Tags


Blog overzicht

Items met tag pseudoscience.

Er zijn geen resultaten.

Blog

Invoer met tag pseudoscience.

Neurokwatsch

‘Al een aantal decennia lang volharden mythes over de hersenen – neuromythes – in scholen en hoger-onderwijsinstellingen, vaak om ineffectieve doceeraanpakken te rechtvaardigen.’ Mooier dan Howard-Jones in zijn onlangs verschenen artikel in Nature Reviews Neuroscience kan ik het niet zeggen. Hij gaat verder: ‘Stel je voor dat hersenen maar voor 10% actief zijn, krimpen als je geen 6-8 glazen water per dag drinkt en dat de communicatie tussen de twee breinhelften gestimuleerd kan worden door twee onzichtbare knopen op je borst te masseren.’ Zulke klinkklare onzin kunnen neurowetenschappers zich volgens hem maar moeilijk voorstellen, maar docenten over de hele wereld blijken het normaal te vinden en dit leidt dus tot het inzetten van ineffectieve en ongetoetste onderwijsaanpakken die het leren eerder verhinderen dan stimuleren.

En wat zijn die mythes? Volgens Howard-Jones is misschien wel de meest voorkomende mythe dat mensen het beste leren als zij onderwijs krijgen volgens hun geprefereerde leerstijl. Maar leerstijlen zijn neurowetenschappelijk gezien onzin (omdat de verschillende delen van het brein met elkaar in verbinding staan) en er ook bergen bewijs tegen zijn. Howard-Jones presenteert een tabel uit eerder onderzoek van hem samen met Dekker, Lee en Jolles (Frontiers in Psychology, 2012) naar vijftien door de OESO aangewezen neuromythes. Die tabel toont de meest voorkomende neuromythes onder werkende docenten in vijf landen (Verenigde Koninkrijk, Nederland, Turkije, Griekenland, China). De Nederlands top‑3 bestaat uit de net genoemde mythe van leerstijlen (96% van alle Nederlandse docenten gelooft hierin), de mythe dat korte spurts van coördinatie-oefeningen de integratie van de linker- en rechter breinhelften verbeteren (82%) en dat verschillen in dominantie van breinhelften het verschil verklaren tussen het leren van leerlingen (86%). Zeven van de vijftien mythes beschouwden ruim de helft van de docenten als waar!

In zijn artikel gaat Howard-Jones niet alleen in op wat er mis is met zulke meningen, maar ook op de vraag waarom deze mythes voortleven. Zijn conclusie: de feiten zijn complex en worden vaak niet begrepen, het bewijs is vaak verstopt in technische tijdschriften met eigen taal óf de mythe is niet toetsbaar (zoals ook niet te toetsen is hoeveel engeltjes op de kop van een speld kunnen staan). Dit vormt een uitstekende voedingsbodem voor emoties, geloven en culturen, met alle nare gevolgen van dien.

Tot slot legt hij uitstekend uit waarom een aantal prille en soms verkeerd begrepen onderzoeksresultaten in de neurowetenschap in de toekomst toch relevant zouden kunnen zijn voor het leren. Het gaat hier bijvoorbeeld om de bevinding dat beloning tot dopamineproductie leidt wat weer pleziergevoelens opwekt. Dit wordt al snel versimpeld tot de oneliner dat het belonen van leerlingen motiverend werkt. Voor neurowetenschappers betekent het woord motivatie echter een zeer kortdurige, bijna lichamelijke behoefte aan iets. Het is dus niet zo dat als je  leren maar ‘leuk’ maakt, dit leidt tot dopamineproductie en dus motivatie.. Of neem de bevinding dat adolescenten de risico’s van hun gedrag niet beseffen. Op basis daarvan wordt niet alleen problematisch gedrag vergoeilijkt door te verwijzen naar de  hersenontwikkeling, maar worden ook maatregelen getroffen die uitgaan van het ontbreken van vrije wil bij adolescenten. Maar daarvoor is geen enkel bewijs. Op dit moment worden op basis van fundamenteel onderzoek verstrekkende, maar slecht gefundeerde praktische conclusies getrokken voor en in het onderwijs. De bevindingen kloppen, de getrokken onderwijsconclusies zijn  mythen.

Howard-Jones c.s. concludeerden al dat ‘docenten die enthousiast zijn over de mogelijke toepassing van neurowetenschap in de klas moeite hebben om pseudowetenschap van wetenschap te onderscheiden…[en dat]…algemene kennis over het brein de docent niet beschermt tegen neuromythes’. Ofwel zoals Albert Einstein al zei: ‘A little knowledge is a dangerous thing.’

 

Dekker, S., Lee, N. C., Howard-Jones, P. A., & Jolles, J. (2012). Neuromyths in education: Prevalence and predictors of misconceptions among teachers. Frontiers in Psychology, 3, 429. doi: 10.3389/fpsyg.2012.00429

Howard-Jones, P. A. (2015). Neuroscience and education: myths and messages. Nature Reviews Neuroscience, 15, 817–824 (2014). doii:10.1038/nrn3817

 

Kijk op www.didactiefonline.nl voor het oorspronkelijke artikel:

http://www.didactiefonline.nl/blog-paul-kirschner/12239-neurokwatsch

Volg mij ook op Twitter: @P_A_Kirschner

 

 

 

Sex and the single school?

