaren autonomie (Ik kan mijzelf zijn in de klas), competentie (Ik ga meestal naar huis met een gevoel van tevredenheid) en verwantschap (Ik zie mijn collega’s als vrienden). Zowel zelfeffectiviteit als intrinsieke behoeften voorspellen ieder afzonderlijk hoe de leraar lesgeeft: hoe hoger, des te ‘beter’ leerlingen de instructie vinden. Maar het bijzondere is dat er een negatieve wisselwerking lijkt te zijn tussen de twee. De docent-leerling-relatie wordt negatief beïnvloed wanneer de school leraren niet tegemoet komt aan hun intrinsieke behoeften, terwijl zij wel denken zelfeffectief te zijn. Duidelijk is dat de schoolleiding er goed aan doet na te gaan hoe ze het gevoel van voldoening van leraren kan versterken!

Het tweede artikel (van Lee, Lee, & Bong) kijkt met een vergelijkbare lens, maar nu naar de leerling. De onderzoekers keken of individuele interesse (ofwel de intrinsieke motivatie) van VO-leerlingen beter de zelfregulatie (controle nemen over het eigen leren) en leerprestaties kon voorspellen dan zelfeffectiviteit. Overeenkomend met veel ander onderzoek bleek zelfeffectiviteit een redelijke voorspeller van zowel leren als zelfregulatie: Ik denk dat ik het kan en dus leer ik beter en - mits dat goed gaat - reguleer ik mijn eigen leren ook beter. Maar ze ontdekten ook dat interesse daarvoor een directe voorspeller was, onafhankelijk van de zelfeffectiviteit!

Dus als de docent en scholen graag willen dat leerlingen (deels) controle over en verantwoordelijkheid voor hun leren nemen - denk aan de veelbesproken 21e eeuwse vaardigheden - zij twee afzonderlijke bronnen van motivatie moeten zien  te stimuleren. De onderzoekers waarschuwen hierbij dat datgene wat de zelfeffectiviteit bevordert, niet noodzakelijkerwijs ook de intrinsieke motivatie of interesse bevordert en andersom. Daar moeten we dus niet te gemakkelijk over denken. Om dit te bereiken zijn excellente docenten nodig die, zoals John Hattie ook stelt, een hoog niveau van zowel vakinhoudelijke als vakdidactische kennis hebben.

 

Deze blog stond oorspronkelijk als kolom in Didactief. Kijk verder op www.didactiefonline.nl voor meer achtergrondinformatie.

Volg mij ook op Twitter: @P_A_Kirschner

 

Holzberger, D., Philipp, A., & Kunter, M. (2014). Predicting teachers’ instructional behaviors: The interplay between self-efficacy and intrinsic needs. Contemporary Educational Psychology. doi: http://dx.doi.org/10.1016/j.cedpsych.2014.02.001

Lee, W., Lee, M-J., & Bong, M. (2014). Testing interest and self-efficacy as predictors of academic self-regulation and achievement. Contemporary Educational Psychology. doi: http://dx.doi.org/10.1016/j.cedpsych.2014.02.002

2 resultaten getoond.