Blog

« Terug

Een begin: introductie van mijn onderzoek

 

Geheel in lijn met de steeds verder democratiserende wetenschap, begin ik hier aan een blog over mijn werkzaamheden als promovendus aan de Open Universiteit Nederland.

Het heeft eventjes geduurd voordat ik hiermee gehoor gaf aan de wens van mijn werkgever om mij te mengen in de sociale media. Ik vond het eerlijk gezegd moeilijk mij voor te stellen dat het voor derden interessant zou kunnen zijn om over mijn werk te lezen. De meeste artikelen die ik lees of schrijf, lezen nu niet bepaald als een jongensboek. En oké, toegegeven, ik ben ook wel wat terughoudend in het volgen van trends.

Het argument van mijn professor, Els Boshuizen, dat regelmatig schrijven voor een (imaginair) publiek zou kunnen bijdragen aan het op een rijtje zetten van mijn gedachten, heeft me uiteindelijk doen besluiten een poging te doen om regelmatig te gaan bloggen. En wat betreft de zojuist in twijfel getrokken relevantie ervan: laat ik mijzelf hieruit bevrijden door aan te nemen dat u, lezer van deze blog, interesse heeft in de inhoud ervan om de vrij eenvoudige reden dat u op deze site verzeild bent geraakt. En in ieder geval tot hier bent gekomen met lezen.

Deze bevrijdende aanname zal ik overigens niet misbruiken door de leeswaardigheid te offeren op het altaar van de wetenschap: ik zal mij gastvrij opstellen door u op een zo prettig mogelijke manier te vertellen over wat ik meemaak en leer tijdens mijn promotieonderzoek.

 

Deze eerste blog gebruik ik om u op de hoogte te brengen van wat mijn project inhoudt, en waar ik op het moment mee bezig ben.

In mei 2011 ben ik begonnen aan mijn promotieonderzoek naar de expertiseontwikkeling van klinisch pathologen. Voor de onwetenden: klinisch pathologen spelen een ondersteunende rol in de diagnostiek door gebiopteerd weefsel te beoordelen onder een microscoop. Mijn onderzoek richt zich op hoe de pathologen hun kijkgedrag én hun daarbij behorende redeneren, ontwikkelen.

Wie dat wil weten? Het is in eerste instantie een uit de wetenschap voortkomende vraag. Het onderzoek bouwt voort op het werk van Els Boshuizen, die, in samenwerking met Henk Schmidt, een theorie ontwikkelde over de expertiseontwikkeling van artsen. Hun bevindingen, echter, zijn vooral gebaseerd op medische vakgebieden waarin informatie verbaal van aard is. Dit onderzoek toetst hun theorie in een sterk visueel specialisme, de klinische pathologie. Maar uiteraard hoop ik ook de pathologen zelf – zowel in opleidende als praktiserende hoedanigheid – van waardevolle inzichten te kunnen voorzien. Dit betekent dat ik met dit onderzoek – zij het vrij indirect – hoop bij te dragen aan de geneeskunde, en meer in het bijzonder aan de beoordeling van medische beelden (een steeds belangrijker onderdeel van diagnoses).

 

Op dit moment sta ik op het punt met mijn eerste experiment te beginnen. Om de expertise te kunnen bestuderen, laten we pathologen hun normale werk doen (d.w.z. weefsel diagnosticeren), alleen doen zij dat nu op een computer, op een zgn. digitale microscoop. Door hun ogen van de microscoop af te halen, kunnen we namelijk hun oogbewegingen meten: waar ze hun blik op richten, voor hoe lang en in welke volgorde. Daarbij vraag ik hen hardop na te denken, zodat ik ook inzicht krijg in hun gedachteproces (cognitie). Tenslotte registeren we ook nog waar ze in het weefsel geweest zijn: waar ze ingezoomd hebben en welke stukken ze dus op welke vergroting hebben bekeken.

Voor de ervaren pathologen is dit busines-as-usual. Uit een vorige maand uitgevoerd pilotonderzoek bleek dat zij zeer snel en accuraat werken (gelukkig maar!). Maar we vragen ook pathologen-in-opleiding en studenten geneeskunde om deze taken te verrichten. Zo komen we te weten hoe een leek met enige achtergrondkennis (de student) naar de beelden kijkt, en hoe iemand met beginnende ervaring (de patholoog-in-opleiding) dat doet. Zo kunnen we straks iets zeggen over de ontwikkeling van de expertise.

Ik hoop dat u het tot hier nog heeft kunnen volgen.

Het is een vrij spannende tijd, zo aan de vooravond van de dataverzameling. Ik denk voornamelijk omdat alles op dit punt bij elkaar komt. Alle artikelen die ik in de voorbije maanden heb gelezen, moeten verwerkt zijn in de opzet van het experiment. Daarbij moet de data die ik verzamel, achteraf goed te analyseren zijn. En tenslotte zijn er nog heel praktische zaken: er moeten slides zijn, alle apparatuur moet het doen, en – ook niet onbelangrijk – er moeten deelnemers zijn.

Deze afwisseling van voorbereiden en vooruitkijken blijkt ook uit mijn agenda voor de komende weken: er zijn nog enkele voorbereidingen te doen, en daarbij zal ik een vrij intensieve cursus statistiek volgen zodat ik straks iets met de gegevens kan.

Kortom: de hoeveelheid gespreksstof staat een tweede blog in ieder geval niet in de weg.

 

Thomas Jaarsma

 

 

Vorige
Reacties
Trackback URL: