Blog

Statistiek

 

Er zitten alweer enige weken tussen mijn eerste en vorige blog en deze tweede bijdrage. Hoogste tijd dus!

Het was een interessant stel weken. Ik had het geluk dat ik een vierdaagse cursus statistiek bij mocht wonen. Het begin van de voorgaande zin is overigens zonder enige vorm van sarcasme geschreven: het was een zeer leerzame cursus en ik denk dat hetgeen ik er opgestoken heb, mijn onderzoek zeer ten goede zal komen. De cursus richtte zich op zgn. multilevel analyse, en wel specifiek voor de bewerking van oogbewegingsdata. Op maat gesneden dus voor mijn onderzoek.

Naast een boel interessante inzichten, onderstreepte de cursus naar mijn idee ook dat statistiek een afspraak is. Niets is met zekerheid te zeggen, maar nauwkeurig uitgedokterde berekeningen in combinatie met bepaalde zekerheidsmarges geven ons het ‘recht’ om iets te zeggen over de data die we verzamelen. Dit kwam heel mooi naar voren in een zijstraatje van een discussie, op één van de cursusdagen. We bespraken hoe de redacteuren (reviewers) van de wetenschappelijke tijdschriften aankijken tegen multilevel analyse. Ondanks het feit dat de methode al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw in gebruik is, is nog lang niet elke reviewer overtuigd van de betrouwbaarheid ervan. Eén van de docenten, een bekende en gezaghebbende professor, merkte toen op dat het nogal een verschil maakt of hij een artikel indient met deze methode, of dat een willekeurige promovendus dat doet. Wanneer hij zich achter de methode schaart, legt dat kennelijk meer gewicht in de schaal. Opmerkelijk, maar het is lang niet de enige wetenschappelijke methode die ter discussie staat, en dat is maar goed ook. Naar mijn idee is objectiviteit een schaars goed (ook in de exacte wetenschappen) en dus is het goed dat de methoden die we gebruiken getoetst en bediscussieerd worden. En mijn voorzichtige vermoeden is dat statistiek daar vrij vatbaar voor is..

De cursus vond overigens plaats in Potsdam en ging dus gepaard met twee heerlijk lange treinreizen. De heenreis – met een hoofd dat nog vrij was van statistiekkwesties – bood mij de gelegenheid een begin te maken met het lezen van Personal Knowledge van Michael Polanyi. Ik heb nog geen idee hoe, maar ik zou dit werk graag integreren in mijn onderzoek, ik vind het een erg mooi verhaal. Voorzichtige aanknopingspunten heb ik wel, maar ze moeten nog stand kunnen houden. Afijn, dat is wellicht een mooi onderwerp voor een volgende blog. 

Een begin: introductie van mijn onderzoek

 

Geheel in lijn met de steeds verder democratiserende wetenschap, begin ik hier aan een blog over mijn werkzaamheden als promovendus aan de Open Universiteit Nederland.

Het heeft eventjes geduurd voordat ik hiermee gehoor gaf aan de wens van mijn werkgever om mij te mengen in de sociale media. Ik vond het eerlijk gezegd moeilijk mij voor te stellen dat het voor derden interessant zou kunnen zijn om over mijn werk te lezen. De meeste artikelen die ik lees of schrijf, lezen nu niet bepaald als een jongensboek. En oké, toegegeven, ik ben ook wel wat terughoudend in het volgen van trends.

Het argument van mijn professor, Els Boshuizen, dat regelmatig schrijven voor een (imaginair) publiek zou kunnen bijdragen aan het op een rijtje zetten van mijn gedachten, heeft me uiteindelijk doen besluiten een poging te doen om regelmatig te gaan bloggen. En wat betreft de zojuist in twijfel getrokken relevantie ervan: laat ik mijzelf hieruit bevrijden door aan te nemen dat u, lezer van deze blog, interesse heeft in de inhoud ervan om de vrij eenvoudige reden dat u op deze site verzeild bent geraakt. En in ieder geval tot hier bent gekomen met lezen.

