Tags


Blog

Invoer met tag h-index.

Scientificus Economicus - De Berekenende Wetenschapper en de h-index

 

H-index: hype, hysterie, hijgerigheid

 

De laatste tijd lees ik met toenemende verbazing artikelen over vakbroeders en –zusters en hun gewoonten / (on)hebbelijkheden. Een week of twee geleden ging het over de promotor die alleen tijd heeft voor promovendi gedurende conferenties waar geen wifi aanwezig is. Vandaag ging het over auteurschap, (zelf)citaties en de h-index (artikel in de Weternscpasbijdrage van de NRC - http://www.nrc.nl/nieuws/2012/03/17/publicatiedrift-wetenschappers-neemt-groteske-vormen-aan/).

Eerst, de h-index. Volgens Wikipedia (tja, zonder bronvermelding is het plagiaat):

De Hirsch-index of h-index is een vakafhankelijke index die de "carrière-impact" van de publicaties van een wetenschappelijk onderzoeker meet. De h-index werd in augustus 2005 gedefinieerd door de fysicus Jorge E. Hirsch in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS als volgt:

Een wetenschappelijk onderzoeker heeft index h als h van zijn of haar in totaal N publicaties tenminste h maal geciteerd zijn in andere publicaties, en de andere (N-h) publicaties minder dan h maal geciteerd zijn.

 

Met andere woorden, het gaat nu niet (meer) over hoeveel je publiceert maar over hoe veel en hoe vaak je geciteerd worden. Het gaat niet over de impact van een tijdschrift waarin jij publiceert maar over jouw eigen “impact”. In eerste instantie klinkt dat goed. Er is veel op en aan te merken over de impactfactoren van tijdschriften, hun positieve publicatie-bias, enzovoorts. Hier gaat het over hoe belangrijk collega-wetenschappers jouw onderzoek en jouw schrijfsels vinden. Maar wat een goed idee lijkt te zijn en wat uitgaat van integer gedrag hoeft niet zo’n goed idee te zijn als de premisse van integriteit niet opgaat. En helaas, in een tijd van krimpende eerste en tweede geldstromen (dit jaar werd een record hoog aantal Vici-voorstellen ingediend en werd een record lage percentage toegekend) kan het eerder uitdraaien niet op survival of the fittest (lees beste) maar op survival of the shrewdest  (lees beste manipuleerder). Terwijl het manipuleren van de impact van een tijdschrift niet echt moeilijk is (het vraagt alleen dat de editors en misschien ook de reviewers gezamenlijk een strategie uitvoeren), is het manipuleren van jouw h-index echt kinderspel.

 

De Wetenschapsbijlage van NRC Weekend schrijft bijvoorbeeld over de hoogleraar Jeroen Bax, over wie werd genoteerd dat hij aan de top bleef “met een wonderbaarlijke 110,8 artikelen per jaar. In zijn topjaar 2009 schreef hij 138 artikelen, ofwel één artikel per 1,9 werkdagen”. Dit wordt in verband gebracht met afdelingshoofden, die hun naam zetten bij elk artikel dat op hun afdeling wordt geschreven. Je zou zeggen: Gelukkig hebben wij bij de sociale wetenschappen richtlijnen zoals die van de APA die voorschrijft dat om als medeauteur genoemd te zijn moet je een echte bijdrage aan de publicatie leveren zoals (mede)verantwoordelijkheid voor ontwerp, data-analyse, en schrijven van het manuscript. Nadrulleijk wordt gesteld: institutional position, such as Department Chair, [is] insufficient for attributing authorship. Helaas kan ik voorbeelden gegeven van artikelen waar er tig auteur zijn waarvan je zeker kan zijn dat zij niet allemaal eraan hebben gewerkt.

 

Een andere truc is jezelf voortdurend te citeren (h-index heeft het alleen over citaties en niet over zelfcitaties) en afspraken maken met andere mensen in jouw eigen groep of elders dat je elkaar citeert. Reken zelf: In een onderzoeksgroep van 15 mensen waarvan iedere lid twee publicaties per jaar produceert en waarin zij jou per publicatie 2 a 3 keer citeren levert gauw 14 x 2 x 2,5 oftewel 70 citaties op per jaar.

 

Wij begonnen met de homo economicus (de berekenende mens) en als docenten spraken van de discipulo economicus (berekenende student). Er is blijkbaar een nieuwe loot gekomen op deze boom, namelijk de scientificus economicus (de berekenende wetenschapper). En als jullie deze blog allemaal citeren…

1 resultaat getoond.