Blog

« Terug

De enorme aandacht voor MOOC's

De laatste tijd word je op het gebied van technology enhanced learning overspoeld met bijdragen over massive open online courses, MOOC's. Hogescholen en universiteiten bieden via speciale bedrijven of consortia vrij toegankelijke cursussen aan, waar grote hoeveelheden deelnemers aan mee doen. Deze cursussen worden overigens niet afgesloten met een erkend certificaat, al worden wel steeds vaker initiatieven genomen om MOOC's te erkennen.

Vermoedelijk is op dit moment zelfs sprake van overspannen verwachtingen, die op een gegeven moment tot desillusies kunnen leiden (waarna we vervolgens een fase van gezond realisme en productiviteit in zullen gaan). Deze tendens zie je wel vaker op het gebied van 'e-learning' terug (denk aan Gartner's hypecycle of emerging technologies).

Waarover is de laatste weken zo al gepubliceerd?

  • De Wall Street Journal heeft een artikel gewijd over business modellen en MOOC’s. Dit is nog een behoorlijke zoektocht, zo blijkt. Zullen instituten voldoende middelen genereren door het matchen van deelnemers en werkgevers, het verkopen van content aan scholen of aan examinering? Coursera heeft in een maandenlange pilot maar een beperkt aantal deelnemers aan werkgevers gekoppeld. Voor Udacity geldt dat ook. Bereikt men ook niet-intrinsiek gemotiveerde studenten? Hoelang zijn innovatieve bedrijven als Google en Autodesk bereid in MOOC’s te investeren? Levert samenwerking met Pearson op het gebied van examinering voldoende middelen op, mede gezien het feit dat slechts een kleine groep deelnemers examen doet? Of kunnen MOOC’s uiteindelijk toch alleen duurzaam worden georganiseerd via ‘grand funding’?
  • Je leest regelmatig bijdragen die kritiek hebben op het didactisch concept van MOOC’s. Hoogleraar Mark Guzdial spreekt zelfs van een fundamentele misconceptie van onderwijs. De belangrijkste taak van een docent is volgens hem namelijk niet het verzorgen van lezingen. Verder is een cruciaal element van onderwijs ‘pedagogical content knowledge‘ (zeg maar vakdidactiek). Hier houden MOOC’s volgens hem onvoldoende rekening mee. Tenslotte hebben docenten vooral ook een motiverende taak richting studenten, niet alleen een ‘filterfunctie’. Mensen die pleiten voor vervanging van bestaand universitair onderwijs door MOOC’s begrijpen volgens hem niet hoe dit onderwijs werkt. Volgens de auteur komt dat doordat universiteiten onvoldoende hebben gedaan om goed onderwijs te erkennen, waarderen en er over te publiceren. Guzdial richt zich op bepaalde typen MOOC's. De didactische diversiteit is groter dan zijn bijdrage doet vermoeden.
  • The 3 Ms, quality and instructional design of MOOCs stelt vragen bij de missie van MOOC’s (‘waartoe’), de kwaliteit en het business model. Met welke eisen zijn MOOC’s in overeenstemming? Hoe wordt kwaliteit bepaald en bewaakt? Wat is de relatie met de reputatie en geloofwaardigheid van de onderwijsinstelling? De auteur verwijst ook terecht vanuit historisch perspectief naar de 'dot.com'-crisis van rond 2001.
  • Phil Hill geeft een samenvattend overzicht van de ‘completion rates‘ van MOOC’s. Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van een onderzoek van een student van de Britse Open Universiteit. Daarin wordt naar 24 MOOC’s gekeken, en wordt ook een relatie gelegd met het aantal deelnemers. Gemiddeld rondt 7,6% van de deelnemers een MOOC af. Het percentage varieert van nog geen 1% tot ruim 19%. Hill gaat ook kort in op de relatie tussen beweegredenen van lerenden om deel te nemen aan een MOOC en de mate waarin zij een MOOC afronden. Veel lerenden participeren niet in een MOOC om deze ook daadwerkelijk formeel af te ronden.
  • Justin Ferriman meent dat er vijf redenen zijn waarom MOOC’s betrekkelijk weinig waarde hebben. Hij stelt onder meer dat gratis niet altijd goed is (organisaties hoeven zich niet te verantwoorden), dat het de vraag is of je wat van MOOC’s leert, dat de certificaten en feedback weinig waarde hebben, dat badges nooit diploma’s zullen vervangen, en dat de technische en organisatorische infrastructuur niet volwassen is. Ferriman gaat voorbij aan het feit dat kwalitatief slechte MOOC’s ten koste kunnen gaan van de reputatie van instellingen, hij onderbouwt zijn stelling over leereffecten niet, en hij beschouwt de huidige MOOC’s onterecht als vervanger van het bestaande hoger onderwijs.