 

Jongens en hun vermeende problemen blijven maar sexy in onderwijskringen. Nu eens roept een bestuurder dat gescheiden lessen voor jongens en meisjes dé oplossing is om ‘de achterstand’ van jongens in het onderwijs tegen te gaan. Dan weer bepleit iemand – zoals Angela Crott in haar opiniestuk in Didactief 1/2012 - dat jongens zo ‘bijzonder’ zijn dat ze ook bijzondere maatregelen behoeven om niet uit de boot te vallen. De basis van al deze pleidooien ligt al te vaak in niet goed uitgevoerd onderzoek of het verkeerd interpreteren van onderzoek. In een eerdergeschreven blog schreef ik recentelijk al hoe gevaarlijk een beetje wetenschappelijke kennis kan zijn.

Ik baseerde mij, uiteraard, op onderzoek zoals het artikel in Science over ‘The pseudoscience of single-sex schooling’. De auteurs - allen (neuro)psychologen die onderzoek doen naar sekseverschillen en -rollen - constateren dat de roep om gescheiden onderwijs ‘deeply misguided’ is en zelden gebaseerd op valide wetenschappelijk bewijs. Zij stellen dat het sterkste argument tegen gescheiden lessen is dat dit de mogelijkheid tot samenwerken tussen jongens en meisjes minimaliseert en op sekse gebaseerde stereotypen versterkt. Slotconclusie: Er is GEEN wetenschappelijk bewijs dat gescheiden onderwijs tot betere leerresultaten leidt!

Hoe komt het toch dat de mythes over jongens en meisjes zo hardnekkig is? Neem de vermeende nadelige invloeden op jongens van feminisering van het onderwijs. Een typisch geval van twee dingen waarnemen en ze plompverloren aan elkaar verbinden. Men ziet meer vrouwen in het onderwijs (of dit zo is, laat ik in het midden, maar volgens OCW gaat het om een toename van 76% naar 80% in het eerste decennium van de 21e eeuw in het primair onderwijs) en men ‘ervaart’ meer gedragsproblemen bij jongens. Vervolgens concludeert men dat er een verband tussen beide waarnemingen is, ja zelfs een oorzakelijk verband.

In een recent Nederlands onderzoek gepubliceerd in de Journal of School Psychology concluderen Jantine Spilt, Helma Koomen en Suzanne Jak dat vrouwelijke docenten gemiddeld veel betere relaties hebben met alle leerlingen – ongeacht sekse – dan hun mannelijke collega’s. Hun relaties met leerlingen zijn hechter en kennen veel minder conflicten. Verder zijn er, ongeacht het geslacht van de docent, meer conflicten met jongens dan met meisjes. Volgens de auteurs ‘betwisten de bevindingen de maatschappelijke veronderstelling dat mannelijke docenten betere relaties hebben met jongens dan vrouwelijke docenten’.

Een verdere vraag is of er een wezenlijk ofwel genetisch verschil bestaat tussen jongens en meisjes dat gescheiden onderwijs toch wenselijk – of misschien zelfs noodzakelijk - zou maken. En of er ooit een situatie zou zijn waar gescheiden lessen toch beter zouden zijn. Onderzoekers Booth, Sosa en Nolen schrijven in een rapport van de Duitse Forschungsinstituut zur Zukunft der Arbeit dat er wel bewijs is dat vrouwelijke adolescenten zich in niet gemengde groepen anders gingen gedragen dan in gemengde groepen. In acht weken gingen vrouwen minder risicomijdend gedrag vertonen, terwijl het gedrag van mannen - ongeacht de samenstelling van de groep - hetzelfde bleef. De onderzoekers concluderen dat sekseverschillen voor risicomijdend gedrag eerder het gevolg zijn van sociaal leren dan van aangeboren geslachtskenmerken.

En wat zou dit kunnen betekenen voor het onderwijs? Ten eerste dat men misschien de nadruk moet leggen op het sociaal aanleren van zulk gedrag. Met andere woorden, hoe kunnen wij in het onderwijs zorgen dat wij meisjes niet aanleren om timide en risicomijdend te zijn dan wel  hoe kunnen wij ze wel laten leren sterker in hun schoenen te staan. En ten tweede, dat er heel misschien bij sommige vormen van samenwerkend leren even nagedacht moet worden over de precieze samenstelling van de groepjes. Misschien vragen sommige soorten groepsopdrachten gemengde groepen en andere juist gescheiden groepen. Goed onderzoek zal  ons dat leren.

De enige keiharde conclusie die we kunnen trekken, is dat beleidsmakers en bestuurders alvorens zevenmijlslaarzen aan te trekken, eerst veel en goed onderzoek moeten (laten) doen! Of tenminste zich goed op de hoogte laten stellen van bestaand goed onderzoek.

2 resultaten getoond.