Deze bevrijdende aanname zal ik overigens niet misbruiken door de leeswaardigheid te offeren op het altaar van de wetenschap: ik zal mij gastvrij opstellen door u op een zo prettig mogelijke manier te vertellen over wat ik meemaak en leer tijdens mijn promotieonderzoek.

 

Deze eerste blog gebruik ik om u op de hoogte te brengen van wat mijn project inhoudt, en waar ik op het moment mee bezig ben.

In mei 2011 ben ik begonnen aan mijn promotieonderzoek naar de expertiseontwikkeling van klinisch pathologen. Voor de onwetenden: klinisch pathologen spelen een ondersteunende rol in de diagnostiek door gebiopteerd weefsel te beoordelen onder een microscoop. Mijn onderzoek richt zich op hoe de pathologen hun kijkgedrag én hun daarbij behorende redeneren, ontwikkelen.

Wie dat wil weten? Het is in eerste instantie een uit de wetenschap voortkomende vraag. Het onderzoek bouwt voort op het werk van Els Boshuizen, die, in samenwerking met Henk Schmidt, een theorie ontwikkelde over de expertiseontwikkeling van artsen. Hun bevindingen, echter, zijn vooral gebaseerd op medische vakgebieden waarin informatie verbaal van aard is. Dit onderzoek toetst hun theorie in een sterk visueel specialisme, de klinische pathologie. Maar uiteraard hoop ik ook de pathologen zelf – zowel in opleidende als praktiserende hoedanigheid – van waardevolle inzichten te kunnen voorzien. Dit betekent dat ik met dit onderzoek – zij het vrij indirect – hoop bij te dragen aan de geneeskunde, en meer in het bijzonder aan de beoordeling van medische beelden (een steeds belangrijker onderdeel van diagnoses).

 

Op dit moment sta ik op het punt met mijn eerste experiment te beginnen. Om de expertise te kunnen bestuderen, laten we pathologen hun normale werk doen (d.w.z. weefsel diagnosticeren), alleen doen zij dat nu op een computer, op een zgn. digitale microscoop. Door hun ogen van de microscoop af te halen, kunnen we namelijk hun oogbewegingen meten: waar ze hun blik op richten, voor hoe lang en in welke volgorde. Daarbij vraag ik hen hardop na te denken, zodat ik ook inzicht krijg in hun gedachteproces (cognitie). Tenslotte registeren we ook nog waar ze in het weefsel geweest zijn: waar ze ingezoomd hebben en welke stukken ze dus op welke vergroting hebben bekeken.

Voor de ervaren pathologen is dit busines-as-usual. Uit een vorige maand uitgevoerd pilotonderzoek bleek dat zij zeer snel en accuraat werken (gelukkig maar!). Maar we vragen ook pathologen-in-opleiding en studenten geneeskunde om deze taken te verrichten. Zo komen we te weten hoe een leek met enige achtergrondkennis (de student) naar de beelden kijkt, en hoe iemand met beginnende ervaring (de patholoog-in-opleiding) dat doet. Zo kunnen we straks iets zeggen over de ontwikkeling van de expertise.

Ik hoop dat u het tot hier nog heeft kunnen volgen.

Het is een vrij spannende tijd, zo aan de vooravond van de dataverzameling. Ik denk voornamelijk omdat alles op dit punt bij elkaar komt. Alle artikelen die ik in de voorbije maanden heb gelezen, moeten verwerkt zijn in de opzet van het experiment. Daarbij moet de data die ik verzamel, achteraf goed te analyseren zijn. En tenslotte zijn er nog heel praktische zaken: er moeten slides zijn, alle apparatuur moet het doen, en – ook niet onbelangrijk – er moeten deelnemers zijn.

Deze afwisseling van voorbereiden en vooruitkijken blijkt ook uit mijn agenda voor de komende weken: er zijn nog enkele voorbereidingen te doen, en daarbij zal ik een vrij intensieve cursus statistiek volgen zodat ik straks iets met de gegevens kan.

Kortom: de hoeveelheid gespreksstof staat een tweede blog in ieder geval niet in de weg.

 

Thomas Jaarsma

 

 

2 resultaten getoond.