  • Elizabeth Redden gaat in op de vraag hoe internationale universiteiten zich bewegen op het terrein van de MOOC's. Sommigen kiezen ervoor om zich aan te sluiten bij bestaande Amerikaanse initiatieven. Anderen verenigen zich in eigen partnerships (zoals het Britse Futurelearn). Deze staan ook open voor buitenstaanders. Er zijn inmiddels ook Franstalige MOOC's ontwikkeld. De bijdrage legt de nadruk op het globale karakter van MOOC's (66% van de Coursera-deelnemers komt niet uit de VS), illustreert dat MOOC's ontwrichtend kunnen werken, en positief en negatief kunnen zijn voor reputaties van instellingen. Ook benadrukt Redden dat het verdienmodel nog niet is uitgekristalliseerd.
  • Robert Talbert schrijft over zijn recente ervaringen met een MOOC. Deze zijn gratis, maar kosten wel veel tijd. Vooral indien je nog niet bekend bent met het onderwerp. Dat is de echte uitgavepost voor deelnemers. Door deel te nemen, leer je veel over de didactiek van MOOC's. Ook realiseer je je volgens Talbert dat hoorcolleges minder belangrijk zijn voor verdiepend leren. Zoeken via Google en online discussie dragen daar volgens hem eerder toe bij. Wat mij betreft laat Talbert vooral zien hoe lastig het is voor werkende professionals om binnen een beperkte periode fors te investeren in deskundigheidsbevordering.
  • Andrew Ng van Coursera beschrijft in Learning From MOOCs dat de ontwikkeling van MOOC’s eigenlijk nog één groot leerproces is. Docenten kunnen volgens hem veel leren van het verzorgen van MOOC’s. De dynamiek van het massale karakter dwingt hen na te denken over leerinhouden en didactiek.
  • Hoogleraar Scott E. Page gebruikt MOOC’s om kennis over zijn onderzoek met belangstellenden te delen. Via een MOOC kan hij betrekkelijk eenvoudig een grote groep geïnteresseerden bereiken. Page meent verder dat bedrijven als Coursera en Udacity gaan verdienen aan MOOC’s, maar individuele universiteiten niet. Hoe meer universiteiten MOOC’s aanbieden, des te lager zal het aantal deelnemers zijn. Page geeft ook inzicht in de kosten van een MOOC (300-400 uur werk per MOOC), en in het belang van modules van beperkte omvang die ook los te volgen zijn. 
  • Michael Gaebel van de European University Association (EUA) heeft ruim een maand geleden een paper geschreven over massive open online courses (MOOC). Hij stelt hierin een aantal kritische vragen ten aanzien van deze ontwikkeling. De auteur beschrijft in zijn paper de karakteristieken van een MOOC: online cursussen, zonder formele toelatingseisen, zonder grenzen aan het aantal deelnemers, gratis en waarbij geen studiepunten worden verdiend. Gaebel gaat dus niet uit van een minimale ondergrens, iets wat Stephen Downes bijvoorbeeld wel doet (150 deelnemers). Ook maakt hij een onderscheid tussen cMOOC’s en xMOOC’s (die uitgaan van een verschillende didactiek). Hij geeft een overzicht van de bedrijven en consortia die MOOC’s aanbieden, en hij beschrijft de werking van MOOC’s (van cursusontwerpo tot erkenning). In hoofdstuk 6 vraagt Gaebel zich af of MOOC’s een revolutie betekenen voor leren, of een nieuwe ‘business‘. Er worden al langer online, en vrij toegankelijke, cursussen voor grote groepen verzorgd. Bovendien kun je vraagtekens plaatsen bij de kwaliteit van MOOC’s, en het didactisch concept van veel MOOC’s (met een nadruk op kennisreproductie).In zijn conclusies probeert Michael Gaebel een aantal vragen te beantwoorden. Hij stelt onder meer dat universiteiten diverse redenen hebben om MOOC’s aan te bieden, dat MOOC’s kunnen leiden tot instituutsonafhankelijk hoger onderwijs (docenten verzorgen rechtstreeks cursussen), en dat de meeste business modellen ‘business gedreven’ zijn. Gaebel schrijft dat er nog veel open vragen zijn die bepalen of MOOC’s ook interessant zijn voor Europese universiteiten (o.a. vanuit het oogpunt van publieke financiering). Hij verwacht ook dat MOOC’s pas een alternatief vormen voor het traditionele onderwijs als je er studiepunten mee kunt verdienen.

De verschillende bijdragen focussen op de kwaliteit, het business model en de positie van MOOC’s binnen en ten opzichte van het reguliere hoger onderwijs. Het is duidelijk dat er nog veel vragen ten aanzien van MOOC's leven, waarvan de antwoorden grote invloed hebben op het duurzame karakter van deze innovatie.

Reacties
Trackback URL: